Wat is er aan de hand met de Brusselse beurs?

Deze rubriek belicht iedere maandag ontwikkelingen op de beurs. Deze keer: de leegloop in Brussel.

Foto Bryan R. Smith/AFP

Het is hommeles op de Brusselse beurs. De Belgische zakenkrant De Tijd spreekt onomwonden van een „leegloop”. De gemiddelde Nederlandse belegger heeft waarschijnlijk nooit gehoord van Ablynx, Tigenix, Sapec en Realdolmen, maar ze zegden dit jaar allemaal hun Belgische beursnotering op. De kans is groot dat uitbater Euronext dit jaar ook E&Z Bebig, 2Valorise en Connect uitschrijft. Gebeurt dat, dan komt het aantal inschrijvingen aan de Brusselse index op het laagste punt sinds 1870.

Daar komt nog eens bij dat het aantal nieuwe Belgische noteringen in 2018 op nul staat. Sinds 2013 verloor de Brusselse beurs zelfs 9 miljard euro aan waarde, becijferde De Tijd. Amsterdam kreeg er 45 miljard bij.

Wat is er aan de hand in België?

Weinig, zegt de een. Ablynx, Tigenis en Realdolmen werden allemaal overgenomen door een groter bedrijf. Ze namen niet bewust de keuze om hun notering op te zeggen. Toeval, dus. Geen trend.

Veel, zegt de ander. Bijvoorbeeld Dirk Vandycke. Hij is oprichter van aandelenanalysebureau Chartmill.com en ziet op de Belgische aandelenmarkt een culminatie van twee langlopende ontwikkelingen.

Eén: de lage liquiditeit van de Brusselse beurs. Liquiditeit staat voor de verhandelbaarheid van aandelen. De beurs in Brussel is klein en dus wordt daar van oudsher relatief weinig gehandeld. „Neem een middelklein Belgisch aandeel als Dexia”, zegt Vandycke over de telefoon. Op een gemiddelde handelsdag wisselen amper duizend Dexia-aandelen van eigenaar. Bij een Nederlandse beursgenoteerde onderneming van dezelfde grootte ligt dit aantal in de honderdduizenden. Oftewel: het is relatief moeilijk voor een belegger om een Belgisch aandeel te kopen of weer te verkopen. Daar is gewoon te weinig handel voor.

Nu was dat in 1993 niet zo erg, zegt Vandycke. Maar de nadelige kant van die lage liquiditeit wordt versterkt door een tweede ontwikkeling: beleggen is een bezigheid geworden van steeds kortere tijdspannes. Door technologische vooruitgang is het mogelijk om binnen het bestek van een wc-bezoek een aandeel te kopen, te verkopen en weer te kopen. Aan de beurs in Brussel is dat relatief moeilijk, en dus minder aantrekkelijk voor beleggers, en daardoor ook voor bedrijven om er genoteerd te zijn. Hoe minder bedrijven er genoteerd zijn, hoe minder er gehandeld wordt en voilà: een negatieve spiraal.

Financieel analist Tom Simonts bij KBC Securities onderschrijft die ontwikkeling. Maar leegloop van de Brusselse beurs wil hij niet zeggen. „Ablynx, Tigenix, Sapec, Realdolmen zijn bedrijven met minder liquiditeit dan een papieren zakdoek”, zegt hij. Oftewel: dat die weg zijn, gaat niemand merken. „Een index is als een Alpenmeer. Er vloeit water in en uit. Het probleem is dat er in ons Alpenmeer geen instroom meer is.”

Haast verlekkerd kijkt Simonts naar de Amsterdamse beurs. „Adyen, TakeAway, BasicFit – dat soort bedrijven hebben wij niet. Het ontbreekt België aan een innovatiecultuur. Wij hebben geen beleid waarbij we ondernemingen ondersteunen tot ze beursrijp zijn.” Er zijn overigens wel bedrijven met zowel een Brusselse als een Amsterdamse notering.

Wat volgens Simonts ook niet helpt, is het Belgische fiscale beleid. Zo is er sinds dit jaar een extra belasting op aandelenportefeuilles van meer dan 500.000 euro. Dat schrikt beleggers af, denkt Simonts.

Toch is Simonts niet pessimistisch. „België moet zijn specialisatie beter leren uitspelen, en dat zijn kleine en middelgrote bedrijven. Wij zijn de ideale beurs voor een opstapje naar een groter platform. Dat die dan uiteindelijk weer overgenomen zullen worden – oké. Geen enkele dochter blijft toch tot haar vijftigste thuis wonen?”

    • Guus Ritzen