Vanuit oude caravans vechten voor een plek in Spijkenisse

Wonen Jonge Sinti bezetten in Spijkenisse een voormalige woonwagenlocatie. Ze willen dat de gemeente voldoende standplaatsen voor woonwagens beschikbaar stelt.

Wesley Massing (links) heeft met andere jonge Sinti een stuk land bezet in Spijkenisse. Foto David van Dam

Vier oude caravans staan op een groenstrook in Spijkenisse. Sinds begin deze maand wonen er permanent mensen: ze drinken frisdrank uit plastic bekertjes, roken sigaretjes en bellen met de gemeente. Op een voortent is met zwarte stift hun bedoeling gekalkt: „Wij vechten voor onze mensenrechten.”

De 33-jarige Wesley Massing heeft als protestactie met drie familieleden een stuk grond in bezit genomen. Het is een brede groene vlakte, waar wat struikjes groeien, tussen twee woonwagens in. Tot negen jaar geleden waren dit drie standplaatsen voor woonwagenbewoners, inmiddels heeft de gemeente Nissewaard het stukje land de bestemming ‘groen’ gegeven.

Massing zegt een groep van ongeveer twintig jonge Sinti te vertegenwoordigen die allemaal in een woonwagen willen wonen, maar geen standplaats kunnen krijgen. Met deze actie wil hij dat voor elkaar krijgen. „Mijn familie heeft hier altijd gestaan, maar de jonge generatie kan geen standplaats meer krijgen.”

Massing staat ingeschreven bij zijn ouders, maar zegt het hele land door te trekken. Andere familieleden leven op campings. „Voor ons is wonen in een woonwagen onderdeel van onze cultuur. Als ik in een huis woon, komen de muren op me af, word ik zwaar ongelukkig. Daarom doen we dit. We willen gewoon een standplaats. En als we afwachten, gebeurt er niks.”

Discriminatie

Spijkenisse is niet de enige plek in Nederland waar actie wordt gevoerd voor een standplaats. Deze zomer presenteerde minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) een beleidskader waarin staat dat gemeenten er „binnen redelijke termijn” voor moeten zorgen dat er voldoende standplaatsen zijn voor Roma, Sinti en woonwagenbewoners. Het beleid is geen wettelijke regeling: de verantwoordelijkheid voor het huisvesten van woonwagenbewoners blijft liggen bij gemeenten.

Het beleidskader kwam er na forse kritiek op het Nederlandse beleid ten opzichte van woonwagenbewoners. Zo publiceerde de Nationale Ombudsman een rapport na klachten over het ‘uitsterfbeleid’, gemeentelijk beleid om standplaatsen niet meer voor woonwagens te benutten. Ook tikte het College voor de Rechten van de Mens meerdere gemeenten op de vingers omdat ze woonwagenbewoners zouden hebben gediscrimineerd.

Sinds er landelijk een standpunt is ingenomen, nemen woonwagenbewoners door het hele land het recht in eigen hand. Op woonwagenkamp De Kievit in Rotterdam bezetten deze zomer bewoners drie van de vijf leegstaande vakken. In het Brabantse Mill kraakten drie broers eind september een voormalig woonwagenkampje: ze zetten er caravans neer.

Met de bezetting hopen de Sinti meer vaste standplaatsen voor woonwagenbewoners te krijgen in de gemeente. Foto David van Dam

Laatste redmiddel

Grote voorbeeld is Capelle aan den IJssel, waar in mei ’s ochtends vroeg op een vrijwel leeg woonwagenkampje vier caravans werden gesleept. Die actie lijkt succes te hebben: de actievoerders zeggen er onder voorwaarden een standplaats toegewezen te krijgen. Een van hen, Jeffrey Storm, wordt sindsdien bedolven onder berichtjes van andere woonwagenbewoners die willen weten hoe ze dat hebben geflikt. Hij benadrukt dat hun actie goed voorbereid was, Storm is eerst een halfjaar aan het schrijven geweest met de gemeente. Standplaatsen bezetten moet volgens hem een laatste redmiddel zijn. „Gewoon een kampeerwagen neerzetten gaat op niks uitdraaien.”

De actievoerders in Spijkenisse zeggen contact te hebben met de groep uit Capelle. De mensen met wie Wesley Massing protesteert tegen het beleid, is niet alleen familie van elkaar, ze horen allemaal ook bij motorclub Untouchables. Volgens Massing heeft die motorclub niks met deze actie te maken. „Ik heb mijn hesje bijna altijd aan, dus ook tijdens deze actie, zo simpel is het.”

De groep voelt zich gesterkt door het nieuwe beleidskader. Op basis daarvan zeggen ze recht te hebben op een standplaats, en dus ook op de gemeentelijke grond. Het doel is om voor elkaar te krijgen dat er in Spijkenisse voldoende standplaatsen ontstaan. Dat hoeft van Massing niet per se op de plek waar nu de caravans zijn neergezet. „Maar we blijven hier net zo lang staan, tot de gemeente met een oplossing komt.”

Ontruimen

Vrijdagochtend is een groepje naar het gemeentehuis van Nissewaard gegaan, om een gesprek te vragen over de situatie. Ze zijn al snel weer terug: niemand kan ze te woord staan. Iets later gaat de telefoon van Massing. Een vrouw meldt namens de gemeente dat als de groep voor zes uur ’s avonds weg is, ze na het weekend een gesprek kunnen krijgen met de burgemeester. Daar gaan de actievoerders niet mee akkoord.

Volgens een woordvoerder van de gemeente verblijft de groep zonder toestemming op het stuk grond. Ze zegt bekend te zijn met het landelijk beleidskader, maar dat het tijd kost om deze te toetsen aan het beleid van de gemeente.

Vrijdagmiddag overhandigen ambtenaren de actievoerders een brief waarin staat dat de actievoerders in overtreding zijn en moeten vertrekken. Doen ze dit niet, dan „zal de gemeente op uw kosten het perceel ontruimen”. Deze maandagmiddag was dat nog niet gebeurd.

De actievoerders zeggen dat het nog lang kan duren voordat zij vrijwillig vertrekken. „Weg gaan we sowieso niet”, zegt Wesley Massing. „We gaan net zo lang door totdat we voor elkaar hebben wat we willen: genoeg standplaatsen voor iedereen.”

    • Bram Endedijk