Recensie

Dirk Ayelt Kooiman schreef bewust gekunstelde literatuur

Necrologie Schrijver Dirk Ayelt Kooiman (1946-2018) was een gangmaker van het ‘academisme’. Spelen met tijd, spiegelingen en wisselend perspectief waren voor hem manieren om vervreemding te benadrukken.

Dirk Ayelt Kooiman in 2007. Foto Vincent Mentzel

Dirk Ayelt Kooiman, die op 2 oktober in zijn woonplaats Amsterdam overleed, behoort tot de beste en interessantste schrijvers van Nederland, maar zal vooral bekend blijven door zijn roman Montyn (1982). In dit boek reconstrueert hij op grond van honderd uur bandopnames het bijna surrealistische levensverhaal van de Nederlandse schilder Jan Montyn, die in de Tweede Wereldoorlog in Duitse krijgsdienst een avontuurlijk soldatenbestaan leidde. Het boek, dat afrekent met het zwart-witbeeld van de oorlog, beleefde herdruk op herdruk.

In wezen was Montyn een thematisch vervolg op een eerdere roman: De vertellingen van een verloren dag (1980). Hierin wordt de hoofdpersoon op een ingenieuze manier met zijn verleden in de Tweede Wereldoorlog geconfronteerd. Daarnaast trekt Kooiman parallellen met het heden, waarbij hij de oorlog als de vernietiging van het humanistische verleden beschouwt. Naoorlogse generaties konden volgens hem de door die verwoestingen ontstane leegte alleen overwinnen door een nieuwe identiteit te creëren.

NRC interviewde de schrijver in 2007: ‘De lezer moet zelf in het verhaal zitten’

Na zijn kritisch ontvangen debuutbundel Manipulaties (1971) brak Kooiman door met zijn eerste roman Een romance (1973), die door Gerrit Komrij de beste roman van de eeuw werd genoemd, waarmee hij het boek de grond in boorde. Een jaar later richtte hij samen met Thomas Graftdijk het literaire tijdschrift De Revisor op.

Academisme

Kooiman wordt beschouwd als de gangmaker van het ‘academisme’, waartoe ook Doeschka Meijsing, Frans Kellendonk en Nicolaas Matsier worden gerekend. Deze stroming hield zich verre van anekdotisch realistische schrijvers als Maarten ’t Hart, J.M.A. Biesheuvel en Mensje van Keulen en benadrukte het gekunstelde van literatuur. Zijn roman De grote stilte (1975) werd bekroond met de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs.

Kooimans hoofdpersonages zijn vaak mannen die zichzelf en hun verhouding tot de werkelijkheid als problematisch ervaren. Twijfels en onzekerheid zijn het gevolg van die levenshouding. In zijn boeken leidt dat tot een hoge mate van gestructureerdheid en gekunsteldheid: spelen met de tijd, spiegelingen in motieven en personages, verschillende vertelperspectieven die de vervreemding moeten benadrukken. Overduidelijk is de invloed van schrijvers als Witold Gombrowicz, Vladimir Nabokov en Peter Handke.

Zijn ‘zoekende’ romans en verhalen vereisen behoorlijk wat inspanning van de lezer, maar die krijgt er altijd iets bijzonders voor terug. „Ik vraag mij steeds weer af waar de kiemen van het onheil zitten”, zei hij over zijn werk.

Na Montyn volgde een schrijverscrisis, die hem jarenlang tot weinig bracht. Wel schreef hij in die tijd filmscenario’s voor De smaak van water (1982) van Orlow Seunke en voor De dream (1985) van Pieter Verhoeff, maar daar bleef het bij.

In de romans De afwezige (1990) en De terugkeer (1996) behandelt hij die artistieke crisis. Ook grijpt hij voor het eerst terug op zijn eigen verleden, als zoon van een hoogleraar kerkgeschiedenis, die grote verwachtingen van zijn zoon had.

In Victorie (2001) is van elke ingewikkelheid geen sprake meer. Realistischer kan een satirische roman, over een man die door zijn vriendin het huis is uitgezet en nu met veel drank in een caravan op een Waddeneiland tot rust probeert te komen, niet zijn. Het was alsof de schrijver Dirk Ayelt Kooiman zichzelf opnieuw had uitgevonden.

    • Michel Krielaars