Opinie

    • Coen Brummer
    • Daniël Boomsma

D66 moet de scheidslijn tussen insiders en outsiders slopen

Nog lang niet alle individuen zijn geëmancipeerd, schrijven en . De nieuwe D66-leider wacht een ‘radicale’ agenda.
Alexander Pechtold maakte op het congres van D66 zaterdag zijn vertrek bekend Foto David van Dam

Rob Jetten wordt de nieuwe fractievoorzitter van D66 in de Tweede Kamer. Of hij ook de nieuwe partijleider wordt, moet nog blijken. De vraag blijft wel: hoe moet D66 verder na het vertrek van Alexander Pechtold?

Lees ook: Rob Jetten (31) volgt Pechtold op als fractievoorzitter D66

Natuurlijk zal de aantredende partijleider nieuwe accenten leggen ten opzichte van zijn voorgangers. Dat is namelijk wat sociaal-liberalen doen: als de maatschappelijke omstandigheden veranderen, handelen zij daarnaar. In een tijd van ontzuiling kaartte Hans van Mierlo de noodzaak tot democratisering aan. Jan Terlouw wees op het belang van milieu en klimaat toen de grenzen van wat de aarde aankan duidelijk werden.

Alexander Pechtold hield een bepalende toespraak op 12 mei 2007, een half jaar na de verkiezingsnederlaag waardoor D66 met slechts drie zetels in de Tweede Kamer bleef. „De twintigste eeuw,” zei hij, „kende een ongelooflijke ontwikkeling en emancipatie van het individu. De vraag is niet of we daarmee doorgaan, maar hoe.” Hij sprak over „een nieuwe tweedeling” tussen insiders en outsiders: het verschil tussen hen die comfortabel leefden met een vaste baan, koophuis en goede diploma’s en hen die het hoofd boven water moesten houden zonder vast contract, met hoge huren en zonder kansen door te groeien.

Ontwikkeling en emancipatie van het individu: dat was de agenda van Pechtold in de twaalf jaar dat hij D66 leidde. In de praktijk resulteerde dit vooral in plannen voor hervorming van de verzorgingsstaat, de arbeidsmarkt, de woningmarkt, en natuurlijk: het onderwijs.

Gebrek aan vertrouwen in toekomst

Wat is de taak voor zijn opvolger? Nog sterker dan in 2007 zien we versplintering in de samenleving. Mensen zien een kloof tussen arm en rijk, lager- en hogeropgeleid, allochtoon en autochtoon. Acht op de tien mensen ervaren spanningen tussen groepen. En opleidingsniveau blijkt de beste indicator voor de vraag in welke mate iemand vertrouwen heeft in de toekomst. Hogeropgeleiden zien kansen in globalisering, lageropgeleiden risico’s. Hogeropgeleiden omarmen digitalisering en robots, lageropgeleiden vrezen voor hun baan door open grenzen en technologische ontwikkelingen. Het Sociaal en Cultureel Planbureau spreekt zelfs van ‘gescheiden werelden’.

In onze samenleving ontbreekt nu een breed gedeeld besef dat de volgende generatie het beter krijgt dan de vorige. En dat is niet zonder risico’s. Een boek als Yascha Mounks The People vs. Democracy. Why Our Freedom is in Danger & How to Save It maakt aannemelijk dat het vertrouwen in de liberale democratie onlosmakelijk is verbonden met het vertrouwen of je ten slotte met dit systeem het beste af bent. Als het vertrouwen in economische kansengelijkheid wegsijpelt, krijgen politici vrij spel die roofbouw willen plegen op onze democratische rechtsstaat. Van Orbán en Trump tot Farage en Wilders. Hun nationalisme is een reactie op de gevoelde bestaansonzekerheid en grieven van kiezers.

Dat is een boodschap die D66 zich moet aantrekken. Het emanciperen van het individu – het slopen van de onrechtvaardige scheidslijn tussen insiders en outsiders – is nog niet voltooid. The Economist publiceerde vorige maand een essay over de huidige staat van het liberalisme. Voornaamste conclusie: veel liberalen – de radicalen van weleer die de samenleving ingrijpend wilden veranderen – zijn tevreden geworden. Terwijl er genoeg ‘radicale’ plannen liggen te wachten, die betekenisvol kunnen zijn voor de mensen die nu belemmerd worden door een, in de woorden van Hans van Mierlo, „steeds hogere en steeds ondoordringbaardere muur”.

Drie actiepunten voor nieuwe leider

In de eerste plaats is dat een agenda van radicale kansengelijkheid. Dat is niet alleen een kwestie van rechtvaardigheid, ook het succes van onze liberale democratie hangt ervan af.

Ten tweede moet de partij economische machten weer betwistbaar te maken. Internationale grootmachten als Facebook en Alphabet mogen niet boven de wet verheven zijn. Onze democratie, in Nederlands en Europees verband, moet sterker zijn dan bedrijven en altijd in staat zijn de rechten van het individu te beschermen. Dat kan vragen om striktere wetgeving op bijvoorbeeld het gebied van monopolies.

En ten derde: democratisering van overheid en samenleving. Dat was nodig in het ontzuilende 1966, en is nu opnieuw urgent. Mensen moeten meer te zeggen te hebben over ontwikkelingen die hun leven raken. De achttien voorstellen voor democratische vernieuwing die het D66-congres afgelopen zaterdag heeft omarmd zijn een goede start.

En het regeerakkoord dan? De nieuwe fractievoorzitter moet een stabiele partner van de coalitie zijn. Maar het regeerakkoord is het beginpunt voor politieke samenwerking, niet het eindpunt van het denken. Maatschappelijke veranderingen en internationale ontwikkelingen zijn niet vier jaar op pauze te zetten. Hoe langer het kabinet zit, hoe groter de noodzaak om te reageren op nieuwe ontwikkelingen met nieuwe ideeën.

    • Coen Brummer
    • Daniël Boomsma