Over twintig jaar wonen we zo

Hoe denken Nederlandse architecten over het huis van de toekomst? We gaan vooral veel met elkaar delen. „Het huis van de toekomst is géén spektakelgebouw vol robotica en technische snufjes.”

Illustratie Jenna Arts

The Monocle Guide to Cozy Homes, dat was de titel van het boek dat lifestyle-tijdschrift Monocle in 2015 over huizentrends publiceerde. Die titel was opvallend, want Monocle is niet zo van het knusse. Het kosmopolitische multimediabedrijf richt zich op internationale ontwikkelingen in politiek, stedelijke planning en de luxe-industrie. ‘Innovatie’ is in die verslaggeving een sleutelbegrip. Nu stuurde hoofdredacteur Tyler Brûlé zijn correspondenten naar lokale voorbeelden van ‘leefbare en gezellige huizen’, van een wolkenkrabber in Chicago tot huizen aan de Australische kust. Volgens Brûlé moesten huizen vooral deel uitmaken van een hechte gemeenschap van andere huishoudens, want gezelligheid met anderen was uiteindelijk waar geluk over ging, zo schreef hij in zijn ‘manifest voor gezellig wonen’.

Monocle illustreerde met het huizenboek een trend die in de bouwwereld ‘sociale duurzaamheid’ wordt genoemd: het versterken van relaties tussen mensen in een gebouw of wijk. Drie toonaangevende Nederlandse architecten leggen, als hun wordt gevraagd naar het huis van de toekomst, onafhankelijk van elkaar ook die nadruk op sociale verbinding. Rijksbouwmeester Floris Alkemade: „Uiteindelijk gaat het om de manier waarop je vanuit je huis sociale contacten kunt onderhouden.”

Nathalie de Vries, mede-oprichter en directielid van architectenbureau MVRDV: „Het huis van de toekomst is geen spektakelgebouw vol robotica en technische snufjes. Het is veelal een compacte woning die deel uitmaakt van een gebouw waarin bewoners voorzieningen en ruimtes met elkaar delen.” En Ben van Berkel, oprichter van UNStudio, die in 2003 in Amsterdam Zuidoost ‘Het huis van de toekomst’ bouwde: „We moeten zoeken naar manieren om de band met de mensen in huis en daaromheen te verstevigen.”

Delen is ideaal voor wie alleen woont, maar niet alles alleen wil doen

Floris Alkemade, rijksbouwmeester

Toen de Britse architecten Alison en Peter Smithson in 1956 hun wereldberoemd geworden ‘Huis van de toekomst’ ontwierpen, woonde daar een gezin met een patio die niet in verbinding stond met de straat. Het huis, grotendeels van plastic, is te zien op de tentoonstelling Home Futures die binnenkort opent in het Design Museum in Londen. In het huis van de toekomst van Ben van Berkel had het fictieve gezin daar in 2003 óók geen nadrukkelijk contact met de buitenwereld. Maar het toekomsthuis dat studenten van de TU Eindhoven in juni van dit jaar lieten zien tijdens de Dutch Technology Week, was een klein appartement in een gebouw met een grote ontmoetingsruimte. Die ruimte bood plek aan een gezamenlijke keuken, wasruimte en een sportschool, ‘om het contact tussen de bewoners te versterken’, zoals een van de studenten schreef op de website van de universiteit.

Hun visie sluit aan bij die van Rijksbouwmeester Alkemade, architecten De Vries en Van Berkel. Over het wonen van de toekomst zeggen zij alle drie: meer mensen gaan kleiner wonen, huizen zullen vaker worden aangepast aan persoonlijke woonwensen, we gaan meer voorzieningen delen en huizen krijgen meer technologie. Maar waar vooral de nadruk op ligt, in de woorden van Nathalie de Vries, is ‘een nieuwe gezamenlijkheid’.

Kleiner wonen

Door de groei van het aantal huishoudens zullen er veel meer huizen bij moeten komen. Volgens het CBS stijgt het aantal huishoudens mede door scheidingen en vergrijzing van 7.7 miljoen in 2016 naar 8.6 miljoen in 2060. Omdat er meer wordt gebouwd, wordt een deel van de huizen kleiner. Dat is volgens Alkemade een noodgedwongen ontwikkeling in stedelijke gebieden waar de huizenprijzen sterk oplopen; er moet kleiner worden gebouwd om huizen betaalbaar te houden en om meer huizen op een kleiner oppervlakte te kunnen realiseren. „Op dit moment nemen we in Nederland iedere dag acht hectare onbebouwd gebied in met de bouw van nieuwe projecten”, zegt hij. „Daar kunnen we niet mee doorgaan zonder onze natuur zwaar onder druk te zetten. We wonen in een dichtbevolkt land en zullen dichter op elkaar moeten gaan leven om te voorkomen dat we straks in een verstedelijkt landschap wonen.”

