Recensie

Opera ‘Jenufa’ als overtuigend pamflet tegen vrouwenonrecht

Recensie DNO

Voor De Nationale Opera maakte regisseur Katie Mitchell van Janaceks opera Jenufa een moderne tragedie. De fenomenale cast en fijngetekende personenregie maken het tot een ijzersterke voorstelling.

Bij Mitchell is de 19de-eeuwse Jenufa een modern kantoormeisje, dat een ‘bastaardbaby’ krijgt Foto DNO

Als er een lijstje zou bestaan met meest aangrijpende opera’s, stond Janáceks Jenufa bovenaan. Beklemmender dan elke liefdesdood is het familiedrama over een aardig meisje en een foute man, oma’s goedbedoelde moord op haar bastaardbaby en het onverwachte happy end.

Jenufa (1903) is Janáceks eerste succesopera, en merkbaar het gerijpte werk van een componist die inziet dat een sociale zedenschets gebaat is bij grijstinten. Janácek baseerde zijn libretto op het sociaal-kritische stuk Haar stiefdochter van Gabriela Preissova (1890): in wezen een powervrouwenpamflet.

Juist daarom is het logisch en slim dat DNO voor deze “nieuwe” Jenufa (de vorige enscenering door Richard Jones dateert uit 1997) regisseur Katie Mitchell engageerde, bekend om haar fijne antenne voor maatschappelijke misstanden en vrouwelijk onrecht.

Mitchell verplaatste het 19de-eeuwse verhaal van Jenufa naar het heden. Op papier bedenk je dan dat dat ingewikkeld is – wie maalt er nu nog om de “schande” van een bastaardbaby? - maar haar ingreep werkt heel goed. Armoe, onzekerheid, ongelukkige liefde, problematische moeder-dochterrelaties en de hoop op een beter leven zijn immers wél van alle tijden.

Zo’n slappe zak met goed haar

Bij Mitchell is Jenufa een modern kantoormeisje, dat hopeloos is gevallen voor is de foute fabriekseigenaar Steva; zo’n slappe zak met goed haar. En als we haar al tijdens de ouverture zien overgeven op de wc, is ook meteen duidelijk welk probleem zij met zich meedraagt.

Dergelijke realistische, herkenbare details zijn de kracht van Mitchells regie. Ander voorbeeld: hoe Jenufa daags na haar bevalling met houten benen wat rondscharrelt in de beklemmende woontrailers die dienst doen als decor voor de aktes twee en drie. Of het ontroerende moment waarop goedzak Laca vanzelfsprekend zijn jas aan Jenufa’s kapstokje hangt, terwijl zij nog denkt dat ze nu alles – ook hem – is verloren.

De mannen in Jenufa, hier prima gezongen door Norman Reinhardt (Steva) en werkelijk ijzersterk van testosteron naar tendresse kleurende tenor Pavel Cernoch (Laca), zijn in wezen bijfiguren. De handeling draait om drie generaties vrouwen; de charismatische, harmoniërende grootmoeder (prachtrol van 75-jarige Duitse sopraan Hanna Schwarz). De jonge Jenufa die worstelt met haar lot, en door sopraan Annette Dasch wordt gespeeld en gezongen met zoveel karakter en invoeling dat dat je godzijdank echt gelooft dat ze gelukkig zal worden met Laca.

Pleegmoeder is magmahaard

Maar de magmahaard van de opera is pleegmoeder Kostelnicka: zíj wil voorkomen dat haar eigen geschiedenis zich in Jenufa herhaalt, en komt zo tot de wanhoopskindermoord die je nog snapt ook. De manier waarop Evelyn Herlitzius haar vertwijfeling, angst en liefde gestalte geeft - soms flets en levensmoe, dan weer met rafelige uithalen – maakt deze productie onmisbaar.

Dirigent Tomás Netopil geldt als een specialist in dit repertoire. Je hoort aan zijn fijnmazige, goed gecontroleerde leiding over het fraai spelende Nederlands Philharmonisch Orkest dat hij Janáceks veellagige partituur op en top kent en doorvoelt. Alle melodieën, geënt op de Tsjechische prosodie, krijgen soepel gestalte. In de typerende passages waarin meer verhaallagen samenvallen (het montere koor in de eerste akte bij voorbeeld, waaronder het orkest het naderend onheil al aankondigt) houdt hij alles strak bij elkaar.

En toch mis je wat. Janácek was een van de allergrootste operacomponisten van de twintigste eeuw; zijn opera’s ademen een symfonische nervositeit die nootje voor nootje onder je huid sluipt, en je zo hypersensitief maakt voor het geschetste menselijke leed. Onder Netopil staat vrijwel elke noot op de goede plek. Maar de pulserende wanhoop en de explosieve orkestrale emotionaliteit die de partituur ook in zich draagt, kwamen bij de première nog niet tot volle wasdom.

    • Mischa Spel