Foto Wouter van Vooren

De Nederlandse rockster van Renault: ‘De auto heeft een ziel, een karakter’

De Nederlander Laurens van den Acker is directeur design van Renault. Hij geeft leiding aan 550 designers, van Parijs tot Mumbai. „In de auto-industrie kun je een enorme impact hebben op een land. Sociaal, economisch, qua infrastructuur.”

Zaterdagmiddag 12 uur, op het dak van Centre Pompidou in Parijs. Laurens van den Acker (53), in het zwart en op gympen, wijst naar rechts: daar ongeveer, in het zestiende arrondissement, woont hij. Hij is directeur design van Renault en directielid. Schuin links: daar ligt SoPi, kort voor South of Pigalle, daar wonen de jonge designers van de Renault-studio. „Super buurt, hippe winkels, lekker eten.”

Waarom woont u er niet?

„Hoe centraler je woont, hoe langer de autorit naar de designstudio. Vanaf mijn huis is het maar een half uurtje.”

Laurens van den Acker geeft leiding aan 550 designers, verspreid over zes studio’s in de wereld. Eén in Parijs dus, en in Boekarest, Mumbai, São Paulo, Seoul, Shanghai. „Mensen hebben een romantisch beeld van mij, de designer die door Parijs slentert op zoek naar inspiratie.” In werkelijkheid is hij onderdeel van een „machine de guerre de créativité”. Een creativiteitskanon. Interviews houdt de rockstar onder de autodesigners normaal gesproken in marathonsessies. „Op grote autoshows zit ik twee dagen opgesloten en doe ik er dertig per dag.” Hij vertelt dan wat de designbaas van een groot automerk moet vertellen: de „message” over de nieuwste automodellen. „Het meest persoonlijke wat me gevraagd wordt, is welke kleur schoenen ik mooi vind.” Dit jaar is hij ambassadeur van de Dutch Design Week. Wat hij daar zal laten zien heeft alles met Renault te maken, maar ook met hem, Laurens de ontwerper die „als jochie” autootjes tekende en nooit eens een huis, zoals zijn vader. Die was architect.

Ik kan in drie talen over ruitenwissers praten

Deze zomerse zaterdag neemt hij alle tijd. We zitten onder enorme parasols op het terras van George, het restaurant boven op museum Pompidou. Hij bestudeert de menukaart – die „leest als een haiku”. „Ik pak iets lichts”, zegt hij. Meloen met ham. Water erbij. Zijn Nederlands heeft nog een spoortje Brabants. In Deurne, waar hij opgroeide, staat het telefoonboek vol Van den Ackers, zegt hij. In 1990 is hij uit Nederland vertrokken – net 25 en afgestudeerd in Delft ging hij naar Italië om het interieur van de Bugatti EB110 supercar te ontwerpen. Hij woont inmiddels langer niet in Nederland dan wel. „Ik ben zevenentwintig keer verhuisd in zeven landen.” Het langst woont hij nu in Parijs. Sinds 2009, toen hij gevraagd werd hoofddesigner van Renault te worden.

Chic wel, gevraagd worden.

Hij grimast.

Zeg maar gewoon ja.

„Ze vragen je natuurlijk niet als je het slecht doet. Ik zat toen in Japan. En daar had ik het naar mijn zin.” Hij was hoofddesigner voor Mazda. „In Japan kijkt iedereen naar de baas: ‘Tell us where to go’. Als je weet wat je wilt, is dat fantastisch. Alsof je een formule-1 team leidt.” Zijn gewoonte om sneakers te dragen in de kleur van z’n nieuwste conceptauto is in Japan begonnen. „Ik was 40 toen ik daar kwam. Veel te jong om baas te zijn. Ik moest in pak, ik keek in de spiegel en zag mijn vader. Ik moest iets verzinnen om me jong te voelen én designer.” Vandaag draagt hij hardroze met donkerblauwe gympen. Zelf ontworpen via de Adidas-site.

