Opinie

    • Tijn Sadée

Roemeense twintigers na mislukt referendum homohuwelijk onverminderd cynisch

Correspondent Tijn Sadée spreekt Roemeense twintigers die weinig hoop hebben dat de alom aanwezige corruptie na het mislukken van het referendum over het homohuwelijk wel wordt aangepakt.

Massaprotest afgelopen augustus in de Roemeense hoofdstad Boekarest tegen corruptie. Foto Bogdan Cristel

Het was een hoax, en het was schaamteloos. Tevergeefs probeerde de Roemeense sociaal-democratische regeringspartij PSD afgelopen weekend met een referendum tegen het homohuwelijk de aandacht af te leiden van de échte problemen: corruptie en nepotisme.

Met slechts 20,41 procent opkomst was het referendum ongeldig en kunnen homo’s en lesbiennes weer met een iets geruster hart over straat in hoofdstad Boekarest.

Betekent het ook dat alle aandacht weer is gericht op, zoals Stefania het noemt, ‘the real shit’?

Ze heeft er weinig vertrouwen in. Tolk Stefania Matache, een twintiger met een stralende lach en een snoeiharde cynische kijk op de zaken, staat me op te wachten met haar rug gekeerd naar het Ceausescu-paleis.

„Kwestie van principe, dat gebouw was en ís het huis van alle ellende.” Als journaliste is ze verbonden aan mediacollectief ‘Casa Jurnalistului’. ‘Casa’ is een klein en dapper verzet tegen het hysterische Roemeense mediacircus, gedomineerd door tycoons die lange vrouwenbenen verkiezen boven onthullende onderzoeksartikelen.

Lees ook dit artikel over het referendum dat de aandacht van de corruptie moest afleiden

De Wakende Eik

„Nóóit zal ik het Paleis een blik waardig gunnen”, zegt Stefania. Ze moest nog geboren worden toen de voormalige communistische dictator Ceausescu, de ‘Wakende Eik van de Karpaten’, zijn megalomane paleis liet verrijzen in hartje Boekarest.

Nu, bijna dertig jaar later, huist daar het parlement van een land dat per 1 januari aanstaande roulerend EU-voorzitter wordt.

Tegen de Roemeense politicus Liviu Dragnea, PSD-leider en het gezicht van het gewraakte antihomo-referendum, loopt gerechtelijk onderzoek wegens miljoenenfraude met EU-geld.

In ‘Het Paleis’, waar vocht sijpelt door de betonrotte muren, is Dragnea heer en meester. Hij wijst nieuwe, bevriende rechters aan die zijn rechtsgang in ‘goede banen’ zullen leiden.

Ceausescu 2.0. wordt hij genoemd. En in het Paleis zijn ook andere tradities in stand gebleven, zoals de liftiera, de liftmadam.

In elke lift in het Paleis – oppervlakte ruim 400 duizend vierkante meter, zevenduizend kamers, acht onder- en twaalf bovengrondse verdiepingen - zit een liftiera. Die van mij, in de lift op weg naar politicus Dan Barna, gaat al negen uur aan een stuk op en neer zonder een streepje daglicht te hebben gezien. Nog één uur, dan zit haar shift er op. Ze borduurt aan een lieflijk portretje van een prinses uit het Russische Romanov-tsarengeslacht.

Roemenië veranderen

„Je moet wat”, lacht de liftiera.

‘Je moet wat’ – tegen die fatalistische houding in zijn land vecht Barna, leider van de nieuwe oppositiepartij ‘Red Roemenië Unie’. Uit het niets staan ze in twee jaar tijd op 15 procent in de peilingen. „Omdat geen van ons een politieke achtergrond heeft vertrouwt men ons”, zegt Dan. „De partijleden zijn voormalige accountants, ondernemers en advocaten die Roemenië willen veranderen.”

Op zijn bureau liggen visitekaartjes van VVD’ers. Die waren de dag ervoor bij hem op bezoek. De VVD werkt op Europees niveau voorlopig nog samen met de Roemeense liberale partij van miljonair Tariceanu die met de PSD een coalitieregering vormt.

„In mijn land is geen corruptie”, verzekerde Tariceanu me in 2007 in een interview in deze krant. Toen loodste hij als premier zijn land de EU binnen. Maar vandaag is Tariceanu als metgezel van ‘Ceausescu 2.0’ voor de VVD een ongemakkelijk familielid waar ze van af willen. Dan maar verder met Barna?

„Ik heb met de VVD gepraat over de toekomst”, zegt de oppositieleider trots.

Waar begint de VVD aan? Zorgt Barna ervoor dat de generatie van Stefania straks weer met open ogen de trappen van Het Paleis beklimt?

„Veel beter is ‘t om uit de buurt van élke Roemeense politicus te blijven”, zegt Laura Stefanut, een van Stefania’s vriendinnen, ’s avonds in een café. Onlangs kreeg ze de kans de politiek van binnenuit te veranderen – ze werd gevraagd in het team van een minister.

Een mooie baan, goed betaald, zegt Laura. „Maar ik heb geweigerd. Want vroeg of laat ga je voor de bijl en ben je net zo corrupt.”

    • Tijn Sadée