Technologie

‘China plaatste spionagechips in datacentra Apple en Amazon’

Een groep van bijna dertig Amerikaanse bedrijven, waaronder Apple en Amazon-dochterbedrijf AWS, is bespioneerd door hackers die werkten in opdracht van de Chinese overheid. Dat meldt financieel persbureau Bloomberg. De hackers zouden spionagechips hebben geplaatst in Chinese fabrieken waar datacentra-apparatuur voor Amerikaanse bedrijven wordt gemaakt. Het doel was om via servers intellectueel eigendom en bedrijfsgeheimen te stelen. Bloomberg baseert zich onder meer op zes Amerikaanse veiligheidsmedewerkers en personen binnen het bedrijfsleven. Mogelijk is een deel van de servers ook in Nederland beland.

De onthulling wordt met klem tegengesproken door alle getroffen partijen. Apple, Amazon en computerfabrikant Supermicro – die de bewuste servers in elkaar zet voor de plaatsing in datacentra – weerspreken de resultaten van het onderzoek van Bloomberg. Zij ontkennen dat spionagechips zijn gevonden of dat zij op enig moment op de hoogte zijn geweest van de plaatsing ervan.

Volgens Bloomberg zijn de spionagechips al in het najaar van 2015 ontdekt. Dat gebeurde bij een routineonderzoek naar de beveiliging van Elemental Technologies, een jong softwarebedrijf dat Amazon wilde overnemen. Elemental maakte gebruik van de Supermicro-servers.

De chips, niet veel groter dan een rijstkorrel, zouden tijdens het productieproces voor Supermicro op de moederborden van de servers zijn bevestigd. Voor toegang tot de Chinese fabrieken zouden fabrieksmanagers in sommige gevallen zijn omgekocht en bedreigd met inspecties die fabrieken konden stilleggen.

Het tegengaan van diefstal van intellectueel eigendom is een van de speerpunten van de Amerikaanse president Trump. Hij bestempelde Chinese techbedrijven meermaals als dieven van Amerikaans intellectueel eigendom. Trump gebruikte dit argument ook bij het invoeren van de huidige Amerikaanse importheffingen op honderden Chinese producten. (NRC)

    • Chris Koenis