Montserrat Caballé: een wonder van een stem

Montserrat Caballé 1933-2018 De sopraan behoort tot de grootste sterren van de opera, door haar rijkgeschakeerde stem en superieure techniek. Met Freddie Mercury maakte ze met ‘Barcelona’ een uitstapje naar de popmuziek.

Foto Pascal Guyot/AFP

Ze kon ragfijne hoge noten boven muziek laten uitzweven: de Catalaanse sopraan Montserrat Caballé, die zaterdag op 85-jarige leeftijd in een ziekenhuis in Barcelona is overleden. Haar wonderschone geluid en fabelachtige techniek worden tot op de dag van vandaag geroemd.

Maria de Montserrat Viviana Concepción Caballé i Folch werd in 1933 geboren in Barcelona. De kleine ‘Montse’ luisterde vaak met haar vader naar opera, en zong al op jonge leeftijd mee.

Hoewel haar ouders er eigenlijk geen geld voor hadden, kreeg Caballé zangles. Maar haar vader raakte in 1949 werkloos en het gezin werd uit huis gezet omdat ze de huur niet konden betalen. Caballé vond werk en had geen tijd meer voor zanglessen. Een oom raadde aan een mecenas te zoeken. Die werd gevonden in de kunstminnende rijke Catalaanse familie Bertrand. Caballé kon haar zangstudie op het Liceu-conservatorium in Barcelona voortzetten. Ze kreeg er streng onderricht in zang- en ademtechniek, wat haar in haar latere carrière goed van pas kwam.

Nadat ze in 1954 cum laude was afgestudeerd, deed ze audities in Rome – waar haar werd verteld dat ze beter naar huis kon gaan, trouwen en kinderen krijgen. Maar in het Zwitserse Basel zag men wel iets in de jonge Spaanse. In 1956 debuteerde ze als Mimì in Puccini’s La Bohème. De erop volgende jaren maakte ze zich het Duits meester, en zong er ook Duitstalige Mozartrollen, plus de ijzingwekkende Salome in Richard Strauss’ gelijknamige opera, een rol die altijd een van haar favorieten is gebleven.

Waanzinscène uit Il Pirata van Donizetti

Een stem als een godsgeschenk

In Europa rees haar ster en het aantal rollen dat ze zong snel. Uiteindelijk zou ze zo’n negentig verschillende partijen zingen, van Bellini tot Strauss, van Verdi tot Wagner, een opmerkelijk veelzijdig repertoire.

In 1959 kwam ze voor het eerst naar Nederland, om bij ‘De Nederlandsche Opera’ Puccini’s Tosca te zingen. De recensent van het Algemeen Handelsblad was niet helemaal overtuigd: „Zonder dat zij ons het opwindende gevoel van de grote ontdekking kon bezorgen, hebben wij toch geluisterd naar een vertolking die vocaal en artistiek uitzonderlijke kwaliteiten bezat.” Maar als actrice voldeed ze minder: „Haar Tosca was weifelend en ’n beetje meisjesachtig, niet de vrouw die door liefde en haat tot het uiterste wordt gedreven.”

Dergelijke kritiek bleef haar achtervolgen: de stem was „rijkgeschakeerd”, „een godsgeschenk” zelfs, de techniek „superieur”, maar „helle vreugde” en „persoonlijke betrokkenheid” ontbraken, volgens de recensent van NRC Handelsblad die in 1971 bij een concert in het Amsterdamse Concertgebouw mocht zijn.

Toen was ze al wereldwijd doorgebroken: ze had in 1965 in de New Yorkse Carnegie Hall op het laatste moment de zieke hoofdrolspeelster vervangen in een concertante opvoering van Donizetti’s Lucrezia Borgia. Wellicht was de NRC-recensent een fervent aanhanger van Maria Callas, Caballés grote voorbeeld en voorgangster, die ongeëvenaard was – en nog altijd is – als zingend actrice. Maar diezelfde Callas had een hekel aan haar eigen stemgeluid en omschreef dat van Caballé als „een licht briesje op je huid”.

