De dag dat Sint Maarten weer zal lachen is nog even uitgesteld

Wederopbouw Dertien maanden nadat de orkaan Irma huishield wordt de veerkracht van Sint Maarten nog behoorlijk op de proef gesteld. Deze week debatteert de Tweede Kamer over het eiland.

Reparatie aan een dak op Sint Maarten, een jaar na de orkaan Irma. Foto TIM VAN DIJK / ANP

Gebroederlijk stonden ze naast elkaar op de foto: de gevolmachtigd minister van Sint Maarten Jorien Wuite, premier Mark Rutte (VVD) en staatssecretaris Raymond Knops (Koninkrijksrelaties, CDA). Gegroepeerd rond een schilderij van de Sint Maartense kunstenaar Ruby Bute, dat namens de Sint Maartense bevolking gepresenteerd werd als dank voor de Nederlandse hulp na orkaan Irma. Op het schilderij zitten een moeder en een zoon voor hun zwaar gehavende huis dat nog niet is hersteld. Op het t-shirt van de moeder staat dat „Sint Maarten op een dag weer zal lachen”. Het schilderij moet tegelijk de problemen en de veerkracht van Sint Maarten symboliseren.

Die veerkracht wordt behoorlijk op de proef gesteld. Het is deze week dertien maanden geleden dat Irma grote delen van Sint Maarten verwoestte. Nederland beloofde al snel 550 miljoen euro voor de wederopbouw, maar die kwam traag op gang. Met als gevolg dat veel arme Sint Maartenaren deze zomer, aan het begin van het nieuwe orkaanseizoen, nog geen gerepareerd dak boven hun hoofd hadden. Ook is er een enorm afvalprobleem na de orkaan en worstelen bedrijven nog met wegblijvende toeristen.

Een van de redenen voor het trage tempo van de wederopbouw is dat Nederland de Wereldbank als onafhankelijke speler heeft gevraagd toe te zien op een goede besteding van het geld. Nederland ligt al jaren overhoop met de politici op Sint Maarten, van wie een deel vervolgd is of wordt voor corruptie. Met de Wereldbank moest maanden worden onderhandeld, waardoor het eerste hulpgeld pas in juli vrijkwam.

Frustatie op het eiland groeit

Op Sint Maarten groeit de frustratie over de constructie met de Wereldbank. Franklin Meyers, parlementariër van regeringspartij United Democrats, vindt dat de wederopbouw „veel te traag” gaat. Hij is „dankbaar” voor het toegezegde geld, maar resultaten zijn volgens Meyers nog „amper zichtbaar”. Hij betreurt het dat de keuze voor de Wereldbank „tot zoveel vertraging heeft geleid”. Het argument dat geld in verkeerde zakken kan verdwijnen vindt hij zwak. „Als Nederland onze politici niet vertrouwt, hadden ze hier met hun eigen ambtenaren de wederopbouw in handen kunnen nemen.” Hij roept de Tweede Kamer op alles in het werk te stellen om de wederopbouw te versnellen. De Kamer spreekt deze dinsdag en woensdag met staatssecretaris Knops over hoe het proces verloopt.

Lees een reportage uit de zomer van dit jaar: De giftige afvalberg op Sint Maarten blijft maar groeien

Hoogleraar humanitaire hulp en wederopbouw Thea Hilhorst (Erasmus Universiteit) begrijpt de frustratie op Sint Maarten. Ze noemt de constructie met de Wereldbank „een grote organisatie met veel bureaucratie op een klein eiland”. Ze wijst er wel op dat de Wereldbank ervaren is in het aanbesteden van grote projecten als het herbouwen van een haven of grote infrastructurele werken. „De wederopbouw van zo’n eiland is bepaald geen peulenschil. Je wil niet dat zaken op zo’n manier worden hersteld dat het bij de eerste de beste storm weer kapot gaat. Na een ramp wil je snel hulp geven, maar de echte wederopbouw kun je beter zorgvuldig doen.”

Toch klinken ook in Nederland steeds meer zorgen over de voortgang. De Nationale Ombudsman riep het kabinet deze zomer op tot „meer voortvarendheid” en de Algemene Rekenkamer kondigde onlangs een onderzoek aan na berichtgeving in de media over de trage voortgang.

De Wereldbank snapt „de noodzaak om snel werk te maken van de wederopbouw”, maar woordvoerder Christelle Chapoy zegt dat „onze ervaring na rampensituaties wereldwijd laat zien dat toekomstbestendige wederopbouw tijd kost”. Dat geldt zeker voor kleine eilanden als Sint Maarten, zegt ze, „waar schaarste aan materialen is en de beperkte capaciteit (van bedrijven – red.) moet worden aangevuld”.

Chapoy wijst erop dat inmiddels bijna 90 miljoen euro van de 117 miljoen die door Nederland is vrijgegeven door de Wereldbank is goedgekeurd in de vorm van concrete projecten. Een deel van het geld gaat naar ‘noodprojecten’, zoals het repareren van schuilkelders en huizen van arme families en het op orde brengen van het materieel van hulpdiensten. Ook is er inmiddels geld beschikbaar voor een project dat de komende twee jaar 1.800 werklozen moet begeleiden naar werk bij de overheid of in de bouwsector, die veel extra handen kan gebruiken. Verder wordt gewerkt aan plannen voor een nieuw ziekenhuis en herstel van de nog altijd zwaar gehavende luchthaven.

‘OM is verlengstuk van Nederland’

Op Sint Maarten is ook boosheid over de vervolging van parlementariër Theo Heyliger, de leider van de United Democrats en de populairste politicus van Sint Maarten. Heyliger kan al jaren geen premier worden omdat hij niet door de screening komt, die door Nederland is ingesteld. In augustus werd bekend dat Heyliger moet worden vervolgd voor omkoping van ambtenaren een aantal jaren geleden. Op Sint Maarten zien sommigen het Openbaar Ministerie als verlengstuk van het bemoeizuchtige Nederland in de strijd tegen corruptie. Het Sint Maartense parlement besprak twee weken geleden nog een bevolkingspetitie, ingestoken door United Democrats, over „het systematisch tot doelwit maken van onze leiders door buitenlandse krachten” via het justitiële systeem.

Huidig premier Leona Marlin-Romeo, ook van de United Democrats, riep het OM op, toen de vervolging van Heyliger bekend werd, de zaak tegen hem vooral „niet te rekken”. Een opmerkelijke interventie, vond ook staatssecretaris Knops, die liet weten dat het „hoogst ongebruikelijk en ongepast is dat een premier in een rechtsstaat dit soort uitlatingen doet”.

Voor SP-Kamerlid Ronald van Raak is de ophef rond de zaak-Heyliger het bewijs dat de Wereldbank nodig is. „Het is misschien een bureaucratisch gedrocht van jewelste, maar lokale politici maken er een puinhoop van en wijzen altijd met het vingertje naar Nederland.” CDA-Kamerlid Joba van den Berg wil ook vasthouden aan de Wereldbank, maar Knops in het debat wel vragen hoe Nederland Sint Maarten beter met kennis en kunde kan ondersteunen.

    • Pim van den Dool