Recensie

Huub Stapel speelt King Lear gedreven

Recensie

Het spel in King Lear van Toneelgroep Maastricht is sterk, de regie wat minder.

Huub Stapel als King Lear en Porgy Franssen als Gloster, wiens ogen zijn uitgestoken. Foto Ben van Duin

‘Ze had altijd al een zachte stem”, fluistert de oude koning Lear bij het dode lichaam van zijn jongste dochter, Cordelia. Ondanks alle waanzin en gekrenkte trots hoopt hij op een wonder, maar vergeefs. Haar zachte stem zwijgt voorgoed. Deze verstilde scène aan het slot is een van de allermooiste uit King Lear door Toneelgroep Maastricht met een gedreven acterende Huub Stapel in de hoofdrol.

In de regie van Servé Hermans is Shakespeares tragedie grauw en grimmig. De première vond zaterdagavond plaats in de gloednieuwe Papyruszaal van Theater aan het Vrijthof. Wilfried de Jong als de nar gooit in de openingsscène een microfoon hoog in een bunker, waar Lear aantreedt om zijn rijk te verdelen onder zijn drie dochters in ruil voor een liefdesverklaring. Hij rolt een schoolkaart van Limburg open: dat deel krijgt de oudste, dit de middelste. En Cordelia, de jongste? Die liegt niet uit vleierij en Lear verstoot haar. Stapel, gekleed in hardblauwe generaalsjas, zet meteen de toon: hard, opvliegend, nooit de lieve oude man zoals eerdere Lears. Zijn ongeduld spreidt zich als een bloedvlek uit.

Nodeloos omslachtige regie

Het verhaal is feitelijk glashelder, toch maakt Hermans er af en toe een nodeloos omslachtige regie van. Er zitten flauwiteiten in als een oorlogsvliegtuigje dat met een berkenboom als luchtafweergeschut wordt bestookt. En meer grollen die niet passend zijn bij het drama. De dochters Goneril (Sylvia Poorta) en Regan (Mieneke Bakker) zijn zó serpentachtig, dat ze eendimensionaal worden. Juist als ze fataal-verleidelijk waren geweest, werkte hun geveinsde vaderliefde sterker. Elisabeth De Loore als Cordelia heeft weliswaar een kleine rol, maar daarin excelleert ze, puur en beheerst. Ook Porgy Franssen als Gloster, wiens ogen uitgestoken worden, geeft zijn rol een oprechte tragiek. Als hij met zijn eigen, ook al verstoten zoon Edgar alias Arme Tom tastend naar de uiterste rand van de kliffen van Dover doolt, is dat indrukwekkend: de toeschouwer ziet de duizelingwekkende diepte voor zich. Franssen acteert zo knap alsof hij die diepte ook ziet, in zijn blindheid.

In veel regies van King Lear is het spiegelverhaal van Gloster en zijn zonen sterk bekort. Nu is dat anders: Dirk Roofthooft als Arme Tom krijgt in de laatste bedrijven alle ruimte zijn personage vol radeloos verdriet en gekte uit te beelden. Hij maakt groteske bewegingen en raaskalt over demonen die hem achtervolgen. Toch is hij scherp van geest in zijn gespeelde waanzin. Aan het slot hult hij zich in de koningsmantel en spreekt hij met rauwe, doorleefde stem zijn verwachtingen uit over een nieuwe tijd die „hopelijk getuigt van erbarmen”.

Verstikkend mooi ‘Heartbreak Hotel’

De oude Lear voelt zich aangetrokken tot deze Tom die zich verschanst tussen berkenbomen en daarbij verstikkend mooi Heartbreak Hotel zingt: „I’m so lonely I could cry.” Stapel vraagt de eenzame Tom of hij dochters heeft die hem met „waanzin hebben geslagen”. Dit is een groots spelmoment, net zoals die tussen Lear en Cordelia. Omdat er menselijke waarachtigheid uit spreekt temidden van te veel overdaad.

    • Kester Freriks