Stammen bestaan wél

Antropologie

Voor het eerst kan er in de VS een stamleider aan het hoofd van een staat komen. Het woord ‘stam’ wordt vaak denigrerend gebruikt, maar staat voor een reëel sociaal verschijnsel.

Afgelopen augustus vond in Minnesota het Wacipi Pow Wow-festival plaats, een feestelijke indiaanse ceremonie, georganiseerd door de Shakopee Mdewakanton Sioux. Foto Robin Utrecht

De Democratische kandidaat die op 6 november een gooi doet naar het gouverneurschap van de Amerikaanse staat Idaho is een 38-jarige indiaanse. Ze heet Paulette Jordan en is een ‘ingeschreven burger’ van de natie der Coeur d’Alène, een van de 567 door de federale overheid erkende indiaanse ‘tribes’. Na haar studie aan de universiteit van Washington was ze enkele jaren lid van de Stamraad (Tribal Council), de soevereine regering van het Coeur d’Alène-reservaat in het noordwesten van Idaho. Sinds 2014 was ze lid van het Huis van Afgevaardigden in de hoofdstad Boise. In mei kozen Democratische kiezers haar met 60 procent van de stemmen tot kandidaat-gouverneur.

Paulette Jordan van de Coeur d’Alène, een van de 567 indiaanse ‘tribes’, is kandidaat-gouverneur van Idaho.

De woorden ‘stam’ en ‘tribaal’ (stameigen) worden tegenwoordig nogal eens gezien als ‘koloniaal’ en denigrerend voor volken in de niet-westerse wereld, en er gaan stemmen op om ze uit te bannen uit het dagelijkse spraakgebruik en de media. Nu zijn banvloeken over woorden een vorm van magie die weinig verandert aan denkbeelden van mensen. Toch is er iets te zeggen voor een zuiniger gebruik van de termen in kwestie, want ze worden te pas en te onpas gebezigd, meestal in negatieve zin. Partijtrouw stellen boven het algemeen belang, groepsgeest boven burgerschap, kleedgewoonten en religieuze gebruiken van niet-westerse immigranten – het heet tegenwoordig allemaal ‘tribaal’.

De willekeur in het gebruik van deze termen neemt niet weg dat ze staan voor een reëel sociaal verschijnsel. Stamverbanden bestaan, nog steeds, van de Verenigde Staten tot Afghanistan, van Noord-Afrika tot Siberië. Anno 2018 voelen zo’n 150 miljoen mensen, in zestig staten, zich eerder leden van een tribale gemeenschap dan staatsburgers van een land.

Dat gold lange tijd ook voor de inheemse volken van de VS. Zij zijn aan het einde van de negentiende eeuw ondergebracht in reservaten en kregen pas in 1924 staatsburgerschap, maar dat gaf hun lang niet alle rechten als Amerikanen. In de meeste staten mochten ze niet stemmen tot 1965. Russell Means (1939-2012), een Oglala-Sioux uit het reservaat Pine Ridge in Zuid-Dakota, stelde zich in 1987 kandidaat voor het presidentschap van de VS, maar dat was een symbolisch gebaar om de marginale positie van deze minderheid te onderstrepen.

Schelmenverhalen

Toch is de gespannen relatie tussen ‘stam’ en ‘staat’ in de VS aan het veranderen. In november doen liefst tien indiaanse kandidaten mee aan de Congresverkiezingen. Onder hen zijn vier vrouwen. Deb Haaland (Laguna Pueblo) in New Mexico, Sharice Davids (Ho Chunk) in Kansas, en Amanda Davis (Cherokee) in Oklahoma dingen naar een zetel in het Huis van Afgevaardigde en Eve Reyes Aguirre (Izkaloteka) uit Arizona gaat op voor een Senaatszetel. In Minnesota is Peggy Flanagan (Ojibwe) door Democraten gekozen als kandidaat-vice-gouverneur. En Paulette Jordan uit Idaho zou, als ze wordt gekozen, de eerste ‘Native American’ zijn in het hoogste ambt van een deelstaat.

