Maak een Javabrug met drie snelheden: óók geschikt voor LEV’s

Nog voor het einde van dit jaar zal Amsterdam een keuze maken uit een aantal varianten die zijn uitgewerkt voor de Javabrug, de eerste van de twee nieuwe bruggen tussen de centrale stad en Noord. De Javabrug ligt in het verlengde van de bestaande Jan Schaeferbrug, die aanlandt op de kop van het Java-eiland.

Van groot belang bij die beslissing is dat nieuwe bruggen niet alleen de actuele problemen met de capaciteit van de ponten oplossen, maar dat zij echte toekomstbestendige stadsbruggen worden die op een vanzelfsprekende manier deel gaan uitmaken van de openbare ruimte en zo de stadsdelen ten noorden en ten zuiden van het IJ tot één geheel maken. In de besluiten die tot nu toe over de Javabrug genomen zijn wordt uitgegaan van een vrij smalle brug die alleen toegankelijk is voor fietsers en voetgangers. Een echte stadsbrug zou echter niet alleen fietsers en voetgangers moeten bedienen, maar daarnaast óók de vele soorten lichte, elektrisch aangedreven voertuigen (LEV’s) die in de toekomst de auto in de stad zullen gaan vervangen.

Zo ontstaan bruggen van drie snelheden, met in beide richtingen ruime en veilige stroken voor voetgangers en joggers (5-15 km/u), fietsers en e-bikes (15-25 km/u) en in het midden LEV’s (25-45 km/u); royale bruggen, van minstens 24 meter breed. Laatstgenoemde stroken zijn dan tevens geschikt voor nieuwe vormen van kleinschalig openbaar vervoer, en voor diensten en onderhoudsvoertuigen.

Het aardige van zo’n brug is dat de stroken voor de drie soorten gebruikers hun eigen beloop en hellingen kunnen krijgen, aangepast aan de behoeften en mogelijkheden van de gebruikers en hun voertuigen. Zo zijn fietsers vooral gebaat bij flauwe hellingen, bij voorkeur gemiddeld 2,5 procent, kunnen voetgangers met trappen en liften bediend worden, en kunnen LEV’s steilere en dus veel kortere hellingen krijgen. Hoe dat werkt is te zien op bijgaand concept voor de Javabrug: de drie verkeerssoorten hebben elk hun eigen beloop, en komen bijeen ter plaatse van de oversteek over het water. Het vraagstuk hoe een fietsbrug te maken die tegelijkertijd het Java-eiland ontsluit en in één keer de sprong over het IJ maakt is zo ook simpel op te lossen.

Tegen het stadsbestuur zou ik nog willen zeggen: maak van de brug vooral geen icoon waarmee Rotterdam naar de kroon gestoken moet worden. Daar heeft Amsterdam, zeker op deze plek, geen behoefte aan. Een goede aansluiting op de Jan Schaeferbrug is van belang en een zekere verwantschap met de verderop gelegen Schellingwouderbrug zou voor de hand liggen. Als er een ontwerpprijsvraag wordt uitgeschreven, formuleer dan de randvoorwaarden, maak een helder en goed onderbouwd programma van eisen en laat een vakbekwame jury een keuze maken uit een beperkt aantal daarop gebaseerde ontwerpen.

Tjeerd Dijkstravoormalig supervisor Zuidelijke IJoever en indiener van het hier getoonde concept.

    • Tjeerd Dijkstra