Opinie

    • Georgina Verbaan

Snavel

‘Opssstaan!” Ik lig in foetushouding onder een zachte deken en word geschopt. Twee keer. Eerst tegen mijn kont, daarna in mijn linkernier. Gepijnigd open ik een oog. Het andere knijp ik dicht, het is walgelijk licht. Waar ben ik? Ik lig onder een bolvormig plafond van papier-maché waar houten vormpjes van hamertje tik in vastgedrukt zijn, alles voorzien van een glanzende, zachtgele laag verf. Verse verf. Een druppel valt in mijn gezicht en ik kom half overeind om het weg te vegen. Een schop tegen mijn ruggengraat. „Hé!”, roep ik. Er valt een schaduw over me heen, ik kijk omhoog. Het is de dikke pinguïn, collega van George Clooney. Dan zal ik wel weer in mijn hoofd liggen. De pinguïn kijkt gepijnigd en zijn snavel oogt gezwollen. Ik laat me weer achterover vallen en trek de deken over mijn hoofd. „Opssstaan, hij iss rommel annemaken!” „Nou en?”, roep ik. „Laat me met rust.” De dikke pinguïn schopt wéér. Je verwacht niet dat dikke pinguïns zo gemeen kunnen schoppen met die rubberen oranje flapjes. Hij vult zijn vette lichaampje hoorbaar met lucht en plaatst iets kouds en schotelvormigs op de deken ter hoogte van mijn oor. „Ppppfffflllééépp!” Aaargh. Zijn trompetje. Zijn kleine koude treurige rottrompetje.

Ik spring op en ben wakker. Klaarwakker. En een beetje boos. Ik wil hem met geveinsde interesse vragen of hij ook een naam heeft, of dat ik hem gewoon de dikke pinguïn moet noemen. Om hem te kwetsen. Maar nu ik ben opgestaan en hij niet langer over mij heen gebogen staat is hij gewoon een zielige ronde vogel met opmerkelijk hoge schouders. Hij wijst vermoeid naar het midden van de ruimte. Daar zit George in zijn ondergoed op de schedelbasis, onder de verf, zijn beentjes als een kleuter voor zich uit. Hij schildert gezichtjes op de gezichtsloze tinnen soldaatjes die normaal in een donker hoekje nare dingen staan te smiespelen.

Wist je dat ezelspinguïns poep gebruiken om ijs te smelten?

Hij begint te zingen. „Ik ben gelukkig met mijn lepel, m’n pán, een fluitje erbíj, ik maak weer muziek, ik ben vreselijk blíj dus: kom op Archibald! Speel nog een deuntje op je trompetje!” Twee betraande vogel-ogen kijken me vanachter de allengs groter wordende snavel ten einde raad aan. „Er is iets bijzonders met mij!” George zit er lekker in. Ik knik naar de vogel ten teken dat ik hem zal helpen. „George…” begin ik. „Praat niet met me! Zing liever een lied!” Hij legt twee soldaatjes te drogen. Een van de soldaatjes lijkt woedend door zijn verse gezicht heen te willen smiespelen. Verf borrelt op ter hoogte van zijn scheef geschilderde mond. „Archibald kan niet meer.” Ik draai me om naar de pinguïn. „Heet jij wel Archibald?” De pinguïn knikt. Zijn tong steekt als een luchtbed uit zijn snavel. „Hij is er niet voor gemaakt om de hele dag trompet te spelen, George.” George kijkt me aan. „Wist je dat ezelspinguïns poep gebruiken om ijs te smelten?” „Wat heeft dat nou met trompet spelen te maken George?” Ik breng Archibald met zijn flapvoeten naar het dekentje en neem zijn trompetje over. „Goed dan, komt-ie: Pppphllllup ppppphphphphph!”

    • Georgina Verbaan