In delen van Noord-Afrika, het Nabije Oosten en Centraal-Azië is geen sprake van een dergelijke integratie van stam en staat, daar zien we eerder afbrokkeling van toch al zwakke staten langs tribale breuklijnen. In Irak, bijvoorbeeld, identificeert driekwart van de bevolking zich met één van de 150 stammen binnen de landsgrenzen. Iets soortgelijks, maar in nog sterkere mate, geldt voor Libië. Dat land kende van de Tweede Wereldoorlog tot 2011 een staat, maar was nooit een natie. Het is een verzameling van 140 stammen en begrippen als ‘burgerschap’ of een ‘Libische identiteit’ hebben voor de bevolking nooit betekenis gehad. Na de val van Saddam Hoessein en Muammar Ghadafi zijn staatsinstellingen in Irak en Libië verder verzwakt en zijn tribale banden alleen maar sterker geworden.

Nomadische herders

Wat hebben ‘Native Americans’ en Midden-Oosterse bedoeïenen gemeen? Wat onderscheidt stammen van andere samenlevingsvormen? En hoe gedragen zij zich in een verstatelijkte wereld?

Gezien het grote aantal varianten op wereldschaal en de snelle veranderingen die tribale samenlevingen doormaken als gevolg van globalisering, betwijfelen sommige antropologen of de term ‘stam’ nog bruikbaar is. Lawrence Rosen, hoogleraar antropologie aan Princeton University, vindt van wel. In oktober 2016 schreef hij in het tijdschrift Anthropology Today: ,,Wat ‘stam’ betekent in Jemen of Arizona of het Northern Territory [van Australië] is niet in alle opzichten identiek. Maar er is wel degelijk een familiegelijkenis; geen eendere gelaatstrekken, maar overeenkomstige culturele oriëntaties.” Rosen speekt van een „tribaal ethos” en noemt als een van de kenmerken een „diepgaande ambivalentie tegenover macht”, gepaard aan „een scala van rituele mechanismen – toverijbeschuldigingen, strategische roddel of opvoedende schelmenverhalen – waarmee individuen hun plaats wordt gewezen en hun machtsmiddelen wezenlijk worden beperkt”.

Veel tribale gemeenschappen voorzagen ooit in hun levensonderhoud als jagers en verzamelaars. Die zijn er nog wel, maar tegenwoordig bestaan de meeste stammen uit nomadische herders. Afhankelijk van het natuurlijke milieu bedrijven ze ook landbouw. Sommige volken leven deels in permanente boerendorpen en trekken voor een deel met hun kudden van weidegrond naar weidegrond.

Eve Reyes Aguirre van de Izkaloteka-stam uit Arizona gaat in november op voor een Senaatszetel.

Foto Robin Utrecht

Emanuel Marx, emeritus hoogleraar antropologie aan Tel Aviv University, maakte jarenlang studie van nomadische herders in de Negev, de Sinaï en Libië. Stammen, zegt hij, voorzien collectief in hun levensonderhoud – als jagers, veehouders of boeren – en dat doen ze binnen een bepaald territorium. Gemeenschappen van rondtrekkende herders delen soms hun weidegronden met andere groepen, maar iedere gemeenschap heeft zijn eigen gebied. Stammen traceren hun afkomst naar een gemeenschappelijke voorouder en ontlenen sociale samenhang aan persoonlijk relaties. Dat kunnen familiebanden zijn, maar verwantschap wordt ruim gedefinieerd en adoptie in de gemeenschap is heel gewoon.

