Vrij zijn is...wedstrijdvissen

Vrij en fotograaf laten zien hoe we uit de sleur breken.

Om de vier, vijf bomen staat nagenoeg dezelfde opstelling. De auto met twee wielen op het wegdek en twee op het gras, de achterklep open. Koelbox ervoor, daarnaast de stoel, daarnaast de reservehengel.

Drie kilometer lang. Van Station Maarssen tot de grens van Breukelen houden vierenzeventig vissers sinds half tien hun hengels in het Amsterdam-Rijnkanaal. „Wie het meest vangt”, zegt Bennie van der Beek (68). „Zo simpel is wedstrijdvissen.” Aan het eind van de dag, na vijf uur vissen, wordt het ‘leefnet’ van elke visser gewogen. De inleg is vijftig euro. „De winnaar krijgt er duizend.”

Van der Beek schat zijn kansen hoog in. Hij is ingeloot op plek 74. Doordat nummer 75 niet komt opdagen is Van der Beek de eerste visser vanaf het station.

Bij visser 52 ontbreekt een boom. Beroepsschilder Bart Schepens (40) zit vandaag als enige in de zon. „Maar het helpt niet,” zegt Schepens. „Ik vang alleen maar paling. Terwijl die zogenaamd uitgestorven is.” Bovendien wordt zijn cola lauw. „De koelbox is niet voor mij, nee, die is voor de vissen.” Als de maden niet koud genoeg zijn, worden het vliegen.

Schepens is hier samen met visclub Zeilmeer – „zelf opgericht, allemaal vrienden” – uit het Vlaamse Sint Niklaas. Ze dragen elk een blauwe trui met hun voornaam erop.

Het is kennis en kunde, maar ook geluk

Bennie van der Beek

Ook Van der Beek vangt paling. „Vissen is een steeds diervriendelijker gebeuren. Paling moet meteen terug. Vissen die in je net sterven, worden niet gewogen.” Vissen met vis mag ook niet. Zijn aas bestaat uit maïs, maden, casters en wormen. „Al moet je die laatste wel in stukjes knippen,” vertelt hij. „Anders ben je ze meteen kwijt.”

Van der Beek werpt zijn hengel. Zijn vingers zien zwart van de wormenaarde. „Vijfentwintig, dertig meter.” Daar ergens ving hij vanochtend zijn eerste vis, het blijft de rest van de dag zijn stek. „Maar je weet het nooit. Het is kennis en kunde, maar ook geluk.” Bovendien is hij eigenlijk niet „zo’n kanaalvisser”. Drie dagen per week gaat Van der Beek uit vissen in ‘zijn water’, de IJssel.

Lees ook: Bekentenissen van een vliegvisser

Kennis, kunde en geluk. En wachten. Het is stil bij de vissers. Op de trein na. Die om de paar minuten voorbij raast. En op de gigantische vrachtschepen na, waarvan altijd wel een begin of einde in beeld blijft. Bennie van der Beek vangt zijn tweede en laatste vis. Bart Schepens zijn tweede paling. Zijn telefoon piept. „14.00 uur,” roept hij naar de visser op plek 53. “Hengel omhoog!”

Van der Beek en Schepens vingen ieder twee vissen. De dagwinnaar drieëntwintig.

    • Peter de Krom
    • Astrid van Rooij