Opinie

    • Folkert Jensma

De rechtspraak is terrein aan het verliezen

Soms schuif ik wel eens aan bij ‘heidagen’ van organisaties die de rechtsstaat laten draaien. Klopt wat ze doen nog met wat er om hen heen gaande is, is meestal de vraag. Zo zat ik onlangs op een locatie met veel uitzicht met wat rechters te filosoferen. Wat wil de burger ‘eigenlijk’: doet de rechtspraak wel de goede dingen op de goede manier?

De verleiding is kolossaal om die vraag niet te stellen. Immers, rechtspraak is diep verankerd en doet ook over tien jaar vast wel zo ongeveer wat het nu doet. En doet dat ook niet slecht. Rechtsstaat Nederland staat in de Law Index van het World Justice Project op nummer vijf, na vier Scandinavische landen. Dus waar hebben we het over? Gaat prima zo. Verder niks aan doen. De bitterballen kunnen door.

Maar zo was en is het dus niet. De professionals van de rechtsstaat zijn bezorgd. En ook al een poosje. Ieder jaar komen er minder zaken bij de rechter, uit alle rechtsgebieden. Voorzitter Bakker van de Raad voor de Rechtspraak concludeerde vorig jaar dat rechtspraak te duur, te complex, te onvoorspelbaar en te langzaam is. De tijd haalt de rechter in. Nu kun je over die teruglopende vraag ook je schouders ophalen. Als de samenleving het kennelijk anders oplost (of misschien wel laat zitten), wat dan nog? Worden we van minder rechtspraak armer of ongelukkiger? Misschien wel niet. Of toch?

Ik denk dat het onderling vertrouwen in de samenleving door minder rechtspraak achteruit gaat. Het sociaal contract gaat er verder van rafelen. De burger ziet de rechter als baken, als laatste kans om recht te krijgen, om serieus te worden genomen, om als gelijke te worden behandeld, als respectabel mens te worden erkend, te worden ‘gezien’ als staatsburger in een democratie. Voor een harmonieuze samenleving heb je rechtspraak van betekenis en gewicht nodig.

Met dat sociale contract gaat het in Nederland niet zo goed. Kim Putters, directeur van het SCP, legde het vorig jaar uit. De nadelen van grote maatschappelijke trends als globalisering, digitalisering en flexibilisering komen terecht bij de middenklasse, bij de ‘onzeker werkenden’ en bij de arme onderkant. Minder baanzekerheid, minder sociale cohesie, minder gedeelde identiteit. Daar zitten ook heel wat in Nederland teleurgestelde migranten tussen – gediscrimineerd op de arbeidsmarkt, politiek steeds op de korrel genomen en afgewezen. Samen vormen zij 55 procent van de bevolking – zij zijn boos over bonusbankiers, over al dan niet Poolse WW-fraudeurs, over gebrek aan kansen, over vluchtelingen ‘die alles gratis krijgen’, over de elite die vrijuit gaat, over slappe straffen voor criminelen.

Polarisatie en populisme dus. Deze groep ervaart slecht overheidsbeleid het eerst en heeft de minste mogelijkheden om effectief politiek of juridisch bezwaar te maken. We hebben in Nederland 2,5 miljoen laaggeletterden. Een op de vijf huishoudens heeft risicovolle schulden. 850.000 burgers kunnen niet rondkomen. Sluit je voor hen de weg naar de rechter af, met hoge griffierechten, te dure rechtsbijstand, ondoordringbare procedures, hermetische vonnissen, ontoegankelijke websites en gerechtsgebouwen, dan maak je de kloof dus breder.

De uitdaging voor de rechtspraak voor de komende tien jaar is dus gelijke toegang bieden. Ook in de zin van begrijpelijk, verstaanbaar, leesbaar. Met onafhankelijk en onpartijdig zit het wel goed, hoewel er nog een stevig tekort is aan rechters met een migratie-achtergrond. Bij toegang zit het grote risico, ook al omdat de sociale advocatuur op instorten staat. Bakker wil de rechtspraak de komende tien jaar goedkoper, eenvoudiger, sneller en voorspelbaarder maken. Inmiddels zijn er pilots met buurtrechters, ‘regelrechters’, schuldenrechters, bouwrechters, videorechters. Gemeenschappelijk kenmerk: lagere drempels, informele, praktische benadering, minder procedure gericht, kortere doorloop. Op de heidag viel de suggestie burgers of bedrijven een ‘fast track’ te bieden. Een zitting binnen twee weken, met één rechter in plaats van drie en een uitspraak binnen 48 uur. Een ondernemende rechtspraak dus, bezig met nieuwe diensten, technologisch bij de tijd en gevoelig voor maatschappelijke veranderingen. Laat die bitterballen maar zitten dus. Stilstand is hier verdere achteruitgang.

Folkert Jensma is juridisch commentator. Twitter: @folkertjensma
    • Folkert Jensma