Opinie

    • Arjen Fortuin

De mantelzorgers en hun moeders

Zap De zorg voor hulpbehoevende ouderen komt in eerste instantie bij de familie neer. De dochters die worden geportretteerd in de documentaire ‘Moeder aan de lijn’ hebben het er moeilijk mee.

Mantelzorger Elien kijkt naar haar moeder in 'Moeder aan de lijn' (Human)

Aan het begin van de documentaire Moeder aan de lijn heeft een van de hoofdpersonen, u raadt het, haar moeder aan de telefoon. Ze rijdt juist weg bij haar werk en komt eraan. „Moet ik het huis gaan soppen?” vraagt haar moeder. Een grapje, maar de ervaringsdeskundige herkent het meteen: dit is verhullingshumor.

Want moeder heeft geen idee waarom haar dochter Elien langskomt, laat staan dat ze paraat heeft dat ze bij Elien en haar gezin gaat logeren, zoals ze dat elke donderdag doet. Later zien we haar samen met haar kleindochter experimenteren met de Siri-functie van een iPhone. „Zing eens een liedje”. Helaas antwoordt het apparaat: „Dat laat ik liever over aan de professionals.”

Een ander telefoongesprek. Moeder: „Ik hoorde dat ik boos ben geweest. Maar wat heb ik gedaan? Als ik het weet dan kan ik er mijn excuses voor aanbieden.” Ze was in de winkel tegen haar dochter uitgevallen. Daar kunnen we ons iets bij voorstellen. Bij een bezoek aan een revalidatiecentrum voelde de tot dan toe steeds zachtmoedige oude vrouw nattigheid en wilde ze weglopen: „Jullie proberen me erin te luizen.”

Moeder aan de lijn (Human) is een film met vergeetachtige ouderen, maar in de eerste plaats een film over mantelzorgers. Want Siri’s suggestie om het ‘aan de professionals’ over te laten is meestal geen reële mogelijkheid. De zorg voor hulpbehoevende ouderen komt net als een halve eeuw geleden in eerste instantie bij de familie neer. Bij dochters.

Lees ook: Mantelzorg ligt niet iedereen

De drie dochters die door regisseur Nelleke Koop worden geportretteerd hebben het er moeilijk mee. Een van hen vreest haar eigen dochters (in de eindexamenleeftijd) te weinig aandacht te geven; ze gaat haar baan opzeggen. Een ander heeft een eigen bedrijf. Ze probeert alle ballen in de lucht te houden, maar verliest eerder dan ze wil haar geduld bij haar moeder en bij de professionals die een handje moeten helpen. Ze wordt gecorrigeerd door haar dochter: „Laat die mensen gewoon wachten.”

De derde vrouw, Hanna, zien we op een veldbedje naast haar moeder slapen. Nu ja, slapen… Moeder is enorm in de war en schreeuwt bijna onophoudelijk. Als ze wakker wordt, vraagt ze of ze in de hemel is. Intussen meldt Hanna’s dochter per telefoon dat ze volgens de verloskundige elk moment kan bevallen.

Hanna en haar moeder geven Moeder aan de lijn een einde met een glimlach als moeders 85ste verjaardag wordt gevierd met zeven dansende Surinamers in een kleine woonkamer – het achterkleinkind is dan inmiddels geboren.

Je realiseert je maar al te zeer dat de zorgen die je in dit mooie monumentje voor de mantelzorger ziet, voor de betrokkenen elke dag weer hun levens bepalen. Dat geldt voor duizenden Nederlanders en er is maar in beperkte mate iets aan te doen. Zie de bevolkingsopbouw.

Iets waar misschien wel iets aan te veranderen is, viel me wel nog op. Dat is de vrijwel volledige afwezigheid van mannen in Moeder aan de lijn. Het kan een gevolg zijn van de opzet van de film, maar ik sluit niet uit dat die afzijdigheid representatief is.

Af en toe loopt er een man door de achtergrond of is er een bezorgd over de taken die zijn echtgenote op zich laadt. Of een broer zegt dat er een tegelzetter komt en dat zijn vrouw dus niet naar moeder kan. Maar nergens zien we een man met een prakje, een doekje of een washandje. Dáár valt nog wel wat te winnen.

    • Arjen Fortuin