Niemand was verantwoordelijk voor het remmen op de snelweg

Sinterklaasintocht Dokkum De jolige stemming tijdens de rechtszaak tegen 34 snelwegblokkeerders sloeg snel om. Spijt hebben de meesten niet.

Maandag begon bij de rechtbank in Leeuwarden de zaak over de blokkade van de A7 bij de Sinterklaasintocht in 2017. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Bezopen, vindt de Rotterdamse Ellen Kuipers (38) de vervolging. Met een groep vrienden reserveerde ze deze week een plek op een camping in de buurt van Leeuwarden, zodat ze elke dag voor de rechtbank kan protesteren. „Want Holland steunt de Friezen.”

Zelf gaat ze vaak verkleed als Zwarte Piet. „Zoals het hoort: zwart gezicht, flinke bos kroeshaar, grote oorbellen, dikke rode lippenstift.” Ze staat al ’s ochtends vroeg voor de rechtbank en is boos op het Openbaar Ministerie. „Ze stellen deze groep alleen maar als voorbeeld, zodat anderen niets durven te ondernemen.”

Plots klinkt er harde muziek. Een bus met grote ramen en roodleren bekleding stopt op het Wilheminaplein. Een deel van de groep A7-blokkeerders en hun entourage stappen uit.

De sfeer is uitgelaten. Punker Sander Slijver – tattoos, badges op zijn vestje en een ketting met slot om zijn nek – loopt op sokken de hal van de rechtbank binnen. Zijn klompen moesten buiten blijven. Iets later vraagt hij zijn vriendin daar ten huwelijk. „Nu heb ik het moeilijkste moment van de dag al gehad”, zegt hij lachend.

Lees ook: En dan, op de A7, snijdt een auto de anti-Pietcolonne af

Pimpelpaars

Slijver, die geen bezwaar heeft tegen het noemen van zijn volledige naam, is een van de 34 verdachten die terechtstaan voor het blokkeren van de A7 bij Oudehaske. Zij sneden op 18 november vorig jaar met auto’s en motoren drie bussen van Kick-Out Zwarte Piet (KOZP) af en remden totdat de demonstranten stilstonden. Het leidde ertoe dat burgemeester Marga Waanders van Dongeradeel (Dokkum) het anti-Zwarte Piet-protest bij de landelijke Sinterklaasintocht verbood. Maar de Friezen wierpen de blokkade niet op omdat ze zo ontzettend pro-Zwarte Piet zijn, aldus Slijver. „Al maak je ’m pimpelpaars met zwart-witte stippen, dat maakt mij niet uit. We hebben dit gedaan voor de kinderen.”

Ook in de rechtszaal begint de boel jolig. De rechter gaat de presentielijst af. Sommige verdachten antwoorden in het Fries, armen over elkaar. Een van de rechters lijkt in slaap gevallen. Zijn mond staat open, het hoofd naar achteren, de ogen dicht. Als de voorzittend rechter het ziet, raakt ze in paniek. Agenten komen aangestormd.

De zitting wordt geschorst en na een klein uur weer hervat: de rechter is aangesterkt en mag door van de dokter. „Mooi”, roept iemand uit de zaal. „We houden hem wel een beetje in de gaten.”

Lees ook: Je bent welkom in Harkema. Maar zet geen grote mond op

WhatsApp-gesprek

Maar als de rechter vertelt welke documentatie er in het strafdossier zit, verandert de sfeer. Naast beeldmateriaal van de blokkade, een getuigenverslag en de politieverhoren heeft de politie ook toegang gekregen tot een Facebookchat en een groepsgesprek op WhatsApp. In de eerste communiceerden ruim 130 personen over plannen voor de blokkade. De tweede werd na afloop van de actie aangemaakt voor overleg tussen mensen die „echt een rol hebben gespeeld bij de blokkade”; een zelfselectie die de identificatie van verdachten voor justitie heel wat makkelijker maakte.

Als de rechter letterlijk citeert uit de onderlinge communicatie, verschuiven verdachten op hun stoel. Het verhaal van sommigen houdt geen stand. Verantwoordelijk voor het remmen was niemand; ze reden allemaal achter andere auto’s, gingen eigenlijk alleen maar kijken, op zoek naar „sensatie”. Maar waarom communiceerden ze dan onderling over de locatie van de bussen? En waarom die trotse berichtjes meteen nadat de boel stil was komen te staan?

Spijt hebben de meesten niet. Sommigen zijn trots, zouden het weer doen. Het moest gebeuren. Hun actie was geen aanval op het demonstratierecht. Protest tegen Piet mag. Alleen „net tusken de bêrn”, niet tussen de kinderen.

Ze reageren honend als de officier van justitie zegt dat het niet aan hen is om te beslissen wie mag demonstreren, maar aan de burgemeester. Waanders koos volgens hen kant door de KOZP’ers „in de zomer een rondleiding te geven door Dokkum” – en toch gaf „dat tuig” pas twee dagen voor de intocht aan te willen demonstreren.

De rechter vertelt over een man die ergens in de drie kilometer lange file angstaanvallen had en herhaaldelijk noodnummers belde. Een van de demonstranten zou door het abrupte remmen een hersenschudding hebben opgelopen. Een Campina-trucker, een vrouw die naar het ziekenhuis moest en een familie die onderweg was naar een crematie werden door de Friezen wel doorgelaten. Maar met vertraging, en dat spijt de blokkeerders oprecht, zeggen ze.

Zo lijkt de strategie van de verdediging duidelijk: het demonstratierecht hebben niet zij, maar burgemeester Waanders afgepakt en aan de A7-blokkade namen ze weliswaar deel, maar hoofdverantwoordelijk voor het leed is niemand.

    • Kasper van Laarhoven