Opinie

    • Philip de Witt Wijnen

Unilevers besluit komt deel coalitie best goed uit

Heroverweging Dividendbelasting Slechts enkele uren na Unilevers besluit niet te verhuizen kondigde premier Rutte met chagrijn en ongemak aan de afschaffing van de dividendbelasting te heroverwegen.

Premier Mark Ruttevrijdagmiddag bij zijn wekelijkse persconferentie na het kabinetsberaad. Foto Koen van Weel/ANP

Als er al twijfel bestaat of één individueel bedrijf invloed kan hebben op kabinetsbeleid dan is die vrijdag weggenomen. Een paar uur na het besluit van Unilever om het verhuisplan naar Rotterdam in te trekken, besloot de ministerraad de afschaffing van de dividendbelasting te heroverwegen.

„Opnieuw wegen”, zei premier Mark Rutte (VVD) letterlijk op zijn wekelijks persconferentie. Hij hield vol dat het schrappen van de dividendbelasting nog niet van tafel is, maar ook Rutte weet dat ‘heroverwegen’ een Haags synoniem is voor ‘intrekken’. Er zijn weinig mensen op het Binnenhof die nog geloven dat de meest omstreden maatregel uit het regeerakkoord nog terugkeert. Ergo: de heffing van 15 procent op winstuitkeringen voor bedrijven blijft bestaan.

Financieel gezien is dit een gemakkelijk besluit, want er zijn geen negatieve budgettaire gevolgen. Sterker: het níét afschaffen levert een meevaller op want in de begroting hield minister Hoekstra (Financiën, CDA) rekening met een inkomstenderving van 1,9 miljard euro vanaf 2020.

Deze eerste politiek gevoelige aanpassing van het regeerakkoord, door Rutte met zichtbaar chagrijn en ongemak toegelicht, maakt evenzeer duidelijk dat de meest besproken maatregel van het kabinet Rutte III één op één verbonden is aan zijn ex-werkgever Unilever. Dat werd in de eerste moeizame debatten nog alom ontkend. Toen het bestuur van Unilever in maart besloot een einde te maken aan zowel de duale aandelenstructuur als aan het dubbele hoofdkantoor, en daarmee voor Rotterdam koos, zei ook president-commissaris Marijn Dekkers dat dit voornemen niets te maken had met het schrappen van de dividendbelasting.

Toch werd dit voorjaar vrij duidelijk dat Unilever-topman Paul Polman bij de zo moeizaam verlopen kabinetsformatie vorig jaar directe invloed heeft gehad op dit voornemen. Hij had nauw contact met toenmalig staatssecretaris van Financiën Eric Wiebes, die namens de VVD over belastingmaatregelen onderhandelde.

Lees ook: Hoe Unilever het verzet van Britse aandeelhouders onderschatte

Rutte: ‘een relevant feit’

Rutte hield vrijdag vol dat de keuze voor afschaffing van de dividendtaks „niet voor één bedrijf is genomen”. Hij ontkende ook dat destijds met Unilever een dealtje is gesloten – wij schrappen de dividendbelasting, jullie kiezen voor Nederland. Toch blijkt nu dat een plotselinge wijziging van Unilevers besluit direct leidt tot het openbreken van het regeerakkoord. Het „teleurstellende nieuws” is volgens Rutte „een relevant feit”, dat het kabinet noopt alle fiscale maatregelen voor het bedrijfsleven „op de zeef te leggen”. Dat gaat niet alleen om de afschaffing van de dividendbelasting, maar ook om verlaging van de vennootschapsbelasting en invoering van een bronbelasting op dividenduitkeringen naar belastingparadijzen.

Bij die redenering sloten de drie coalitiegenoten zich in hun eerste reacties aan. D66-leider Alexander Pechtold noemde het plotselinge besluit van Unilever tegen het ANP „een overval”. Het was in zijn ogen „logisch” om naar „het totaal van de belastingplannen te kijken”. Daar kun je rancune in lezen, of zelfs een dreigement: nu Unilever zich niet aan de deal houdt, handhaven wij de dividendbelasting. Lekker puh. Binnen Pechtolds partij, die deze zaterdag haar jaarcongres houdt, lag de voorgenomen afschaffing nooit lekker. In dat licht komt de stap van Unilever D66 nu juist heel goed uit.

Deze zaterdag is het partijcongres van D66. De partij is bijna gehalveerd in de peilingen. Lees ook: D66: het zorgenkindje van Rutte III

CDA-leider Sybrand Buma formuleerde het net even anders dan Pechtold. Ook hij zegt teleurgesteld te zijn door het besluit van Unilever. En ook bezorgd. „Dit betekent dat de voorstellen ter versterking van ons vestigingsklimaat opnieuw moeten worden gewogen. Het gaat over de toekomst van onze economie, over de banen van heel veel mensen.”

Dat kan ook betekenen: de afschaffing van de dividendbelasting was voor de aandeelhouders van Unilever niet voldoende om voor Rotterdam te kiezen. We zullen nu nóg meer gunstige fiscale maatregelen moeten nemen om het bedrijven naar de zin te maken. Als Buma en allicht ook Ruttes VVD dát bedoelen, dan is het venijnige debat met de oppositie nog lang niet voorbij. Die is juist blij dat het ‘cadeautje voor buitenlandse beleggers’ nu van de baan lijkt te zijn.

Achterban van CDA: veel mkb’ers

Het Unilever-besluit en het handhaven van de dividendbelasting kan Buma ook een pluspunt opleveren. Tot de achterban van het CDA behoren veel mkb’ers. Zij moesten niets van de dividendmaatregel hebben omdat daarmee alleen het grote bedrijfsleven met internationale aandeelhouders zou worden bevoordeeld.

De tijd dringt. Hoewel de afschaffing van de dividendbelasting pas in 2020 zou ingaan, is het onderdeel van het belastingplan voor komend jaar. Dat moet de komende maanden in een strak schema door het parlement geloodst: van een schriftelijke vragenronde in de Tweede Kamer komende week tot de stemming in de Eerste Kamer op 18 december. Elke wijziging kan de uiterste deadline van 1 januari in gevaar brengen.

Het helpt dat alle fiscale maatregelen voor het bedrijfsleven in een apart wetsvoorstel zijn gebundeld. Dat betekent dat een verandering op dat gebied niet de inkomstenbelasting of andere koopkrachtmaatregelen voor burgers zal raken.

Maandag starten de vier coalitiepartners in hun wekelijkse onderonsje het overleg over de dividendkwestie. Een ander Haags cliché dan het werkwoord ‘heroverwegen’ luidt dat als één partij aan een knop draait, de andere partijen ook iets willen veranderen. Dat kan met VVD, CDA, D66 en ChristenUnie opnieuw tot slepende onderhandelingen leiden.

    • Philip de Witt Wijnen