Norma van Bellini in Orange

De Metropolitan Opera in New York bood Caballé een contract voor tien jaar aan, maar ze weigerde. In 1964 was ze getrouwd met de Catalaanse tenor Bernabé Martí, ze wilde een gezin stichten in haar geboorteland. Ze kregen een zoon en een dochter. De kinderen werden bij familie ondergebracht, terwijl de ouders overal ter wereld bleven zingen.

Professioneel en giechelig

De faam van Caballé viel grotendeels samen met die van een aantal andere grote zangers van de twintigste eeuw: sopraan Joan Sutherland, mezzosopraan Marilyn Horne, bariton Sherrill Milnes, en de tenoren Luciano Pavarotti, José Carreras en Plácido Domingo. Over die drie zei ze later: „Ik heb veel gezongen met Luciano, en zelfs nog meer met José. Maar met Plácido heb ik alles gezongen.” Ze werkten graag met Caballé, net als grote dirigenten als Karajan, Bernstein en Abbado.

Ze werd geprezen om haar professionaliteit – de gelovige Caballé had van God haar stem gekregen en moest daar dus ook goed op passen: ze stond gewoonlijk om half vier ’s ochtends op om tussen vier en negen haar stem te oefenen. Maar ook om haar humor: Caballé kon met clowneske gekke bekken en een aanstekelijke meisjesgiechel een heel podium aan het lachen krijgen.

Repeteren met Abbado aan het Requiem van Verdi, en dan de slappe lach krijgen

Allen hadden het geluk in de tijd te leven dat de opnametechnieken steeds beter werden. Met name de audio-opnamen die zijn gemaakt van Caballé, laten glashelder die opmerkelijke stem en techniek horen. Wie ernaar luistert, zal bij een van haar ongeëvenaarde zacht gezongen hoge noten, ‘zwevend pianissimo’, onwillekeurig de adem inhouden: wat een wonder van een stem.

De opnamen hielpen wellicht haar faam te redden toen ze vanaf halverwege de jaren zeventig optredens moest afzeggen wegens ziekte. Ze onderging operaties aan haar buik, knie en nieren, kreeg een aantal keren een hartaanval, en in 1985 bleek ze een hersentumor te hebben. De artsen gaven haar nog zo’n drie jaar te leven. Maar Caballé koos ervoor de tumor te laten zitten, want een operatie zou een einde maken aan haar zangcarrière.

‘Barcelona’ met Freddie Mercury

Twee jaar later maakte ze een curieus uitstapje naar de popmuziek, dat haar ook buiten de operawereld beroemd maakte. Freddie Mercury, zanger van de Britse rockgroep Queen en groot fan van Caballé, vroeg haar een nummer met hem op te nemen. Zij stelde voor een heel album te maken: Barcelona. Recensenten wisten niet goed wat ze ermee moesten. Was het rock (Mercury’s stem), opera (Caballés stem), of domweg kitsch (de hyperbombast van het geheel)? Het maakte de sopraan niets uit: in de filmopnamen die van een optreden in 1988 werden gemaakt, is duidelijk te zien dat ze vooral veel lol had met haar nieuwe vriend Freddie.

O mio babbino caro van Puccini, live-opname met lachende Caballé

In 1992 was het titelnummer van het album de hymne van de Olympische Spelen in haar geboortestad. Caballé zong het nummer bij de opening van de Spelen alleen: Mercury was een half jaar eerder aan aids overleden.

Caballé vergat nooit de armoede die ze in haar jeugdjaren had gekend. Ze richtte een stichting op voor minderbedeelde kinderen in Barcelona, en de masterclasses die ze aan zangstudenten gaf, waren gratis – zeldzaam in de operawereld.

Belastingfraude

De sopraan is nooit officieel met pensioen gegaan. Veel concerten die ze in latere jaren gaf, waren voor goede doelen als aidsonderzoek, Amnesty International, Unicef en Unesco, waar ze tot Goodwill Ambassador werd benoemd in 1994. Vanaf halverwege de jaren negentig gaf ze concerten met haar dochter Montserrat ‘Montsita’ Martí. Wel was ze zo wijs om dochterlief, ook een sopraan, de hoge partijen te laten zingen.