Sprak u net een beetje Japans, moest u weer een andere taal leren. Hoe is uw Frans?

„Vloeiend als het over design of over auto’s gaat. Maar zet me niet in een groentewinkel. Ik kan in drie talen over ruitenwissers praten, in het Nederlands vind ik het lastig .”

Zijn zus is rechter, zijn broer architect. „De een is zeer rationeel en redelijk, de ander creatief en rebels. Ik, de jongste, zit daar ergens tussenin.”

U bent designer én directeur van een enorm bedrijf.

„Het is nooit mijn ambitie geweest om directeur te worden. Ik wilde ontwerper worden bij een autobedrijf. Die droom was bereikt toen ik op m’n 28ste naar Audi ging. Alles wat daarna kwam, is bonus.” Hij is nu geen spits meer, zegt hij, maar de bondscoach van een nationaal elftal.

Kijk, in Nederland zijn er nu 600 auto’s per 1.000 inwoners. In India zijn het er 14. Maar daar wonen dus wel 1,2 miljard mensen. Daar zit de groei

Mist u het voetballen niet?

„Er zijn nu grotere talenten dan ik. Maar het is heel nuttig dat ik weet hoe het is om in een designteam te zitten. Uniek aan de auto-industrie is dat de designers niet samen tegen de rest, de andere automerken, concurreren, maar tegen elkaar.” Een nieuw model auto ontwikkelen, kost jaren en miljarden. Dus zetten autofabrikanten een paar teams aan het werk. Tussentijds worden de vorderingen beoordeeld. „Een team kan competitie na competitie winnen, maar na twee jaar buffelen kan de definitieve keus toch vallen op het ontwerp van team B. Jaren werk in één klap weg. Dat is mentaal zwaar. Mijn job is de designers creatief te houden en ze te beschermen tegen de enorme druk van tijd en geld.” Voor hem is dat ook „intens”, zegt hij. „Het is topsport. Je kunt dit werk alleen doen als je fysiek en mentaal fit bent. Je moet happy zijn.”

Uw job is ook de buitenwereld vertellen wat jullie doen.

„Ja. Maar ik heb een positief vak, hè. Designers creëren dingen, we maken de wereld mooier. Daar zijn weinig mensen tegen.”

Nou… De auto-industrie wordt anders ook wel vergeleken met de sigarettenindustrie. Vies en vervuilend.

„De auto-industrie geeft ook veel. Onafhankelijkheid, vrijheid, mobiliteit. Hoe kan je daar nou tegen zijn?”

U heeft een dochter van 19. Wat heeft zij aan een rijbewijs als ze vervolgens alleen maar in de file staat?

„Als je nu geboren wordt, in een metropool in Europa, dan heb je straks misschien inderdaad geen rijbewijs meer nodig. Maar woon je in Zuid-Amerika, of in China of Rusland, en je woont buiten de stad, zie dan maar eens te overleven zonder auto. Kijk, in Nederland zijn er nu 600 auto’s per 1.000 inwoners. In de Verenigde Staten 800 op de 1.000. In India zijn het er 14. Maar daar wonen dus wel 1,2 miljard mensen.”

Daar zit groei, wilt u zeggen?

„Enorm.”

Foto Wouter van Vooren

Ik ben vast aan het verkeerde adres, maar als iedereen daar straks ook een auto heeft, dat is toch verschrikkelijk?

„Nou, niet als jij daar in een dorp woont en alleen een baan in de stad kunt krijgen omdat je een autootje hebt. Nu zitten vader, moeder en drie kinderen samen op een scootertje. Die zie ik liever, veilig, met z’n allen in een auto. Dat is het leuke van de auto-industrie. Je kunt een enorme impact hebben op een land. Sociaal, economisch, qua infrastructuur.”

Nog meer benzine, nog meer uitlaatgassen.