Net als Rosen wijst Marx op het egalitaire karakter van stamsamenlevingen. Zij hebben niet altijd een leider; geschillen binnen de gemeenschap moeten vreedzaam worden beslecht door inschakeling van gezaghebbende ouderen. Marx laat zien dat Arabische bedoeïenenstammen in de loop van de geschiedenis pas een leidersfiguur naar voren schuiven als ze in conflict komen met andere stammen of onder druk staan van enigerlei staatsgezag, zoals het Ottomaanse en – later – het Franse, Britse en Israëlische bestuur. Van die voormannen (sheikh) wordt verwacht dat ze voorgaan in de strijd of onderhandelen met zulke externe machthebbers en opkomen voor de autonomie van de stam.

Marx schreef in 1977 dat economische alternatieven voor de traditionele levenswijze de ondergang van de gemeenschap kunnen betekenen. Over bedoeïenen zei hij: „Als er stabiel emplooi wordt gevonden anders dan kamelen of geiten houden, worden verdediging van gebiedsgrenzen en controle over de toegang tot grondgebied minder belangrijk, en dit kan uiteindelijk leiden tot een reorganisatie van stamleden in andere sociale verbanden.”

Illegaal verklaard

Toch betekent sedentarisering van nomadische herders nog geen desintegratie van de gemeenschap. De Negev, een woestijn in het zuiden van Israël, wordt al duizenden jaren bewoond door Arabische bedoeïenen. Zij trokken rond tussen weidegronden of leefden in kleine dorpen. De circa 195.000 Negev-bedoeïenen worden in hun bestaan bedreigd door het Israëlische beleid van gedwongen hervestiging in geïmproviseerde nederzettingen. Tientallen dorpjes zijn illegaal verklaard en worden bedreigd met verwoesting. In de nieuwe nederzetting Rahat wonen nu zo’n 70.000 mensen; het is de grootste ‘bedoeïenenstad’ ter wereld. De bevolking is er aangewezen op overheidsdiensten en de werkloosheid is er schrikbarend hoog. Toch blijven stambanden bestaan. Vrouwen verdienen wat geld door traditionele maaltijden te bereiden voor toeristen en bedoeïenenverhalen te vertellen.

Deb Haaland van de Laguna Pueblo-tribe in New Mexico doet mee aan de Congresverkiezingen.

Foto Robin Utrecht

Rosen is positief over het vermogen van stammen om sociaal-economische en politieke verandering te overleven. Hij benadrukt juist het aanpassingsvermogen van tribale gemeenschappen en stelt vast dat individuen zich vaak blijven identificeren met de gemeenschap van oorsprong. Hij schrijft: „Stammen kunnen hun taal verliezen en zich bekeren tot het christendom en toch kenmerken van een tribaal ethos behouden. […] In veel gevallen worden zij juist opnieuw geactiveerd door hun interactie met grotere politieke systemen.”

Terug naar gouverneurskandidaat Paulette Jordan. Zij kent de geschiedenis van haar gemeenschap, de Coeur d’Alène. Het is een verhaal van strijd, aanpassing en overleving, vertelde ze onlangs: „Stamleden hebben meerdere veldslagen en oorlogen meegemaakt, gedwongen assimilatie, talloze pogingen om ons volk te vernietigen, aantasting van ons grondgebied en soevereine gezag.” Maar ze bestaan nog steeds, en ze beschouwen zichzelf nog altijd als natie.

Jordan is een Democraat en staat voor toegankelijke gezondheidszorg voor iedereen, verhoging van het minimumloon en legalisering van marihuana. En ze komt op voor de bescherming van gemeenschapsgrond. Tegelijk heeft ze ook vrienden onder conservatieve Republikeinen en is ze de trotse eigenaar van een vuurwapen. Idaho is een staat van plattelanders en die stemmen vanouds Republikeins. Toch zouden ze, net als de jonge ‘liberals’ in Boise, best eens kunnen vallen voor deze onverschrokken ‘country girl’. En dan komt er voor het eerst in de VS een stamleider aan het hoofd van een staat.

    • Dirk Vlasblom