Zijn de veiligheidsdiensten Brexit-proof?

Britse inlichtingen De Brexit-discussie gaat vaak over handel. Maar de Britten zijn ook belangrijke inlichtingenbondgenoten. Gaat dat straks verloren?

V.l.n.r.: Generaal Onno Eichelsheim (MIVD), minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) en de Britse ambassadeur Peter Wilson afgelopen donderdag op een persconferentie waarin werd toegelicht hoe de MIVD met hulp van de Britten in april een Russische hackoperatie heeft ‘verstoord’. Foto Bart Maat/ANP

Of het nou om Russische spionnen of Syrische rebellen gaat, steeds komt er vooral één land bovendrijven als een voor Nederland cruciale partner: het Verenigd Koninkrijk. En met de Brexit op komst voelt dat toch wat ongemakkelijk. Valt er straks een informatiegat in de strijd tegen hackers en terroristen? Zijn Nederlandse veiligheidsdiensten wel Brexit-proof?

Onno Eichelsheim straalde vorige week donderdag toen hij bekendmaakte hoe zijn Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) in april een brutale Russische hackoperatie in Den Haag had ‘verstoord’. Dat was gelukt „mede op basis” van Britse informatie. De persconferentie was op zichzelf al bijzonder: de MIVD zegt doorgaans weinig in het openbaar. Maar ook opvallend was dat de presentatie werd gedaan in het bijzijn van de Britse ambassadeur.

De nauwe samenwerking met Britse diensten kwam ook naar voren in de recente kwestie rondom de Nederlandse ‘non-lethal assistance’, de levering van voertuigen en medische kits aan 22 gematigde strijdgroepen in Syrië. Uit antwoorden van minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) bleek dat de MIVD tien groepen had gescreend, de rest was gedaan door de Britten. Ook bij de monitoring van de uiteindelijke leveranties voer Nederland vaak op Britse informatie.

Lees ook: ‘Russen plenair voor gek gezet’

Ondergeschoven kindje

„Tot nu toe gaat 99 procent van de Brexit-discussie over handel”, zegt Rem Korteweg van Instituut Clingendael. „Defensie en inlichtingen zijn onterecht het ondergeschoven kindje.” Kijk alleen maar, zegt Korteweg, naar het Schengen-informatiesysteem (SIS), de reusachtige database met gegevens over verloren paspoorten, criminelen, terroristen en jihadstrijders. Van de vijf miljard zoekacties in 2017 werd maar liefst 10 procent gedaan door de Britten, die naar eigen zeggen ook grootleverancier zijn van informatie.

Het goede nieuws: na de Brexit kunnen Britse en Nederlandse spionnen nog steeds samen achter Russische collega’s met antennes, blikjes bier en taxibonnetjes aan. De samenwerking tussen Europese diensten is buiten de EU om geregeld. „De Britse diensten zijn daar zo machtig dat hun samenwerking met EU-bondgenoten intact zal blijven”, verwacht Camino Mortera-Martinez van het Centre for European Reform in Londen.

Maar voor het ook voor spionnen belangrijke SIS gelden alle EU-spelregels wél: wie de database in wil, accepteert de Europese databeschermingswetten en het gezag van het Europese Hof van Justitie. Vooral dat laatste ligt in de Brexit-onderhandelingen politiek gevoelig: de Britten is keer op keer beloofd dat Britse rechters weer het laatste woord krijgen. De beschermende werking van het hof niet accepteren is per definitie het wantrouwen wekken van de EU, en vooral van Duitsland, dat het strengst in de leer is in de naleving van de databeschermingswetten. De strijd hierover is van cruciaal belang in de Brexit-onderhandelingen.

De Denen, die een uitzondering hebben op justitiële samenwerking in de EU, gebruiken SIS geregeld (20 miljoen keer in 2017), maar mogen niet zelf zoeken. En ze accepteren het EU-hof wél als ultieme scheidsrechter.

„De EU wil zekerheid wat er met Europese gegevens gebeurt”, zegt Mortera-Martinez. „De vrees is dat de Britten straks nog nauwer optrekken met de VS en dat er dan gegevens doorgespeeld zullen worden.”

Vlak na het Brexit-referendum in 2016 klonk er stoere taal in Londen: de Britten waanden zich onmisbaar. Wij hebben een groot leger, wij zijn een kernmacht, wij hebben een vaste zetel in de VN-Veiligheidsraad. In maart vorig jaar zei premier Theresa May dat als de EU moeilijk doet, dit „zou betekenen dat onze samenwerking de strijd tegen misdaad en terreur zou verzwakken”. Dat was zelfs Britse inlichtingendiensten te gortig. MI5-baas Andrew Parker probeerde de schade te repareren met de boodschap dat Brexit geen gevolgen heeft „voor de hechtheid van onze partnerschappen”. Zwaaien met Johnny English durfde May daarna niet meer.

Belangrijke schakelkast

„Gelukkig zijn we het stadium van dreigementen voorbij”, zegt Europarlementariër Esther de Lange (CDA). „Maar verder is het nog steeds niet duidelijk wat er afgesproken gaat worden.” Ook Parker lijkt zich daarover zorgen te maken. Bilateraal samenwerken is „niet het volledige verhaal”, zei hij deze zomer in Duitsland. „Veiligheidswerk tussen Europese landen steunt op een reeks aan belangrijke systemen en samenwerkingsvormen van de EU.”

Als blauw op straat het gezicht van opsporing is, dan zijn die systemen de onmisbare, maar doorgaans onzichtbare schakelkast. Europol, dat SIS beheert, is het samenwerkingsverband van politiekorpsen uit de EU. Openbaar ministeries kunnen een Europees arrestatiebevel uitvaardigen om verdachten in de EU te laten oppakken, zoals de Britten onlangs nog deden in de zaak-Skripal. Het Verdrag van Prüm maakt uitwisseling van gegevens over vingerafdrukken en DNA-materiaal mogelijk.

De Britten zeggen graag afspraken te willen maken. Tegelijkertijd reizen ministers naar Europese hoofdsteden om rechtstreeks hun zaak te bepleiten, buiten de EU-onderhandelaars om. De wrevel hierover heeft bijdragen aan de huidige impasse in de Brexitonderhandelingen. Zonder akkoord, de gevreesde No Deal, wordt het moeilijk om wel aparte afspraken over veiligheid te maken. Politiechefs waarschuwen al dat Britse burgers dan minder goed beschermd zijn tegen misdaad en terrorisme.

De Lange houdt goede hoop dat de redelijkheid het wint. In maart toonden EU-landen solidariteit met Londen door in verband met de affaire-Skripal massaal Russische diplomaten uit te zetten. „Ik denk dat de Britten zich realiseren dat je zonder het EU-gewicht achter je ook minder voor elkaar krijgt”, zegt De Lange. Het Nederlands-Britse succes deze week draagt volgens haar ook weer bij aan dat besef.

Lees ook: Britse regering: leger Rusland zit achter cyberaanvallen
    • Melle Garschagen
    • Stéphane Alonso