Recensie

In zijn tekeningen leer je Leonardo kennen

Teylers Museum in Haarlem heeft de expositie van 33 mooie Leonardo da Vinci tekeningen, zelden te zien, groots aangepakt. Dat heeft voor- en nadelen.

Leonardo da VinciStudie voor het hoofd van Judas, ca. 1494-98Rood krijt op rood geprepareerd papierRoyal Collection Trust / © Her Majesty Queen Elizabeth II

Van weinig kunstenaars is het werk tegelijk zo beroemd en zo onzichtbaar als van Leonardo da Vinci (1452-1519). Neem de Mona Lisa, zijn bekendste schilderij. Volgens het Louvre verkeert het in „een buitengewoon goede conditie” onder „een dikke laag verslechterde vernis” – maar het museum laat die eeuwenlang nagedonkerde vernislaag niet verwijderen. Het portret hangt bovendien in een glazen kooi, voor publiek dat met een dranghek op afstand wordt gehouden.

Het laatste avondmaal, Leonardo’s wandschildering in Milaan, begon al te scheuren en te vervagen toen de verf nog maar net droog was. „Wat we nu op de muur van de Santa Maria delle Grazie zien is grotendeels het werk van restauratoren”, schreef Kenneth Clark in zijn beroemde boek over de kunstenaar uit 1939. Zo is veel van Leonardo’s werk door de tand des tijds aangevreten of gedeeltelijk door anderen overschilderd. En dan is er ook nog een substantieel deel van zijn oeuvre vernietigd of kwijtgeraakt.

Hoe kun je dan toch met eigen ogen zien wat Leonardo vermocht? Hoe kun je dichter bij deze grote kunstenaar en uitvinder, bij deze ultieme homo universalis komen? Via zijn notities, maar dan moet je vijftiende-eeuws Italiaans kunnen lezen, dat hij bovendien in spiegelbeeld schreef. Of via zijn tekeningen, voor zover bewaard, en die zijn een heel stuk leesbaarder. In tekeningen is er geen taalbarrière, geen latere overschildering en geen nagedonkerde vernis. Je kunt ze tot op een paar centimeter naderen en dan zie je de structuur van het papier waarop Leonardo’s linkerhand ruim vijf eeuwen geleden sporen heeft getrokken met krijt, inkt of metaalstift. Die sporen zijn nog altijd streepje voor streepje te volgen.

Lees ook: Leonardo da Vinci was verzot op monsterlijke gezichten
Vijf bustes van mannen en vrouwen met een in meer of mindere mate misvormd gezicht en drie bustes van een oude man in profiel, ca. 1560 Beeld Royal Collection Trust / Her Majesty Queen Elizabeth II

Café vergroot, tekeningen vergroot

33 tekeningen van Leonardo hangen nu, in aanloop naar zijn vijfhonderdste sterfjaar, op een tentoonstelling in Teylers Museum in Haarlem. Er wordt duidelijk veel bezoek verwacht. De toiletgroep is uitgebreid, het museumcafé is met een tent in de tuin vergroot tot Café Vinci en voor de ingang staat een overkapping om de wachtrij droog te houden. De tentoonstelling is de afgelopen maanden overal groot aangekondigd, en dat is begrijpelijk. Er is veel tijd en geld in gestoken en dat moet worden terugverdiend.

Maar het gevaar bestaat dat het publiciteitsoffensief behalve in het voordeel ook in het nadeel van de tentoonstelling werkt.

Op de affiches en zelfs in de catalogus zijn de tekeningen sterk vergroot weergegeven; in werkelijkheid zijn het meestal kleine bladen. Blaadjes, zelfs, van zo’n zes bij zeven centimeter. De groep Leonardo’s is uitgebreid met tekeningen, prenten en enkele schilderijen van tijdgenoten, leerlingen en navolgers, zodat een presentatie is ontstaan die een grote tentoonstellingszaal en het prentenkabinet beslaat, maar dan nog is het een bescheiden tentoonstelling van werk op klein formaat, die inspanning vraagt van bezoekers die geen oude tekeningen gewend zijn.

