Opinie

    • Ellen Deckwitz

Hunebed

Ik zat in een volle tram en een jongetje van een jaar of acht nam plaats in de tweezitter voor me. Die kinderen tegenwoordig, dacht ik bewonderend, helemaal in hun eentje op pad in de grote stad. Vanuit het niets dook er een man met de omvang van een volwassen hunebed op. Hij ging naast het jongetje zitten, met de rug naar hem toe, waardoor de minderjarige klem raakte tussen het tramraam en een voorraad vetrollen waarmee je een doorsnee derdewereldland makkelijk een week zou kunnen voeden. Het jongetje zei niets maar werd steeds bleker waardoor ik op een gegeven moment begon te twijfelen of zijn longen niet werden verpletterd door de menhir naast hem.

„Sorry meneer,” zei ik tegen het Atlasgebergte voor me, „maar de jongeman naast u zit volgens mij niet al te gemakkelijk.”

„Wat?!” riep de man, terwijl hij zich naar me omdraaide met een hand om zijn oor. Arme kerel dacht ik. Morbide obees en dan ook nog eens hardhorend.

„U plet dat jongetje”, riep ik dus maar, waardoor ik meteen de aandacht van de rest van de tram op ons vestigde.

„O dit?”, zei de man, terwijl hij naar het kind wees alsof het een interieurverfrisser was. „Nee joh, dit is gewoon mijn zoon!” Hij begon keihard te lachen en de rest van de tram lachte mee, zo van ha ha ha o het is maar je zoon ha ha ha.

„Het is oké”, zei het jongetje zacht tegen mij.

„Dit doe ik niet met ieder kind hoor!”, lachte de man, en de omstanders proestten het uit.

‘Weet je zeker dat het oké is?”, vroeg ik zacht aan het jongetje. „Ja hoor”, zei hij zachtjes zonder me aan te kijken. De man bleef met zijn rug tegen het jongetje zitten. Het werd nog drukker in de tram. Het jongetje zat op een gegeven moment zo dicht op het raampje dat hij wel vacuüm leek te zuigen op het glas.

De rest van de tramrit zei ik niets. Een halte voor de mijne stapten het jongetje en de vader uit. Het kind keek niet om. De hele dag spookte hij door mijn hoofd. En hoe de rest van de tram het gedrag van de vader had weggelachen. Deden ze dat uit angst? Of was het gewoon onverschilligheid? Misschien maakt het de meesten niet echt uit hoe ouders tegen hun kinderen doen. Is het een onuitgesproken afspraak dat wanneer je je genen aan iemand hebt gegeven, je die persoon mag verpletteren? Zolang de rest maar meelacht, is er niets aan de hand.

Ellen Deckwitz vervangt Marcel van Roosmalen, die maandag 15 oktober weer terug is.

    • Ellen Deckwitz