IMF: beter dan dit wordt de economie niet

Wereldeconomie

De economische groei in de wereld zit op een plateau, stelt het IMF. Landen moeten zich schrap zetten voor de tijd daarna.

Demonstranten voorafgaand aan de jaarlijkse vergadering van het IMF, dit jaar op Bali in Indonesië. Foto Sonny Tumbelaka/AFP

De economische groei blijft dit jaar en in 2019 op hetzelfde, relatief hoge niveau als vorig jaar. Maar nadat dit ‘plateau’ ten einde is wacht een onzekere toekomst. Veel van de huidige voorspoed is gebouwd op beleid dat niet kan worden volgehouden. Het einde van de huidige hoogconjunctuur kan heftig worden. Beleidsmakers dienen zich beter voor te bereiden op dat moment dan zij tot nu toe doen.

Dit stelt topeconoom Maurice Obstfeld van het Internationaal Monetair Fonds in de dinsdag gepubliceerde World Economic Outlook. Daarin geeft het IMF twee maal per jaar zijn oordeel over ontwikkelingen in de wereldeconomie, en geeft het ramingen voor de korte termijn.

De economie van de Verenigde Staten ondervindt een „procyclische” impuls van de stimulering die president Donald Trump eind vorig jaar doorvoerde. Die loopt eind 2019 ten einde. De handelsoorlog tussen de VS en China, waarbij China terugslaat, heeft het IMF er al toe gebracht de groeivooruitzichten voor beide landen voor 2019 terug te schroeven met 0,2 procentpunt. Gevraagd naar een ‘worst case scenario’ waarbij een daadwerkelijke handelsoorlog uitbreekt, zei Obstfeld dat dit een vol procentpunt van de mondiale economische groei kan afschaven. Een snelle oplossing van het conflict tussen de VS en China zou voor een meevaller zorgen in de IMF-ramingen.

China zelf kan door stimulering de schade beperken. Het stond banken dit weekeinde toe met minder eigen vermogen te werken, zodat zij meer kunnen uitlenen. Maar zulk beleid maakt volgens het IMF de financiële situatie in het land meer precair, waarbij de schuldenlast van burgers en bedrijven verder oploopt.

Ramingen teruggeschroefd

Al deze ontwikkelingen, inclusief Brexit volgend jaar, hebben het IMF er al toe gebracht zijn ramingen voor de wereldeconomie terug te schroeven. Voorzag het Fonds in april van dit jaar nog een mondiale groei van 3,9 procent in 2018 en 2019, nu is dat voor beide jaren 0,2 procentpunt minder. Met name voor de opkomende landen is de afwaardering groot: met -0,4 procent tot 4,7 procent in 2019. Zoals de afgelopen maanden al bleek brengen de stijgende rente in de Verenigde Staten en de oplopende koers van de Amerikaanse dollar veel van deze landen in problemen als hun overheid, bedrijfsleven of burgers buitenlandse leningen in dollars zijn aangegaan. Een deel van de opkomende landen die olie produceren presteert juist beter door de gestegen olieprijs die nu boven de 80 dollar staat. Maar voor Turkije wordt bijvoorbeeld een groei van nog maar 0,4 procent voorzien in 2019.De IMF-raming voor de Nederlandse economie, met 2,8 procent groei in 2018 en 2,6 procent in 2019, komt overigens overeen met de jongste voorspelling van het Centraal Planbureau.

Het antwoord op de vraag wat landen straks kunnen doen om een economische neergang tegen te gaan is „niet geruststellend” volgens Obstfeld. „De mechanismen voor wereldwijde samenwerking staan onder druk, met name bij de handel. Landen hebben minder monetaire en budgettaire munitie dan tien jaar geleden toen de crisis uitbrak.” Volgens Obstfeld moet gewerkt worden aan hogere buffers, en moet de dynamiek in de economie worden vergroot. En hoewel daar waarschijnlijk minder politieke speelruimte voor is in veel landen dan voorheen, is de huidige hoogconjunctuur wel het beste moment om dat te doen.

Sociale mobiliteit

Het nieuwe woord in de wereldeconomie, volgens het IMF: ‘plurilateraal’

Het IMF ziet op de lange termijn een grote rol weggelegd voor een verbetering in de verhouding tussen arbeid en kapitaal. De geringe toename van het inkomen van werknemers en „de perceptie van lagere sociale mobiliteit” ziet het als twee van de belangrijkste uitdagingen. Tenzij de economische groei gelijker wordt verdeeld, „worden het politieke midden en de multilaterale benadering van politiek in toenemende mate kwetsbaar”, aldus Obstfeld.

Het IMF is zelf ook druk bezig om de goede tijden in de wereldeconomie te benutten. Hoewel het Fonds een „oorlogskas” heeft van rond de 1000 miljard dollar om landen die in problemen raken financieel bij te staan, is maar 450 miljard daarvan permanent. De rest bestaat uit bijzondere overeenkomsten die de eerstvolgende jaren aflopen. IMF-directeur Christine Lagarde wil die graag omzetten in permanente fondsen.

Obstfeld kondigde in juli aan om eind dit jaar terug te treden als chef-econoom. Hij wordt opgevolgd door de Indiaas-Amerikaanse Harvard-econoom Gita Gopinath. Zij is de eerste vrouw die deze functie bij het IMF gaat bekleden.


Correctie (9 oktober 2018): In een eerdere versie van dit stuk werd de Harvard-econoom Gita Gopinath foutief Gina Gopinath genoemd. Dat is hierboven aangepast.

    • Maarten Schinkel