Je bent welkom in Harkema. Maar zet geen grote mond op

Dorpsportret Vanaf maandag staan de 34 snelwegblokkeerders die vorig jaar een actie tegen Zwarte Piet verhinderden, voor de rechter. Harkema is trots op aanvoerder Jenny Douwes, telg uit het dorp.

Miniatuurmolen in een tuin in het Friese Harkema. Kees van der Veen

Klaas Mozes heeft het vier jaar geprobeerd. Twee voetbalclubs telde zijn dorp, het Friese Harkema, op viereneenhalfduizend inwoners. Aan Mozes, 50 jaar, ingenieur van beroep, de missie om ze tot één succesploeg samen te smeden. Bij de jeugdteams ging het even goed, maar toen begon de oude garde zich te roeren. „Daar kwam zoveel sentiment naar boven, dat onderschat je.”

Tussen de rood-witten van Harkemase Boys en de groen-gelen van VV Harkema-Opeinde zijn alle oude wonden weer opengereten. Zelfs de junioren trainen niet meer samen. Misschien had hij beter moeten weten, zegt Mozes. Hij kent het dorp goed, zijn overgrootvader was erbij toen hier de eerste stenen huizen verrezen. „Als er strijd geleverd moet worden, zeggen wij niet: dat doe ik de volgende keer wel.”

Deze week begint de rechtszaak tegen 34 mannen en vrouwen die vorig jaar een demonstratie tegen Zwarte Piet bij de landelijke Sinterklaasintocht in Dokkum blokkeerden. Bij het Friese Oudehaske stuurden ze hun auto’s op de A7 pál voor drie bussen vol actievoerders van Kick Out Zwarte Piet en trapten op de rem. Muurvast stond het verkeer, en toen alles weer op gang kwam, was de demonstratie uit angst voor verdere ongeregeldheden verboden. De blokkeerders werden thuis als helden onthaald.

Twee mannen nemen samen de dag door.

Kees van de Veen
De kraam van vishandel Mattie in het centrum.
Kees van de Veen

Foto: Kees van de Veen

De Friese wimpel
Kees van de Veen

Geen wonder, zeggen ze aan de toonbank van een winkel in het dorp, dat het tegenprotest begon met een oproep van Jenny Douwes, hún Jenny Douwes, die aan de rand van Harkema haar bedrijf in hoogwerkers en heftrucks drijft en het dorp vervult met trots. „Jenny is een lekkere rasechte Harrekiet”, zegt de winkelier. Ze geeft haar naam, maar wil die bij nader inzien liever toch niet in de krant, bang voor de reacties van dorpsgenoten.

Het was Douwes die op Facebook voorstelde „met auto, vrachtwagen, motor, paard en wagen of trekker” de actievoerders de weg naar Dokkum te versperren en zo de tegenactie aanzwengelde. Als enige staat ze in de rechtbank van Leeuwarden daarom niet alleen terecht voor het blokkeren van de openbare weg, ‘dwang in vereniging’ en het verhinderen van een betoging, maar ook voor opruiing. Drieduizend pagina’s telt het gehele strafdossier (voor alle verdachten).

„Wat haar is gebeurd, kan iedereen hier overkomen”, denkt de winkelier, een voorgesneden tarwebrood in de hand. Want zoals Jenny Douwes, zo vind je er hier meer in het dorp. Recht voor hun raap, onvermurwbaar, strijdbaar. „Heb je een mening, dan ga je daar niet van weg.” En dat haar digitale oproep tot actie in het dorp zóveel bijval kreeg, dat kon je verwachten. „Delen, delen, delen. Da’s ook typisch Harkema: jongens, áctie.”

In de heisa na de snelwegblokkade werd Douwes uitgeroepen tot ‘Grutte Pier van Harkema’. Maar was haar dorp inderdaad een bastion van Fries verzet tegen de arrogantie en betweterigheid van de Randstad, zoals De Telegraaf beweerde? „Zelden werd de kloof tussen Randstad en provincie zo zichtbaar als in Slag om Dokkum”, schreef de krant.

Hoongelach in cafetaria ’t Heideroosje. „Ze kunnen wel overdrijven, daar in de Randstad.” „Het is eigenlijk meer: Harkema tegen de rest”, zegt Harrekiet Allard van den Bosch bij de bushalte.

NRC reisde vorig jaar mee met de demonstranten in de bus: En dan, op de A7, snijdt een auto de anti-Pietcolonne af

Knokken en sporten

Het is vijf uur ’s middags, stil op straat, etensgeur in de lucht. Harrekieten schuiven vroeg aan tafel, om half zes of zes uur moet je fris op de sportvelden staan. Gezegend is het dorp met een korfbalclub, een volleybalvereniging, een tennisveld, een manege, een overdekte sporthal en twee voetbalclubs op voet van oorlog. Fietsende pubers met sporttas op de rug ploegen door de vroege avond. „Niet om even te bewegen”, zegt Klaas Mozes, „maar om te wínnen”.

Anderhalve eeuw geleden was het hier nog kaal en leeg. Harkema is geboren als heidedorp, net als het verderop gelegen Twijzelerheide, de woonplaats van negen van de snelwegblokkeerders die deze week voor de rechter komen. Armoedige gemeenschappen, ontstaan rond 1900, toen arbeiders uit de omgeving op de hei hun plaggenhutten bouwden en werk vonden bij herenboeren en fabrieken in de buurt. Heel anders dan Drogeham of Surhuisterveen, statige boerendorpen zuchtend onder hun kerken.