„De auto-industrie verzint juist de technische oplossingen die milieuvervuiling tegengaan. Tien, vijftien jaar geleden leek onze tijd misschien voorbij. Wij waren zo’n beetje de dinosaurus onder de bedrijven, gedoemd uit te sterven. Maar het omgekeerde is nu waar. Bij ons zit de kennis en de innovatie. Google komt hier op bezoek, Apple.”

Lees ook: Een beetje pionieren is het nog wel, dat elektrisch rijden

En wat zien die dan bij jullie?

„De auto is zo veel meer geworden dan een karretje dat je van a naar b brengt.”

Ik zag een plaatje van de eerste, dichte auto van Renault, uit 1900. Een koetsje op wielen…

Hij wijst in de verte. „De Champs-Elysées, honderd jaar geleden zat daar het atelier van Louis Renault. Die hele laan was een soort assembly line. Als je rijk genoeg was, zocht je bij Renault je chassis, motor en wielen uit. Een winkel verderop bestelde je dan de carrosserie, letterlijk de koets. Dan ging je naar Louis Vuitton voor de bijbehorende koffers en dozen. Vervolgens naar Hermès, van origine zadelmakers, voor het tuigwerk. Waarom is het stuur in auto’s nog zo vaak van leer? Door de associatie met de teugels van toen. Koetsjes zagen eruit als kleine huiskamers. De auto verving de koets. Het paard kon weg, de koetsier ook, want rijden deden we liever zelf. Nu willen we precies het omgekeerde. Ik hou van autorijden, maar ik zou het heel prettig vinden als ik in dat ritje van een half uur naar mijn werk relaxed m’n e-mails kan bekijken. Straks, als de autonoom rijdende auto er is, geven we het rijden weer uit handen en zit de driver achterin. In een ruimte die is ingericht als z’n zitkamer.”

Zit u dit nu ter plekke te verzinnen?

„Een beetje. Maar dit is wel waar het heengaat. Kijk even naar de conceptauto die hij in 2017 presenteerde, de Symbioz . Het is een auto en een huis (van 21 bij 7 meter) ineen, te zien tijdens de Designweek in Eindhoven. „De auto wordt een integraal onderdeel van je leven. Vroeger was het zo: je stapte in je auto en was afgesloten van de rest van de wereld. Je zat in een bubbel. Nu wil iedereen connected blijven. Hoeveel mensen zitten niet in de auto te appen, te bellen…”

Dus u faciliteert eigenlijk slecht gedrag?

„Dat is te negatief gedacht. Waar zie je verandering? Als behoefte en technologie samen komen. Mensen willen verbonden zijn met hun vrienden, hun huis, hun apparaten. Wij dachten: waarom maken we van de auto niet een extra, bewegende kamer. De Symbioz parkeert zichzelf. Met een lift naar het dakterras. Of in je slaapkamer. De kleur, de inrichting, de materialen zijn afgestemd op je interieur.”

Dus u bent alsnog geworden wat u niet wilde zijn. Architect.

Hij lacht. „Als je jong bent, wil je juist niet zijn zoals je vader. Hij had een studio aan huis. Hij drukte me altijd pen en papier in handen. Tekenen, tekenen, tekenen. Dat heeft me gevormd. Maar tussen een architect en een auto-ontwerper zit een verschil. Een architect herken je aan z’n handtekening. Frank Gehry maakt een ‘Frank’-Gehry’-gebouw. Ik ontwerp geen LvdA-auto, ik ben geen artiest. Ik ontwerp de beste Renault. Het is mijn taak de waarden van het bedrijf te vertalen in de auto’s.”

Een beetje automerk heeft inmiddels een elektrisch model. NRC zet prijzen en prestaties op een rij

En wat zijn die waarden?

„Renault is een Frans merk, het stelt de mens centraal. Onze auto’s moeten er menselijk uitzien. Warmbloedig, verleidelijk, sensueel, niet vierkant of hoekig. De auto moet attractive zijn. Ik wil kleur op de weg. Rood, oranje, geel. En het is een populair merk, dus moet ik iets maken dat veel verschillende mensen mooi vinden. Ik maak geen sushi, maar iets wat iedereen lekker vindt.”

