Opinie

    • Kester Freriks

Tempo doeloe – ook een mooie tijd

Vernietig het verleden niet door Nederlands-Indië alleen met hedendaags schuldgevoel te bezien, schrijft

Feestavond in de Harmonie, Indië, maker onbekend Foto Nationaal Archief

De geschiedenis van het oude Indië is destijds geschreven in witte inkt, op fluweelzacht papier. Het is de inkt van de woorden die mensen op de zwarte bladzijden van hun fotoalbums schreven. Onderschriften bij tochten door de bergen, naar de theeplantages van de Preanger, naar de sterrenwacht van Lembang bij Bandoeng. Foto’s van de mannen op plantages en ondernemingen, op kantoor. Van vrouwen en kinderen op de veranda’s.

Nu zijn de witte handgeschreven letters die een eens gelukkige tijd oproepen veranderd in zwarte. De euforie is vervangen door aanklacht, de gelukkige herinnering is verjaagd door een schuldigverklaring. De tijdsspanne die tempo doeloe heet, duidde ooit op een mooie goede tijd die voor velen duurde vanaf halverwege de negentiende eeuw tot aan het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Azië. Maar het begrip is belast en beladen, het klinkt als een verwijt. Alsof de geschiedenis heeft gelogen. Wás die tijd zo verderfelijk?

Wat vaak vergeten wordt is hoe belangrijk de Nederlandse koloniale tijd in Oost-Indië óók was voor de mensen die destijds inlanders heetten of inheemsen, de koloniale bevolking. Voor tal van Indonesiërs is de Nederlandse periode wezenlijk geweest. Die heeft een stempel gedrukt op hun leven, en zeker niet alleen in ongunstige betekenis. Dat moet eens gezegd worden.

Vier eeuwen bitter leed, maar ook jubelend geluk

Er moet een verdediging of verweerschrift komen van en voor het koloniale verleden. Geen verheerlijking, wel rechtvaardiging. Niet langer het eenzijdige perspectief van geweld, oorlog en uitbuiting, maar een hernieuwde afweging en beoordeling, geen veroordeling. Dat Indië niet slechts een exotische lustwarande was, is algemeen bekend en aanvaard. Het is een omstreden verleden. Indië en Indonesië zijn, als we de balans opmaken, de vrucht van inmiddels ruim vier eeuwen bitter leed en ook jubelend geluk. Voor ieder die ermee verbonden was, en nog steeds verbonden is.

De Nederlands-Indische schrijver Mochtar Lubis zei in een interview: „Ik heb geen haatgevoelens tegenover de Nederlanders, omdat ik weet dat alles wat hier gebeurde bij het kolonialisme hoorde. Het Nederlands was voor ons behalve omgangstaal ook de sleutel tot onze entree in de maatschappij.”

Lees ook: Tempo Doeloe? Nederlands-Indië was óók dood en verderf

Als je het koloniale verleden in het licht van hedendaags schuldgevoel beziet, dan vernietig je dat verleden. Dan draag je bij aan identiteitsverlies

Nu staat kolonialisme gelijk aan roofzucht, slavernij en geweld om de westerse heerschappij te bestendigen. In ons huidige denken over het vroegere Nederlands-Indië is afgerekend met Indië als ‘paradijs van weleer’, als een wereld van ‘jasmijn en maanlicht’. Het is intussen verboden om te zeggen dat een leven doorgebracht in de archipel een gelukkige tijd was, misschien de gelukkigste die men min of meer heeft gekend.

Onze veranderde omgang met het koloniale verleden heeft tot gevolg dat alles wat samenhangt met de aanwezigheid van de Nederlanders in het vooroorlogse Indië verdacht is. Nederlands-Indië wordt gestigmatiseerd, met terugwerkende kracht. Nederland in Indonesië: dat was fout. Is kolonialisme fout, of is de manier waarop een koloniale mogendheid als Nederland invulling eraan gaf fout? Kolonialisme was door de eeuwen heen het op onrechtmatige wijze winnen van rijkdommen in den vreemde, met inzet van dwang.

Vele honderdduizenden Nederlanders ontlenen hun identiteit aan hun geboorte en jeugd in Indië, hun verblijf daar, een binding met ouders en voorouders ginds. Als je het koloniale verleden in het licht van hedendaags schuldgevoel beziet, dan vernietig je dat verleden. Dan draag je bij aan identiteitsverlies. Tal van Nederlanders en Indische Nederlanders is het tropenland dierbaar. De ‘obsessie’ voor het eilandenrijk van vroeger valt daaruit te verklaren. We zouden eerst de opvattingen van toen moeten doorgronden, daarna volgt het oordeel. Pas dan brengen we het verleden op een ander plan.

Ten prooi aan een moreel oordeel

Indië en tempo doeloe vallen nu ten prooi aan een moreel oordeel, schuldbekentenis en boetedoening, en hoe verder Indië achter de horizon verdwijnt, des te hardvochtiger wordt die beschuldiging. Zullen we het gevaarlijke boek dat Indië heet dan maar dichtdoen?

Lees ook: Na zijn bekentenis kantelde het beeld over Indië

Nee. Als we het nu sluiten en op het omslag in zwarte letters woorden als ‘uitbuiting’, ‘geweld’ en ‘roofzucht’ schrijven, dan ontnemen we mensen hun tijd aldaar. We beroven hen van de idealen en verwachtingen waarmee ze destijds naar de tropen gingen of er leefden. De geschiedenis kunnen we niet terugdraaien, we kunnen wel vooroordelen laten varen en proberen te begrijpen en te beseffen wat ‘Indië’ betekent en te ontkomen aan de slagschaduw van geweld en schuld. Voor velen is Indië een aanwezigheid in het heden. Indië-kenner John Jansen van Galen schetst in Het Parool (22 oktober 2015) een geschakeerd beeld van de geschiedenis van Nederlands-Indië: „Kolonialisme is gewelddadige verovering en uitbuiting, maar óók avontuurzin en ondernemingslust. Paternalisme maar ook idealisme. Neerzien op inheemse cultuur maar die ook ophemelen.”

Nederland is bij lange na niet in het reine met het gindse verleden, nu de brandende kampongs van generaal Spoor de heren van de thee hebben verjaagd. De emotionele aanvaarding van het definitieve afscheid van Indië valt velen zwaar, nog steeds. Het dwingt mensen ertoe hun paradijselijke én nachtmerrieachtige herinneringen opnieuw te ijken.

    • Kester Freriks