In Harkema was je geen herenboer, maar knecht, mollenvanger of zwartwerker. Handige lui – bouwvakkers, metselaars, stratenmakers – die zelf hun huizen bouwden met hulp van de buren, dat scheelde zo de helft van de prijs. Het leverde de dorpelingen een reputatie op die tot verder buiten de Friese Wouden doorzong. Saamhorige rauwdouwers, harde werkers met een rafelrandje, messentrekkers met wie je geen bonje moest hebben.

Met dat geweld valt het mee, vertelt de winkelier, en de klanten knikken mee. Ja, vróéger, toen stonden elke maandag busjes van de politie op de hoek om de raddraaiers van het weekend op te halen. Van een gezicht vol glasscherven keek je in de kroeg niet op. Maar dat is voorbij. „Wat ze vroeger met knokken deden, steken ze nu in het sporten.”

De felheid en de groepsgeest zijn er niet minder om geworden. Wie niet in de mal past, die mag het voelen, ook onderling. Kris van der Veen groeide op in het dorp, waar hij bespot werd om zijn homoseksualiteit, zijn anders-zijn. „Ik werd een mikpunt”, vertelde hij in 2014 aan NRC. „Geschopt en uitgescholden, getrapt en uitgelachen.”

Saamhorigheid gedijt bij gedeelde vijanden, ook hier in Harkema. De twee kerken krimpen al jaren, maar weigeren te fuseren. Bij het voetbal is de scheur die door het dorp loopt al even diep. „Er is maar één vraag die er hier toe doet”, zegt een man met witte haren onder een honkbalpetje op de heide. „Zit je bij de Boys of bij Opeinde?”

Wie kiest voor het rood-witte tenue van de Harkemase Boys, uitkomend in de hoogste regionen van het amateurvoetbal, die kiest tégen het groen-geel van Harkema-Opeinde. De rivaliteit bestaat in de plaatselijke herinnering al sinds het begin der tijden. En toen de lijmpoging twee jaar geleden mislukte, ging het van kwaad tot erger. Het hele dorp werd meegezogen. Twee leden van rivaliserende teams in je zaak, dat wilde je niet, dat werd heibel in de tent.

Klaas Mozes zoekt nog steeds naar het waarom. „Je doet de dingen samen. En dan komt het erop aan en dan staat ieder voor zijn eigen.”

Geen ruimte voor voorbijgangers

Wat bindt, is de buitenwereld. Die versimpelt en stereotypeert Harkema, probeert zijn normen aan de Harrekieten op te dringen. Als het aan een stel naoorlogse ambtenaren had gelegen, bestónd Harkema zelfs niet of nauwelijks meer, weggesaneerd wegens overlast door „massajeugd”.

Harkema, schreven pedagogen in een rapport uit 1953, was „een berucht dorp”, in de ban van alcohol, overspel en inteelt. Een baldadig en ongemanierd volkje, luidt de diagnose in Maatschappelijke verwildering der jeugd. „Men maakt geen ruimte voor voorbijgangers.”

In reactie op dat soort vooroordelen tonen de Harrekieten zich plotseling opvallend eensgezind. Natuurlijk is iedereen welkom, hoor je aan de winkelbalie, je moet alleen de mores leren kennen. Sport, vrijwilligerswerk, het dorpscafé. „Dan kom je ertussen”, weet Diana de Jong, die met shirt en horloge in panterprint de voorgesneden volkorenbroden opdient. Een jaar werkt ze nu in Harkema, al blijft ze een nieuwkomer uit Surhuizum – vier kilometer over een kaarsrechte weg, maar een andere wereld. Ja, Harkema is wennen, totdat je verwelkomd en geaccepteerd bent. Dan voel je je er thuis en is het een klein dorp met een woningnood zoals ze die ook in de grote stad hebben, merkt Diana, die best wil verhuizen. „Maar voor starters is hier niets.”

Een kloof tussen Harkema en het Westen? Mozes ziet ’m niet. Genoeg import uit de Randstad die hier in de loop der jaren is gaan wonen. „Maar je moet je wel aanpassen”, voegt hij toe. „Want dit is van ons.”

Sportschool Big Boss Gym.

Foto: Kees van de Veen

Dat betekent: afblijven van ingesleten patronen, behoedzaam omgaan met verandering. Dus houdt Harkema vast aan twee kerken en twee voetbalteams op één lap grond. In de sterke verhalen aan de toog van het café zijn Harrekieten dezelfde messentrekkers als voorheen. En op de twee plaatselijke basisscholen is Zwarte Piet zwart.

Met een kloof tussen Harkema en Randstad heeft dat niets te maken, bezweert de winkelier. „Ábsoluut niet.” Noem het liever stad tegen dorp, of Harkema voor zich. Ooit werkte ze zes maanden in Leeuwarden, in de winkel van haar broer. „Zei je daar goedendag, dan keken ze weg.” Doodongelukkig werd ze ervan.

Dan liever Harkema. Daar ken je elkaar, groet je elkaar, rooi je het samen. Máár: „Je moet niet uit een ander dorp hier een grote bek opzetten.”

Lees ook de column van Tom-Jan Meeus, over de kloof tussen stad en platteland Kloofhoop, de nieuwe Hollandse ziekte

Correctie (10 oktober 2018): In een eerdere versie van dit stuk werd gesproken over een ‘loodrechte’ weg. Bedoeld werd een kaarsrechte weg. Dat is hierboven aangepast.

    • Rik Rutten