Recensie

‘Als Vrouwen Vrienden Zijn’ zindert je tegemoet in een poëtische feestelijkheid

Twee vriendinnen ontmoeten elkaar op wat middagen. Een stuk of tien ontmoetingen zijn het, maar de verslavende tekst van Hannah van Wieringen doet je snakken naar méér.

Als Vrouwen Vrienden Zijn, met Janneke Remmers en Eva Marie de Waal. Foto Ben van Duin

Als Hannah van Wieringen een nieuwe theatertekst schrijft, wil je daar - denkbeeldig - een ‘unboxing video’ op YouTube aan wijden: de woorden één voor één uitpakken, ze uit het knisperende plastic tillen en voor je uitstallen. Deze tekst wil je delen, iedere zin doet je verlangen naar de volgende. Dat was al zo bij Mahler & Kokoschka, de prachtige voorstelling van Ulrike Quade Company dit voorjaar, waarvoor Van Wieringen de tekst schreef. Het is opnieuw zo bij Als Vrouwen Vrienden Zijn.

Voor dit stuk bewerkte Van Wieringen een aantal van haar columns uit vakblad Theatermaker. Het zijn gestileerde gesprekken, even afgemeten als aangekleed, even alledaags als eloquent. Een tiental ontmoetingen van twee dertigers, fijn naturel gespeeld door Janneke Remmers en Eva Marie de Waal. Ze bezoeken een museum of ballet, filosoferen en horen elkaar uit.

Aan het begin stelt één van hen: ‘Het valt me de laatste tijd opeens op dat er zoveel minder verhalen zijn over hoe we met doorleven moeten omgaan.’ Van Medea weet ze alles, ‘maar niets over wat er daarna gebeurt […]. Er zijn toch technisch meer dinsdagmiddagen met niets erin?’ Uit die momenten bestaat Als Vrouwen Vrienden Zijn: geen grote gebeurtenissen, hoogstens de uitlopers daarvan (een huilbui, de twijfels).

Van intiem naar uitgesproken

In eindregie van Matijs Jansen krijgt iedere ontmoeting een eigen karakter. Op het ene moment staan de vrouwen onder een peertje, dan glijdt de enscenering van intiem naar uitgesproken. Een hoekig bankje vormt het middelpunt van het toneelbeeld, dat mooi strak is vormgeven door Miek Uittenhout. De titels van de scènes verschijnen pixel voor pixel, de zon komt op (in latjes, heldergeel).

Deze voorstelling zindert je tegemoet in een poëtische feestelijkheid. Je kan enkel balen als het laatste woord is uitgesproken. Verwoed graaf je nog even in de verpakking, maar ze zijn op, de woorden. Jammer.

    • Elisabeth Oosterling