Tegelpatronen

Niet elk werk kan op een pronkplek in het museum hangen. Wim Pijbes kiest elke maand een stille schat, en volgt daarbij de seizoenen.

Vandaag:

hier heerst de consequente drang de zaken te willen ordenen

Foto Merlijn Doomernik

Over design gesproken: ik wil het met u hebben over de vloer. Want de vloer lijkt het ondergeschoven kind in het interieur. En uitgerekend de vloer neemt op Hollandse schilderijen een prominente plaats in. Hier speelt zich op zorgvuldig afgepaste tegelpatronen het dagelijks leven af, tussen binnen en buiten, tussen licht en donker, en tussen goed en slecht. Zo kijken wij vanuit Nederland naar de wereld. Waarin de onze zich beweegt binnen de vastgestelde kaders van rust, reinheid en regelmaat. Hier heerst de consequente drang de zaken te willen ordenen, en in hokjes stoppen. Dat zien we ook terug in het ontstaan van het Nederlandse landschap. Een opgeruimd land met polders, tussen dijken en kanalen.

De 17de-eeuwse schilder en theoreticus Samuel van Hoogstraten, de vermoedelijk schilder van dit perspectiefkastje, schreef dat meten en ordenen het allerhoogste was. Mathematische ordening als artistieke uiting. De tegelvloer is dus veel meer dan slechts een compositorische ondergrond of decoratieve drager van de geschilderde voorstelling. De vloer vervult de stille hoofdrol in talloze composities van schilders als Pieter de Hooch of Johannes Vermeer. En een curiosum in dit genre vormt de zogenaamde perspectiefkast, waarvan er op de wereld slechts zes bewaard zijn, waarvan eentje in Nederland. En dat is deze, opgesteld in het intieme Museum Bredius aan de Vijverberg in Den Haag. Het lijkt er altijd of je bij de verzamelaar op bezoek bent.

De geboende tegelvloer staat onmiskenbaar symbool voor het ordelijke leven dat zich erop afspeelt, of zou moéten afspelen. De huiselijke regelmaat, weerspiegeld in het ritme van de gelijkmatig gelegde tegels. Deze geschilderde interieurs vormen het domein van de vrouw en haar dagelijkse beslommeringen. Er is bij mijn weten nog nooit een studie naar verricht, maar de bezem in de schilderkunst (die we ook hier zien) levert nergens meer treffers op dan bij de Hollandse meesters. De bezem veegt immers schoon en staat symbool voor een zuiver geweten. Zolang de boze buitenwereld buiten de deur kon worden gehouden, door op z’n minst het eigen huis schoon te houden, komt het met de bewoners ook goed. De rigide wijze waarop de tegelvloer is toegepast, zegt veel over hoe wij, Nederlanders, letterlijk de wereld zagen. Het verkavelingspatroon van de Beemster of recenter, de Noordoostpolder, is in wezen niets anders dan een extreme vergroting van de zwart-witte tegelvloer. En wie als toerist het Nederlandse luchtruim invliegt, ziet in de dijken, polders en verkavelde weiden een voorbode van de geschilderde interieurs in onze musea.

    • Wim Pijbes