Opinie

    • Lotfi El Hamidi

Niet alle Joden pakken hun koffers

Voor rabbijn Tamarah Benima is het al gedaan met het Europese jodendom. Dat was de enige conclusie die ik uit haar interview in de Volkskrant afgelopen vrijdag kon trekken. Behalve de algemene desinteresse in Joden heeft Europa volgens haar met het binnenhalen van migranten (die „antisemitisch gebrainwasht” zijn) Joden een laatste duw gegeven. „Er is geen [toekomst]perspectief. De vraag: ‘Moeten we al vluchten? Waar gaan we dan heen?’ is nooit ver weg onder joden.”

Zo veel pessimisme liet me niet onberoerd, dus besloot ik de volgende ochtend de synagoge van de Liberaal Joodse Gemeente te bezoeken, in de deftige Rotterdamse wijk Hillegersberg. Niet mijn eerste bezoek aan een sjoel, wel de eerste keer dat ik een sjabbatdienst bijwoon. Een gemoedelijke sfeer, niet al te druk; de belangrijkste feestdagen zijn net achter de rug. Een schril contrast met het beeld buiten, waar de zware beveiliging inmiddels bij het straatmeubilair lijkt te horen. Een triest gegeven na de golf van aanslagen de afgelopen jaren in Europa.

„Toen ik vanuit Israël hiernaartoe verhuisde, hebben mijn ouders gezegd: laat niet merken dat je Joods bent”, zegt vaste bezoeker Judith Grossman (70). „Maar ik ben in vrijheid geboren, die lading van angst heb ik niet.” Toch maakt ze zich nu wel zorgen, vooral om haar kinderen en kleinkinderen. Vertrekken is niet aan de orde, ook al is het „een fijne gedachte dat Israël een land is waar Joden altijd naartoe kunnen”.

Voor rabbijn Albert Ringer lijkt het alsof Joden alleen interessant genoeg zijn „als ze op het punt staan om massaal hun koffers te pakken”. Die indruk kreeg hij tenminste na talrijke telefoontjes sinds de aanslagen van Parijs en Brussel. Het heeft volgens hem ook nog eens een klassieke antisemitische ondertoon: de Jood als angsthaas, eeuwig op de vlucht. Ook dat draagt bij aan de unheimische sfeer binnen de gemeenschap.

Het eeuwenoude spook van Jodenhaat, ook in ‘nieuwe’ jassen, zou andere minderheden alert moeten maken. „Als je kwaad hoort spreken over Joden, spits dan je oren, dan gaat het over jou”, zei de antikoloniale denker Frantz Fanon.

Dat geldt ook omgekeerd, leer ik van de rabbijn. „Als je kijkt naar het laatste initiatiefwetsvoorstel van Wilders [‘Wet op het verbod van bepaalde islamitische uitingen’, LEH], dan lees ik daar weinig over. Daar wordt toch wel een behoorlijke grens overschreden. Zou het om Joden gaan, dan had ik mijn koffers wél ingepakt.” Hij maakt zich daarom ook geen illusies na het laatste veiligheidsrapport over rechts-extremisme, waarin de AIVD schrijft dat het antisemitische gedachtengoed is verschoven naar de strijd tegen de islam. „Het klassieke antisemitisme is er nog steeds, ze hebben alleen moslims erbovenop gezet.”

Voorzitter Leopold Hertzberger wijst mij erop dat we het nu alleen maar over antisemitisme hebben, terwijl „er geen sprake is van virulent antisemitisme” in Nederland. „Dus vertel eens, wat vond je van de sjabbatdienst?”

Lotfi El Hamidi (L.elHamidi@nrc.nl@Lotfi_Hamid) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.

    • Lotfi El Hamidi