Toen ze in 2015 werd veroordeeld wegens belastingfraude, meldde de Spaanse krant El País dat ze in 2010 nog zo’n 2 miljoen euro had verdiend met optredens in onder meer Duitsland, Italië en Rusland. Ze kreeg zes maanden gevangenisstraf en een boete van 240.000 euro. De celstraf hoefde ze niet uit te zitten omdat ze tot dan geen strafblad had en omdat haar gezondheid zwak was: in 2012 had ze een beroerte gehad, waarna ze steeds minder in het openbaar verscheen.

En nu is ze dan overleden, 85 jaar oud, in Barcelona. Mogelijk maakt door dat nieuws een nieuw publiek kennis met de inmiddels wat vergeten Montserrat Caballé. Haar stem is het waard.

Zes luistertips voor de stem van Caballé


Lucrezia Borgia (Donizetti): Tranquillo ei posa; Com’è bello. De doorbraakrol van Caballé. Lucrezia Borgia, telg uit de infame Italiaanse familie, ziet voor het eerst in jaren haar zoon Gennaro terug. Hij ligt te slapen op een bankje, zij mijmert over zijn schoonheid en trots. Maar hij mag nooit te weten komen dat zij zijn moeder is. Bel canto, ‘mooi zingen’, op zijn verfijnst.

Turandot (Puccini): Signore ascolta! Deze zeer spaarzaam georkestreerde aria behoort tot de mooiste van Puccini. De slavin Liù vraagt haar meester, prins Calaf, zijn plan op te geven om de harteloze Chinese prinses Turandot het hof te maken. Ze voorspelt dat dat plan de dood van hem, zijn oude vader en haarzelf zal betekenen. Bij Caballé is Liùs smeekbede als breekbaar porselein.

Giovanna d’Arco (Verdi): Sempre all’alba ed alla sera. De Franse heldin Jeanne d’Arc (in het Italiaans: Giovanna d’Arco) bidt iedere ochtend en avond tot een Mariabeeld om haar een zwaard en helm te geven. Hier kan Caballé schakelen tussen momenten van nederige devotie en waanzinnige strijdlust. Ze vangt het in slaap vallen van Giovanna aan het einde van de aria met de voor haar kenmerkende pianissimi.

Salome (R. Strauss): Es ist kein Laut zu vernehmen. Voor de eindscène van de bijbelse opera liet Caballé de schoonheid grotendeels varen om in haar stem de gekte van Salome te kunnen weergeven. Jochanaan (Johannes de Doper) wordt op haar verzoek onthoofd – hij wilde haar liefde niet beantwoorden en zich niet door haar laten kussen. Als het afgehakte hoofd op een schaal is binnengebracht, spreekt ze het toe en kust het de mond, om daarna triomfantelijk vast te stellen dat hij haar daar niet van kon weerhouden: ‘Ich habe deinen Mund geküsst, Jochanaan. Ich habe ihn geküsst, deinen Mund.’ Doodeng.

Luisa Miller (Verdi): Padre, ricevi l’estremo addio. De jaloerse (en tja, wat domme) Rodolfo vergiftigt zijn geliefde Luisa omdat hij zich heeft laten wijsmaken dat ze van een ander houdt. Nadat ze die leugens heeft rechtgezet, beseft hij dat hij de liefde van zijn leven heeft vermoord. Ze sterft in het bijzijn van haar wanhopige vader in Rodolfo’s armen, daarna pleegt Rodolfo zelfmoord. Sopraan Caballé (Luisa), tenor Pavarotti (Rodolfo) en bariton Milnes (Luisa’s vader) zijn hier op de toppen van hun kunnen. Wie bij deze scène niet minstens een traantje moet wegpinken, zal waarschijnlijk nooit begrijpen waarom Italiaanse opera anderen zo kan emotioneren.

Tosca (Puccini): Vissi d’Arte. De kwaadaardige politiechef Scarpia belooft Tosca haar geliefde Cavaradossi vrij te laten als zij zich aan Scarpia geeft. Tosca weigert, Scarpia dringt aan. In wanhoop vraagt ze God waarom die haar dit aandoet, terwijl ze altijd alleen voor de kunst en de liefde heeft geleefd en nooit een ander schade heeft berokkend.

    • Roelie Fopma