Nepnieuws op bestelling in Indonesië

Berita hoaks Verspreiders van nepberichten zorgen in Indonesië voor chaos en verwarring. President Joko Widodo moet regelmatig uitleggen echt geen stiekeme communist of christen te zijn.

Na de aardbeving en tsunami op het eiland Sulawesi gingen veel nepverhalen rond op sociale media.

De burgemeester van Palu zou zijn omgekomen bij de aardbeving. Een grote dam zou zwaar beschadigd zijn en op het punt van doorbreken staan. Familie van slachtoffers van de tsunami zou gratis met het vliegtuig naar Palu mogen vliegen. Er zou een nóg grotere aardbeving aankomen, van maar liefst 8.1 op de schaal van Richter.

Dit zijn maar een paar van de ‘nieuwtjes’ die afgelopen dagen rondgingen op sociale media in Indonesië, na de aardbeving en tsunami op het eiland Sulawesi. Allemaal nepnieuws, of berita hoaks zoals de Indonesiërs het noemen. Bij grote rampen als deze van afgelopen week zaaien de verspreiders van nepberichten extra chaos en verwarring.

De Indonesische autoriteiten proberen om alle hoaxes over de getroffen stad Palu zo snel mogelijk te ontkrachten. Ze spreken elk nieuwtje actief tegen op sociale media. De politie zou ook al negen verdachten van het verspreiden van nepnieuws hebben gearresteerd. Alleen in Indonesië gaat het probleem van berita hoax breder en dieper dan verzinsels rond dit soort rampen. Nepnieuws heeft meestal ook een politiek doel.

Vermomde sites

Volgens het ministerie van Informatie verspreidt nepnieuws zich in Indonesië vaak met hulp van sites die er als gewone nieuwswebsite uitzien, maar dat niet zijn. Een linkje naar zo’n site of een screenshot van het nieuwtje verspreiden zich vervolgens via sociale media. Vaak via Facebook, maar WhatsApp is in Indonesië nog net wat populairder, zegt Ross Tapsell. Hij doet onderzoek naar sociale media in zuidoost-Azië aan de Australian National University. „Vaak krijgt het nepnieuws de vorm van commentaar dat een zogenaamde deskundige ergens op geeft. Er hangt een aura van authenticiteit omheen.”

Het delen van rondgaande berichtjes met collega’s, buren, vrienden en familie past in de Indonesische kampong-cultuur, legt Tapsell uit. „Het hoort bij een gemeenschap die graag informatie met elkaar deelt. Roddels en geruchten bespreken is vast onderdeel van de samenleving.” Indonesiërs filteren ook niet op inhoud, zegt hij: „Het is meer van: hier, moet je kijken, dit is het laatste nieuwtje.” Onderzoek naar de vraag of ze ook alles geloven wat rondgaat, is volgens hem nog niet gedaan.

Sommige hoaxes zijn hardnekkig en komen steeds terug, zoals die over president Joko Widodo. Om de zoveel weken moet hij opnieuw uitleggen dat hij géén communist is. En dat hij dus ook niet stiekem lid is van de PKI, een communistische partij die al sinds 1965 is verboden maar waar Indonesiërs nog altijd zenuwachtig over doen. „Ik ben geboren in 1961. Als kleuter was het onmogelijk om lid te zijn van de PKI”, zei hij laatst in een toespraak.

Een ander nepnieuwtje over Widodo: dat hij kind is van een stel uit Singapore en China en dat hij het dáárom Chinese arbeiders graag makkelijk maakt om naar Indonesië te komen. Of dat hij eigenlijk christelijk is, ook al doet hij zich voor als moslim. Dit soort geruchten gaan al rond sinds Widodo in 2014 president werd. Maar als hij er niet af en toe wat van zegt, „gaat het alle kanten op”, zei hij laatst tegen CNN Indonesia. En hij wil volgend jaar herkozen worden.

Nepnieuwbuzz te koop

In aanloop naar die verkiezingen is de belangrijkste vraag hoe duister de campagne gaat worden. Veel analisten denken dat de gouverneursverkiezingen in hoofdstad Jakarta vorig jaar nog maar een voorproefje waren. De gouverneur Basuki Tjahaja Purnama, zijn bijnaam is Ahok, kreeg het online zwaar te verduren, als lid van een dubbele minderheid: hij is etnisch Chinees en christelijk. En ondanks zijn populaire beleid verloor hij uiteindelijk de verkiezingen. Gemonteerde beelden zorgden ervoor dat het leek alsof Ahok de Koran beledigde, hij werd er zelfs voor veroordeeld.

Een deel van het nepnieuws over Ahok bleek van online bedrijf Saracen te komen, een „nepnieuwsfabriek”, zoals de Indonesische politie het noemde. Saracen verkocht nepnieuwscampagnes aan iedereen die ervoor wilde betalen. Voor een buzz op bestelling, gecreëerd door op sociale media rondgepompte nepverhalen, rekende het bedrijf volgens de politie 75 miljoen roepia, ongeveer 4.500 euro. Het brein achter Saracen is gearresteerd, maar er zijn genoeg anderen die geld proberen te verdienen aan nepnieuws. Studenten klussen bij in zogeheten „buzzer teams”, die bijvoorbeeld worden ingehuurd om nepnieuws te verspreiden over politieke tegenstanders.

Indonesië is extra gevoelig voor nepnieuws omdat het vertrouwen in de traditionele media er laag is, zegt onderzoeker Ross Tapsell. In een peiling die Indonesiërs vraagt welke instituties ze het meest vertrouwen, scoren de media zelfs slechter dan de corrupte politie. „Veel televisiestations zijn zo openlijk politiek partijdig, dat mensen die hoe dan ook niet vertrouwen. Berichten uit je eigen netwerk zijn dan geloofwaardiger.”

Bij de presidentsverkiezingen in 2014 riep op de ene televisiezender Joko Widodo de overwinning uit, op een andere zender claimde de concurrent de winst. Dat heeft Indonesiërs nog eens extra bewust gemaakt van de partijdigheid van de zenders.

Agentschap tegen hoaxes

De Indonesische overheid probeert de laatste tijd wel om de bewustwording over nepnieuws te vergroten. Er is zelfs een speciaal cyberagentschap opgericht dat moet helpen om de verspreiding van hoaxes tegen te gaan. En vorige week werd bekend dat het ministerie van Informatie in aanloop naar de verkiezingen wekelijks een presentatie wil gaan houden over het nepnieuws van die week.

Mede oorzaak van het probleem is dat de digitale geletterdheid in Indonesië structureel laag is. Deels komt dat door slecht onderwijs. In 2014 is informatie- en communicatietechnologie uit het onderwijsprogramma gehaald. Bij onderzoeken naar mediagebruik ontkennen mensen bijvoorbeeld dat ze toegang tot internet hebben. Terwijl ze daarna op de vraag of ze Facebook hebben, wel ‘ja’ antwoorden.

Traditionele media proberen ook om iets aan het probleem te doen. Ze zijn een gezamenlijke website begonnen waar nepnieuwtjes worden ontkracht. De site heet cekfakta.com, check de feiten. Maar daar moet je dan wel naar op zoek gaan en dat doen veel Indonesiërs niet. Dus zij geloven misschien de foto die nu rondgaat van president Joko Widodo, die volgens het bijschrift „met wijn proost over de rug van slachtoffers van de aardbeving”. Volgens cekfakta.com dateert de foto uit 2015. En in het glas zit geen wijn, maar appelsap.

    • Annemarie Kas