Hij straalde al het hele jaar niet meer

Alexander Pechtold Aftredend fractievoorzitter D66

‘Missie voltooid’, vindt Alexander Pechtold over zijn tijd in de politiek. Hij maakte D66 weer groot. Maar het afgelopen jaar leek hij moe, er waren affaires. En paste zijn nieuwe rol hem wel?

Alexander Pechtold maakte afgelopen zaterdag zijn aftreden als partijleider en fractievoorzitter van D66 bekend. Foto David van Dam

Alexander Pechtold was op zaterdagmiddag, net voor zijn congresspeech, zichtbaar nerveus. Vertrouwelingen als Roger van Boxtel kwamen hem omhelzen. In de zaal met D66’ers, in de Brabanthallen in Den Bosch, werd de stemming ineens bedrukt. Zou hij toch nú weggaan?

Geruchten over zijn vertrek waren er al maanden. Zijn nieuwe rol, als leider van een partij die meedoet in de regering, lijkt hem minder goed te passen. De politicus die in de oppositie vooral opviel door zijn gevatheid en door zijn scherpe aanvallen op PVV-leider Geert Wilders – ook al in de tijd dat ándere politici nog dachten dat je dat beter niet kon doen – maakte het afgelopen jaar een steeds vermoeidere indruk.

Zo was er zijn optreden in een debat over de dividendbelasting en de beruchte ‘memo’s’: waren die er nu wel of niet? Pechtold had eerder gezegd dat hij die memo’s nooit had gezien. In de plenaire zaal blijft hij, nogal moeizaam, volhouden dat het om „partijstukken” ging van de VVD en dat hij dus niet heeft gelogen. „Wat ik me nu de hele tijd afvraag”, zegt GroenLinks-leider Jesse Klaver zuchtend bij de interruptiemicrofoon, „zou oppositieleider Pechtold genoegen hebben genomen met deze antwoorden?”

Voor Wilders is het daarna makkelijk scoren. Hij komt ook naar de microfoon en zegt: „U liegt alles bij elkaar. Over uw penthouse en nu weer over dit stuk.” Pechtold reageert klagerig. Wilders laat hem niet uitpraten, zegt hij. Wilders speelt op de man. Hij zegt ook dat Wilders „vaak zelf zo onbetrouwbaar” is en dat hij hoopt dat de PVV gedecimeerd wordt. Wilders zegt daarop: „U bent, meneer Pechtold, een heel klein mannetje.”

Het appartement in Scheveningen dat Pechtold had gekregen van een Canadese diplomaat, zonder dat te melden in het geschenkenregister van de Tweede Kamer, was volgens de D66-fractievoorzitter zelf een privézaak. Het werd óók een zwakke plek. En hoeveel ongemakkelijke ‘privézaken’ kan een politiek leider hebben zonder dat zijn partij daar in de peilingen of bij volgende verkiezingen onder lijdt? Of zonder dat zijn eigen partijgenoten denken dat de partij eronder lijdt?

Als íéts een privézaak is, dan is het wel een liefdesrelatie. Toch was het de berichtgeving in Story en Privé, over zijn affaire met een D66-duoraadslid uit Meppel, die Pechtolds positie nog zwakker maakte. In Den Haag zwegen D66’ers erover, buiten Den Haag bleek er onder D66-politici onvrede over te zijn.

Het is een kunst, weet elke oud-politicus, om op tijd te vertrekken uit de politiek. Niet te vroeg – welke successen loop je dan misschien mis? Maar ook zeker niet te laat. Bij Pechtold zelf lijkt dat kunstje te zijn mislukt, al nam hij het besluit afgelopen maart al, zo zei hij zaterdag in zijn afscheidsspeech.

Alexander Pechtold (52) werd geboren in Delft. Na het gymnasium studeerde hij kunstgeschiedenis en archeologie aan de Universiteit Leiden. In 1994 zet hij zijn eerste stappen in de lokale politiek: hij wordt D66-raadslid in Leiden en drie jaar later wethouder. In 2003 verhuist hij naar Wageningen, daar wordt hij burgemeester. Hij wordt ook partijvoorzitter van D66. Eén telefoontje brengt hem in 2005 naar Den Haag: hij mag Thom de Graaf opvolgen als minister voor Bestuurlijke Vernieuwing. De Haagse politiek noemt hij in het maandblad Opzij „vuil en vunzig”, tot grote irritatie van zijn collega’s. Zijn ministerschap geldt als weinig succesvol. Hij wint daarna wel de lijsttrekkersverkiezing van Lousewies van der Laan. Het verschil: 257 stemmen.

Het is de tijd waarin er van D66 weinig meer over lijkt te zijn. De deelname aan het kabinet-Balkenende II, met het CDA en de VVD, is de partij slecht bekomen. In de peilingen staat D66 op nul zetels, bij de verkiezingen in 2006 worden het er drie.

Maar dan groeit Pechtold, die eerder nog ‘kereltje Pechtold’ werd genoemd, uit tot dé oppositieleider. Vooral door zijn felle kritiek op Wilders. Vanaf 2009 valt hij ook op door nieuwe thema’s: de AOW-leeftijd moet volgens D66 omhoog, de hypotheekrenteaftrek juist omlaag, de arbeidsmarkt moet worden hervormd. D66 wil meer aandacht voor Europa, het klimaat. Pechtold trekt zijn partij uit het electorale dal, hij haalt de ene verkiezingsoverwinning na de andere.

Onder zijn leiding verandert ook het imago van de partij: van naïef naar slim en zelfs gehaaid. In de tijd dat het kabinet-Rutte II op zoek moet naar steun van andere partijen, omdat het zelf geen meerderheid heeft in de Eerste Kamer, toont Pechtold zich een gewiekst onderhandelaar. Collega’s die hem daar meemaken vertelden eerder aan NRChoe daar de hele trukendoos openging: stemverheffing, telefoon op tafel gooien, zwaaien met de armen. „Pechtold en theater horen bij elkaar”, zei SGP’er Elbert Dijkgraaf daarover. „Aan tafel lijkt het soms of alsof de tv-camera’s nog draaien. Die uitbundige stijl is heel effectief.”

Of het nu alleen de nieuwe rol was, als leider van een coalitiepartij, die Pechtold het afgelopen jaar anders maakte, minder fel en energiek? Al vanaf het begin van de kabinetsformatie maakt Pechtold op de andere partijen aan tafel een wat ongeïnteresseerde, vermoeide indruk. Hij kijkt veel naar het plafond, naar zijn telefoon.

In Rutte III heeft D66 zes bewindslieden, de partij zit met 19 zetels in de Tweede Kamer. Maar Pechtold straalt niet meer. Pijnlijk is vooral de afschaffing van het raadgevend referendum, waar zijn partij groot voorstander van was.

In juli van dit jaar zegt schrijver en oud-D66-leider Jan Terlouw in NRC dat de D66-fractie „angstig” doet over de krappe meerderheid van Rutte III in de Tweede Kamer. „Pechtold”, vindt Terlouw, „stelt zich wel heel erg op als de hoeder van het kabinet.” Terlouw denkt terug aan zijn eigen vertrek en zegt: „Toen ik er zo lang had gezeten als Pechtold merkte ik: de kritiek neemt toe, journalisten vinden je niet meer nieuw.” Niks aan te doen, zegt Terlouw, je hebt als politicus nu eenmaal een „houdbaarheidsdatum”.

Die zomer is de D66-top daar boos over. Terlouw, blijkt nu, had wel gelijk.

    • Petra de Koning
    • Barbara Rijlaarsdam