Wiebes is streng tegen industrie en zorgzaam voor de burger

Klimaatakkoord Geen flinke subsidie voor de industrie bij de reductie van CO2-uitstoot. De portemonnee van de burger wordt ontzien.

Foto Jerry Lampen/ANP

De industrie hoeft de komende jaren bij de reductie van CO2-uitstoot niet te rekenen op flinke subsidie. En als zij broeikasgassen niet snel genoeg terugdringen, wil minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) een extra CO2-heffing als stok achter de deur.

Dat blijkt uit de reactie van het kabinet op de klimaatvoorstellen van de polder die vorige maand zijn gedaan. Volgens Wiebes heeft nu „het fluitsignaal voor de tweede helft” geklonken. Voor de streefdatum van 1 december moeten industrie, overheid en belangengroepen hun eerder dit jaar gedane voorstellen concreet maken. „Dan gaat het om normeringen, subsidies, stokken achter de deur en dat ligt dichter tegen de overheid aan”, aldus Wiebes in een toelichting over zijn eigen rol in de aanstaande onderhandelingen. Doel is door middel van een klimaatakkoord de CO2-uitstoot in 2030 te halveren.

Broos draagvlak

Wiebes benadrukte nog maar eens voorzichtig te willen zijn met „het broze draagvlak” voor verduurzaming. De voorgestelde maatregelen kosten miljarden en politici zijn bang dat de rekening vooral bij burgers terechtkomen en niet voor iedereen te betalen zijn. Om burgers – en politieke partijen – mee te krijgen is het sowieso nodig om de industrie zijn aandeel te laten leveren. De rekening moet volgens de minister „zoveel mogelijk komen bij de partij die het betreft”. Een derde van de landelijke CO2-reductie moet voor rekening van de industrie komen.

Het kabinet heeft via het instellen van vijf zogeheten klimaattafels de polder ingeschakeld om tot een klimaatakkoord te komen. De tafels – industrie, elektriciteitssector, landbouw, mobiliteit en gebouwde omgeving – kwamen vorige maand tot een reeks voorstellen. Het Planbureau voor de Leefomgeving bepaalde vorige week dat de voorstellen voldoende zijn om tot een halvering van de uitstoot in 2030 te komen. In de voorstellen had de industrie, een van de vijf tafels die met klimaatvoorstellen zijn gekomen, het kabinet juist gevraagd om een jaarlijks bedrag van 500 miljoen tot 1 miljard voor de benodigde investeringen. „Dat zit er gewoon niet in, we gaan geen ongedekte cheques uitschrijven”, zei Wiebes.

Ander slecht nieuws voor de industrie is het in stand houden van een minimumprijs voor CO2 voor de elektriciteitssector die in 2020 wordt ingevoerd. Op die maatregel was veel kritiek omdat eenzijdige invoering slecht zou zijn voor de internationale concurrentiepositie.

Burger ontzien

Om het broze draagvlak heel te houden moet vooralsnog de portemonnee van de burger ontzien worden. Zo vindt Wiebes het voorstel van de tafel ‘gebouwde omgeving’ om gas veel zwaarder te belasten, met 20 cent per kubieke meter, te ver gaan. Het kabinet verhoogt de belasting op gas nu al (en verlaagt die op stroom in mindere mate) en Wiebes gaat kijken in hoeverre een extra verhoging wenselijk is. Duurder gas zou mensen eerder moeten aanzetten tot alternatieven voor koken en verwarmen. Hij verzet zich ook tegen de verplichting om huizen duurzamer te maken, zoals de tafel had voorgesteld. „Het moet geen straf worden voor mensen die geen alternatief hebben.” Op die manier wordt hun „investeringscapaciteit” vergroot.

Wiebes suste vrijdagmiddag de speculatie over onenigheid binnen de coalitie wat betreft de klimaatmaatregelen. „Het was helemaal niet zo moeilijk, het was alleen veel”, zei hij over de tijd die hij heeft genomen om te reageren op de voorstellen van de ‘klimaattafels’ en de analyse van de planbureau’s. Tijdens gesprekken tussen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie was volgens hem geen sprake van „hoge toonhoogtes of strubbelingen”.

Buiten het besloten overleg was die toonhoogte er de afgelopen maanden wel. In Elsevier noemde CDA-leider Sybrand Buma „praten over duurzaamheid een groot risico” en vreesde hij voor „een herhaling van 2002, de Pim Fortuyn-revolte”. Klaas Dijkhoff nam tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen ook afstand. „Moeten we nu zelf moeten we nu zelf als Nederlanders als een malle al ons geld uitgeven om zo snel mogelijk de doelen te halen? Nou, nee”, zei de VVD-fractieleider.

Niet aan de remmen

Maar volgens Wiebes hingen de fractievoorzitters intern niet aan de rem. „De enige die daarbij kan, ben ik”, aldus Wiebes. „Ik krijg wel de hele tijd allerlei routeaanwijzingen”. Die zijn er ook van D66 en ChristenUnie, die van de linkerzijde van het kabinet juist aandringen op snelle, strenge en concrete maatregelen.

Opvallend is dat Wiebes benadrukt dat de inzet van het kabinet in Europa nog steeds een reductiedoelstelling is van 55 procent in 2030. Dat is veel ambitieuzer dan de meeste Europese landen willen. Veel klimaattafels hebben zich in hun klimaatvoorstellen vooral gericht op een reductie van 49 procent.

Ook de reacties van coalitiepartijen vrijdag laten zien hoe verschillend zij naar de klimaatmaatregelen kijken. D66-Kamerlid Rob Jetten roemt dat „het kabinet nú in actie komt”. CDA’er Agnes Mulder benadrukt is juist „tevreden dat de plannen van de klimaattafels op een aantal punten zijn bijgestuurd”, schrijft ze op Twitter.

Beperkte kosten

Het kabinet gaat het elektrisch rijden stimuleren, maar op welke manier dat gaat gebeuren moet nog worden uitgezocht. „Dat zijn complexe keuzes, daar zijn we nog niet uit”, aldus Wiebes. Het kabinet vraagt de tafel mobiliteit – bekritiseerd vanwege de weinig concrete voorstellen – om concrete voorstellen voor de ambitie „dat alle nieuwe auto’s in 2030 emissieloos zijn”.

De minister herhaalde vrijdagmiddag dat de kosten van de energietransitie beperkt zijn, met in 2030 een half procent van de nationale economie. „Dat is dan één vijfentwintigste van de zorguitgaven.” Tegelijkertijd benadrukt hij dat de kosten op macro-niveau niets zeggen over het gevoel bij de burger. „Als zijn lasten omhoog gaan, heeft de burger geen boodschap aan de kosten op macro-niveau.”

    • Emilie van Outeren
    • Erik van der Walle