Hoe Marokkaanse Nederlanders lobbyen voor prijs voor ‘hun’ Zafzafi

Riffijnse protestbeweging

Marokko’s belangrijkste dissident werd dinsdag gekozen als een van de drie kandidaten voor een prestigieuze Europese mensenrechtenprijs.

Nasser Zafzafi, de leider van de Rif-protesten die sinds zestien maanden vastzit in Marokko. Foto José Colon

Twee mannen wandelen langs de terrasjes op de Stalingradlaan in Brussel. Ter hoogte van visrestaurant Antartique grijpt de een de arm van de ander – grote ogen. Hij fluistert wat, een knik naar het restaurant. Daar zitten Zolikha Sihaddou (64), haar man Ahmed Zafzafi (71) en zo’n vijftien Marokkaans-Europese dertigers. De ouders van Nasser Zafzafi zijn beroemd. Dinsdag maakte het Europees Parlement bekend dat hun zoon bij de laatste drie genomineerden zit voor de jaarlijkse Sacharovprijs voor verdedigers van mensenrechten en vrije meningsuiting.

Naast Zafzafi’s ouders zit de Nederlandse Hossnia (30). Het verhaal achter de nominatie begint bij haar. Zafzafi zelf zit vast, nadat hij eind 2016 opstond als leider van protestbeweging Hirak. Samen met duizenden anderen vroeg de 39-jarige Riffijn in demonstraties aandacht voor het gebrek aan onderwijs, werk en zorg in Noord-Marokko. Het resulteerde in een veroordeling tot twintig jaar cel. De heersende klasse vreest afscheidingsambities in wat ooit kortstondig een eigen republiek was.

Hirak en Zafzafi werden zo hét pijnpunt van Marokko, en dat maakte politieke steun vanuit Europa aan hen zwaarbeladen. Toen minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) eind juni zei dat de straffen van Zafzafi en medeactivisten hem „aan de hoge kant” leken, zette dit de relatie op scherp. Een ontmoeting tussen Blok en zijn Marokkaanse ambtgenoot Nasser Bourita op 28 september in New York verliep volgens Rabat „stormachtig”. Bourita zou duidelijk hebben gemaakt dat „Marokko door niemand de les gelezen hoeft te worden”. Een bezoek van de Marokkaanse minister van Justitie aan Den Haag een week later werd geannuleerd.

Spaans-Franse tegenwerking

De kandidatuur van Marokko’s belangrijkste dissident voor de prestigieuze Sacharovprijs komt ook uit Nederlandse hoek. Het was Hossnia die in januari acht Marokkaans-Nederlandse socialemedia-activisten samenbracht in Rotterdam. Een aantal docenten, een ingenieur, sommigen nog student. Zoals bijna alle Hirak-activisten wil Hossnia niet herkenbaar in de krant, uit vrees voor repercussies voor haar familieleden.

Een van hen kende Kati Piri (PvdA), een Europarlementariër begaan met de Rif. Ze had Zafzafi al een keer vergeefs voorgesteld voor de EU-prijs. Zou hij, inmiddels bekend, dit jaar geen kans maken? Piri was enthousiast. Al twee keer had ze zonder succes gepoogd de Rif te agenderen in Brussel. Spanje en Frankrijk proberen samen met rechtse partijen de kwestie van de agenda te houden. Handel en samenwerking met Marokko bij de aanpak van migratie wegen zwaarder.

De achterstelling van de Rif en het hardhandige optreden van de Marokkaanse autoriteiten leidden ertoe dat het Hirak-activisme ook Nederland bereikte

Piri gaf de ‘Werkgroep Sacharov Nasser’ – zoals de acht activisten zich noemen – een spoedcursus politiek lobbyen. Richt je op de coördinatoren, zei ze, die agenderen onderwerpen en sturen fracties. „En het wordt een geheime stemming. Dat biedt kansen bij zo’n beladen nominatie.”

Terwijl de werkgroep aan de slag ging, organiseerde Piri een openbare bijeenkomst in het Europees Parlement. „Als jullie de mensen regelen,” had ze gezegd, „dan regel ik genoeg bussen om jullie allemaal naar Brussel te krijgen.” Een belofte die haar tot Europees politiek boegbeeld van Hirak zou maken. Duizenden reisden af naar de Europese hoofdstad. De grote zaal puilde uit, er werd gezongen. De meest bijzondere en best bezochte bijeenkomst uit haar tijd in het parlement, zegt Piri.

De werkgroep werd aangevuld met activisten uit andere landen. De Europarlementariërs hapten niet meteen, merkten ze. Hossnia: „Maar hen wijzen op de reden dat ze daar zitten, een stukje schuldgevoel aanpraten, dat bleek te helpen.” Zo verleidden ze meer dan twintig Europarlementariërs tot een persoonlijk gesprek. Die overtuigden collega’s en Zafzafi krijgt uiteindelijk 42 stemmen: twee meer dan nodig voor een nominatie.

Veel Riffijnen voelen zich nu voor het eerst gehoord. Ze zien zich gesteund door de politiek en durven uitgesprokener te zijn, minder angstig voor ‘de lange arm’ van Marokko. Hun vertrouwen in – en waardering voor – de Nederlandse democratie groeit, vertellen ze. Het succes van de lobby inspireert tot verder politiek werk, in het geval van één van de werkgroepleden tot het verkiesbaar stellen bij lokale verkiezingen.

„Nederland steekt echt zijn nek uit”, zegt Piri. Een unicum in Europa. Volgens haar te danken aan de mondige Riffijnse bevolking en politici die „los staan van andere belangen, vrij zijn om écht voor mensenrechten te gaan staan”. Tegelijkertijd is het volgens haar belangrijk dat Nederland andere landen meekrijgt. „Marokko kan ons zo behandelen, omdat wij de enige zijn die zich zo uitspreken.”

Symbolische steun

Als Europa gezamenlijk druk uitoefent, hoopt Ahmed Zafzafi, zwicht Marokko wellicht. „Het winnen van de Sacharovprijs betekent de symbolische steun van 500 miljoen Europeanen voor mijn zoon. Hou hem dan nog maar eens in de gevangenis.”

En dus is vader Zafzafi voor de vierde keer in Europa sinds zijn zoon Nasser werd vastgezet. Drie keer kwam hij naar Nederland. „Het was het eerste land dat ons verwelkomd heeft in het parlement”, zegt hij. „En het waren Nederlandse politici die het geluid van Hirak naar Brussel brachten.” Zafzafi’s ogen staan diep vermoeid. Vertrouwen in het hoger beroep van zijn zoon heeft hij niet.

Een rood autootje toetert voorbij het Brusselse terras. Drie vrouwen, hijab om het hoofd, maken lachend vredestekens. „Lang leve Nasser!”, roepen ze door de raampjes. Even lichten de ogen van vader Zafzafi op.

In juli deed NRC opinie-onderzoek onder Marokkaanse Nederlanders: Steunen zij de Rif-protesten? En durven zij nog naar Marokko op vakantie?
    • Kasper van Laarhoven