Opinie

D66-leiderschap

Alexander Pechtold laat een indrukwekkende erfenis achter

Er bestaat voor politiek leiders geen goed moment voor vrijwillig tussentijds vertrek. Dat blijkt opnieuw bij de aankondiging van D66-leider Alexander Pechtold, zaterdag op het congres van zijn partij, dat hij met onmiddellijke ingang vertrekt. Het hing natuurlijk al lange tijd in de lucht dat hij eerder vroeg dan laat zou opstappen, maar tussen verwachting en daadwerkelijke stap ligt zeker in de politiek een hobbelige weg met vele zijpaden.

Pechtold heeft gekozen voor de koninklijke weg door zijn aftreden op het ledencongres, het hoogste orgaan van de partij, bekend te maken. Het waren ook de leden die hem in 2006, zij het met een weinig overtuigende meerderheid, als politiek leider aanwezen.

Minder koninklijk is dat Pechtold, die bij de verkiezingen van maart vorig jaar 863.887 stemmen op zijn naam kreeg, eveneens per direct de Tweede Kamer verlaat. Een plaats op het achterste bankje om zijn termijn uit te zitten was voor een politicus met zijn staat van dienst voor zijn fractie, maar ook voor het parlement als geheel te prefereren geweest.

Pechtold laat een indrukwekkende politieke erfenis achter. Hij bracht zijn in 2006 ten dode opgeschreven partij, die toen bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer nog maar drie zetels kreeg, terug in het centrum van de macht. Dat werd in Den Haag pas het afgelopen jaar vertaald in regeringsdeelname. Maar Pechtold heeft bewezen ook vanuit de oppositie grote invloed op het landsbestuur te kunnen uitoefenen. De diverse akkoorden met de constructieve oppositie, waardoor de kabinetten-Rutte verder konden, zijn voor een belangrijk deel aan hem te danken.

Dom en beschadigend voor Pechtold en zijn partij was diens verkrampte reactie op de ontstane commotie rond het niet opgeven van een aan hem geschonken flat in Scheveningen. Het leek op het gedrag van iemand die ergens te lang zit.

Ten slotte was Pechtold vooral de man die een – helaas steeds meer eenzame – hoeder was voor de stijl en toon van het debat in het parlement. Waar anderen kozen voor zwijgen tegenover de platte en xenofobe uitingen van een politicus als Geert Wilders (PVV) ging Pechtold de confrontatie aan. Daar had hij weliswaar zelf electoraal baat bij, maar het was beter dan het beschamende zwijgen van veel anderen.

Pechtolds vertrek betekent dat na Halbe Zijlstra wederom een van de architecten en steunpilaren van het derde kabinet Rutte is weggevallen. Daarmee is het vertrek van Pechtold een fors probleem voor meer dan alleen D66.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.