En als u nou even artiest mocht zijn?

„Het dichtste bij een persoonlijke expressie komt een conceptcar. Dan zijn er weinig beperkingen, je hoeft niet op geld te letten, niet op veiligheid of functionaliteit. Het is wat haute couture in de mode is. Het moet er spectaculair uitzien, maar je hoeft het niet per se te dragen.” De lunch wordt geserveerd. Onze borden zien eruit als kleurige schilderijtjes.

Mooi?

„Prachtig.”

Kijkt u altijd met designerogen?

„Wat goede smaak is, heb ik geleerd van mijn vrouw.” Ze kennen elkaar uit Delft, zij studeerde ook industrieel ontwerpen. „Ze heeft me bijgebracht wat mooi en goed is.”

Want zelf had u geen smaak?

„Van nature heb ik er niet zoveel kaas van gegeten, nee. Ik heb ook veel geleerd door te reizen. Ik had geen idee wat goed eten was, tot ik in Italië ging wonen. Wat echt goed design is, ontdekte ik pas toen ik in Duitsland werkte. Wat sophistication betekent, leerde ik in Japan.”

Foto Wouter van Vooren

En zou u, met al die kennis, niet liever wat anders ontwerpen dan auto’s?

Hij kijkt verbluft. „Nee. Nee, juist niet. Voor mij is een auto het summum van design. Het is tekenen, het is beeldhouwen, letterlijk met klei boetseren, het is grafisch design. Productdesign voor de stoelen. Interieurdesign voor de bekleding. Architectuur voor de buitenkant. Het is alles, de auto is de meest menselijke vorm van design.”

Menselijk?

„Ja, menselijk. Een auto heeft ogen, schouders, heupen, hij beweegt. De auto heeft een ziel, een karakter, eigenschappen.”

Dus, zo geredeneerd, kun je een auto ook niet mogen?

„Zéker. Een auto kan arrogant zijn, onaangenaam, agressief. Over bepaalde mensen die in bepaalde auto’s rijden, heb je al een mening nog voor ze zijn uitgestapt. Iedereen kan ook zien of een auto mooi of lelijk is, alleen kunnen we niet uitleggen waarom. We kijken naar proporties en verhoudingen, net als bij mensen. De oren zijn te groot, het gezicht is niet symmetrisch, de uitstraling is onprettig. De keuze voor een auto is heel persoonlijk, het is een extensie van jezelf. Ze zeggen wel dat een auto de reflectie is van wie we willen zijn, de inrichting van ons huis weerspiegelt wie we werkelijk zijn.”

In de Europese top-10 van populaire auto’s in Europa staat een Renault op nummer 2 (Clio), op nummer 9 (Captur) én 10 (Mégane). Allemaal mensen die voor uw „menselijke auto” kiezen.

Weer een bescheiden lach. „Ik heb eraan bijgedragen. Mijn voorganger bij Renault zat er 22 jaar. De rek was uit het merk, het was een beetje saai geworden, grijs en grauw.”

Zelf rijdt hij in een Renault Espace, een familie-auto, maar dat heeft niks te maken met zijn levensfase (zijn dochter studeert in Engeland). Hij heeft de beschikking over het complete wagenpark van Renault en kan kiezen wat hij wil. Zijn vrouw rijdt in de Renault Zoë, een elektrische auto.

Een op de vijf Fransen rijdt in een Renault. Wereldwijd heeft Renault in 2017 2,3 miljoen auto’s verkocht. Meer dan ooit. Dat moet iets met u te maken hebben.

„Het duurt vier, vijf jaar om een auto een nieuw design aan te meten. Het is een cyclus. De complete line-up is inmiddels onder mijn leiding vervangen, dat klopt. Ik begin nu aan een nieuwe generatie.”

Spannend?

Brede lach. „Kan het nog beter, anders, nieuwer? Of blijf ik op dit niveau hangen? Het voelt een beetje als een second album.”

    • Rinskje Koelewijn