Buste van een toornige man met een enorme kin tegenover de buste van een ingetogen vrouw met een misvormd gezicht, beiden in profiel, ca. 1485-90 Beeld Royal Collection Trust / © Her Majesty Queen Elizabeth II 2018

Koppen en gezichten

Het is geen dwarsdoorsnede van Leonardo’s getekende oeuvre, maar een thematische tentoonstelling, toegespitst op zijn studies van koppen en gezichten. Leonardo tekende veel mensenhoofden, opvallend knappe of juist ronduit misvormde, vanuit een wetenschappelijke nieuwsgierigheid maar ook omdat hij meende dat een grote diversiteit aan gezichten de levendigheid van een drukbevolkt schilderij ten goede kwam. Bovendien konden verschillende gezichten en uitdrukkingen worden ingezet bij het vertellen van een verhaal. In Het laatste avondmaal zijn aan de gezichten en handgebaren van de apostelen hun karakters en emoties af te lezen. Ze wáren er althans aan af te lezen voordat die gezichten door de jaren en de restauratoren werden verminkt.

Hoe Leonardo ze bedoeld moet hebben, weten we in sommige gevallen door bewaard gebleven voorstudies. In Haarlem hangen vijf koptekeningen die met Het laatste avondmaal in verband worden gebracht. Daar heb je bijvoorbeeld Judas, de verrader. Zijn hoofd staat op een nek met spieren als boomwortels. Hij heeft een haakneus, een mond alsof er een kunstgebit ontbreekt en een vooruitstekende kin. De plooien boven zijn wenkbrauwen zouden verbazing over Christus’ aangekondigde verraad kunnen uitdrukken, maar die verbazing is dan slecht gespeeld – door Judas zelf of door zijn tekenaar.

Leonardo tekende figuren en gezichten eerder verstandelijk dan liefdevol en betrokken. Hij ging voorzichtig te werk: een scherp profiel is haast nooit in één scherpe lijn getekend, maar in twee, drie lijnen over elkaar. Binnen die omtreklijnen zijn gezichten in foezelige arceringen weergegeven, wat te verwachten viel van de uitvinder van het sfumato, de zachte, modellerende lichtval. Maar modellerend op de vierkante millimeter is hij soms het gehele hoofd uit het oog verloren. Voor een man met grote belangstelling voor ruimtesuggestie en anatomie maakte hij eigenlijk nogal platte, weinig volumineuze koppen en kapsels.

We mogen Teylers Museum dankbaar zijn dat het zoveel schetsen en voorstudies van Leonardo naar Nederland heeft gehaald. Dat uit die tekeningen blijkt dat hij niet de fermste tekenaar van de Italiaanse Renaissance is, is helemaal niet erg – behalve misschien voor wie er door zijn reputatie meer van is gaan verwachten.

Teylers Museum hing een reproductie op ware grootte van Het laatste avondmaal tegenover een blow-up van een zestiende-eeuwse kopie. Dat maakt meer kapot dan het versterkt. Foto Mike Bink

Leonardo-experience

Om de bezoeker ook nog iets groters te bieden, heeft het museum de tentoonstelling opgerekt met een Leonardo-experience. Een van de twee schilderijenzalen waarin normaal gesproken de eigen collectie hangt, is nu leeggeruimd en verduisterd. Wie door een zwart gordijn binnentreedt hoort gewijde muziek en ziet een reproductie op ware grootte van Het laatste avondmaal tegenover een blow-up van een zestiende-eeuwse kopie. Zo’n zaal met twee gigantische reproducties maakt na twee zalen met 91 kleine, verfijnde originelen meer kapot dan het versterkt. Je mist ook echt wat er níet te zien is: de geweldige vaste collectie Nederlandse schilderkunst uit de tweede helft van de negentiende eeuw. Teylers had de nieuwe museumbezoekers die Leonardo trekt nu juist kunnen laten zien wat het óók in huis heeft, niet tijdelijk maar altijd. Die schilderijen zijn minstens zo bezienswaardig als de tekeningen van Leonardo. Ze zijn alleen minder beroemd.

    • Gijsbert van der Wal