De pitbull van Piet beet Mo’s been kapot

Wie: Piet B. (54) en Marcello de L. (34)

Kwestie: mishandeling met hond

Waar: politierechter Utrecht

De foto’s in het strafdossier liegen er niet om. Schaafwonden in het gezicht. Een opengebeten kuit. Een gasalarmpistool en hulzen van knalpatronen. Plus een stok met daaraan vast getapet scherpe messen, klaargelegd voor het geval de belagers zouden terugkomen.

Het was op een januariochtend vorig jaar oorlog in het huis van Piet. Hij had om half vijf ’s ochtends in paniek zijn maten Joey en Marcello gebeld, die stonden te feesten in Amsterdam. Of zij onmiddellijk naar Hilversum konden komen. Piet werd bedreigd door Mo vanwege „ruzie over spullen”. Mo zou bij Piet ‘de boel komen verbouwen’.

Zodoende zaten Marcello en Joey bij Piet en zijn vriendin op de bank toen de bel ging. Het was Mo met in zijn kielzog een vriendin en een onbekend gebleven ‘kleerkast’. Piet opende de voordeur en direct liep het in de hal uit de hand tussen Mo en Piet en later Marcello. „Piet ging Mo klappen”, vertelde Piets vriendin de politie. Alleen: wie begon? Wat deed Marcello? En wie is verantwoordelijk voor de beenwond?

Piet schoot met zijn pistool in de lucht en dreigde Mo „dood te maken”. Over en weer werd gestompt, getrapt en geslagen in aanwezigheid van Marcello. Intussen had Piets pitbull het been van Mo te pakken terwijl Piet riep: „Hou vast.” Totdat Marcello Mo bij zijn nekvel greep en hem de straat op schopte.

Rondvliegende kogels

De politierechter behandelt de twee strafzaken op dezelfde zitting. Marcello, een gedrongen stukadoor, is eerst. De rechter moet weten dat hij „niet vrijwillig bij Pietje was: ik reed met Joey mee.” Pas toen het schot klonk, liep hij de hal in en heeft hij Mo een trap in zijn onderrug verkocht en hem aan zijn nekvel de deur uitgebonjourd. „Voor onze veiligheid. Je hoort wel vaker dat iemand door rondvliegende kogels wordt geraakt.”

Marcello en zijn advocaat beroepen zich op noodweer. Maar daar wil de officier van justitie niet aan. „Als u bang bent voor rondvliegende kogels, waarom rent u dan niet weg?” Marcello: „Ik had de kans ze uit elkaar te halen.” De officier snuift opzichtig: „Maar u had toch speed op?” „Ja, maar dat was uren daarvoor.”

De officier van justitie acht Marcello schuldig aan een poging tot zware mishandeling. Zo vertelde Piet de politie dat Marcello Mo wel „vijf, zes keer” heeft geschopt en geslagen. Bovendien ging Marcello eerder de fout in: hij werd veroordeeld voor mishandeling en moest zijn rijbewijs inleveren omdat hij met harddrugs op ging autorijden.

Piet – met mishandeling op zijn strafblad – is er niet. Van zijn weekgeld van 70 euro kan hij de reiskosten niet betalen, vertelt zijn advocaat. Piet woont in Delfzijl en heeft een bewindvoerder. Hij zorgt voor zijn geestelijk en lichamelijk gehandicapte vriendin en is zelf verstandelijk beperkt.

De beenwonden zijn Piet niet aan te rekenen, betoogt zijn raadsman. Het was een hond die ervoor zorgde. De hond hapte op eigen initiatief in het been en beet. Piet kon onmogelijk zijn hond onder controle houden toen hij in zijn eigen woning werd aangevallen en vastgehouden.

Dat bestrijdt de officier. Piet had zijn vechthond wel onder appèl moeten hebben. „Toen verdachte riep ‘hou vast’, droeg hij bij aan mishandeling met zichtbaar letsel tot gevolg.” Als de advocaat wijst op het feit dat de vriendin moet verhuizen naar een instelling als Piet de cel in moet, spreekt de officier over „krokodillentranen. Dat had meneer zich vooraf moeten realiseren.”

Beide mannen zijn schuldig aan mishandeling, oordeelt de rechter. Noodweer verwerpt ze omdat „geen sprake was van ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding”. Omdat Marcello zijn maximale taakstraf erop heeft zitten, krijgt hij een maand voorwaardelijke celstraf, met een proeftijd van twee jaar. Piet wordt veroordeeld tot een werkstraf van 180 uur met twee jaar proeftijd voor bedreiging, mishandeling met hond en wapenbezit. „Meneer is in zijn eigen huis aangevallen maar koos er zelf voor zijn belager binnen te laten. Hij begon met schieten en had zijn hond onvoldoende onder controle. Hij had niet ‘hou vast’ moeten roepen.”

    • Wubby Luyendijk