Lees ook: Je eigen huis bouwen in Almere: alles mag, maar dan moet je ook alles zelf regelen

Een deel van die compacte woningen komt in appartementencomplexen langs de randen van grote steden. Architectenbureau MVRDV is onder meer verantwoordelijk voor stadsontwikkeling in Leiden, de Amsterdamse Zuidas, een deel van de Bijlmermeer, Almere Oosterwold en Eindhoven. Om kleiner wonen in een stadsomgeving prettig te maken, zijn er in hun gebouwen gedeelde voorzieningen. Zo komt er in een woonwerkcomplex aan de Amsterdamse Zuidas een grote gemeenschappelijke ‘binnenstraat’, de Grotto, die kan worden gebruikt als huiskamer of expositieruimte. Op de Wilhelminapier in Rotterdam krijgen bewoners van de Sax, klaar rond 2022, een gemeenschappelijke daktuin. De woonwijk Nieuw Bergen die in het centrum van Eindhoven komt, bestaat uit 242 huur- en koopappartementen. Bewoners hebben gezamenlijke tuinen en delen een grote kas.

Een bibliotheek, een sportzaal, een crèche, een extra ruimte om feestjes te organiseren; het gebrek aan vierkante meters in het huis van de toekomst moet worden goedgemaakt met dat soort voorzieningen. Architect Van Berkel voegde aan Canaletto, een luxueuze woontoren in Londen, een ‘club’ toe waar je je verjaardag met een groot gezelschap kunt vieren en een bioscoopje waar bewoners samen film kijken.

Volgens Rijksbouwmeester Alkemade wordt de huizenmarkt ook diverser. Woningen moeten niet alleen kleiner maar ook flexibeler worden. In de branche heet dit ‘flexibilisering’. Alkemade wil de monocultuur van de naoorlogse stadswijken met gezinshuizen en tuintjes doorbreken, omdat „het aantal gezinnen sterk terugloopt. We hebben meer woonvormen nodig: eengezinswoningen, villa’s, twee onder een kap, appartementen, tiny houses. Nieuwe tijden vragen om nieuwe vormen. Bijvoorbeeld een appartement waar je je eigen kamer hebt en de woonkamer deelt met vrienden, zoals je dat in de Amerikaanse tv-serie Friends ziet. Ideaal voor mensen die alleen wonen, maar niet alles alleen willen doen.”

Woongroep met meerdere generaties

Een andere nieuwe woonvorm moet volgens Alkemade tegemoet komen aan alleenstaande ouderen die gezamenlijke zorg willen en meer faciliteiten willen delen. Een derde vorm kan een woongroep met meerdere generaties zijn. Ook oude vormen kunnen weer nieuw leven ingeblazen worden, zegt hij, „zoals de middeleeuwse hofjes: daar heb je de privacy van je eigen woning en deel je een tuin”.

De behoefte om ruimtes te ‘customizen’, dus aan te passen aan de persoonlijke wensen, neemt ook binnenshuis toe, zegt De Vries. „Door die verschillende gezinssamenstellingen, moeten woningen flexibeler worden ingericht.” De Vries denkt dan aan huizen van gescheiden ouders waar de kinderen een deel van de week wonen, huizen voor co-ouders die nog samenwonen, huizen die geschikt zijn voor mensen die thuis werken, huizen die je kunt aanpassen als je slecht ter been wordt. MVRDV is bezig met de ontwikkeling van software en games waarmee je als toekomstige bewoner al tijdens het ontwerpproces kunt meebeslissen over de indeling van het huis.

Illustratie Jenna Arts

Smart living is een andere toekomsttendens. UNSense, het technologiebedrijf dat Ben van Berkel eerder dit jaar oprichtte, onderzoekt ‘empathische interieurs’ waarin de verlichting, de ventilatie en de akoestiek zich automatisch aanpassen aan de gewoonten en voorkeuren van de bewoners. Van Berkel bekleedt een leerstoel aan Harvard University, waar hij onderzoek doet naar de gezondheid van binnenruimtes. „We brengen ruim 80 procent van onze tijd binnen door en we kunnen door technologische oplossingen het binnenklimaat thuis gezonder en prettiger maken.”

Zo kunnen er in open, multifunctionele ruimtes geluidsmuren worden opgetrokken waarin ouders en kinderen rustig kunnen werken en studeren. Het bureau doet onderzoek naar flexibele panelen die geluiden aan weerszijden smoren. Ook is er een audio-installatie in ontwikkeling die voortdurend geluiden afspeelt die niet te horen zijn voor het menselijk oor, maar wel omgevingsgeluiden onderdrukken. „Ze zijn gebaseerd op hetzelfde principe als de noise reduction-koptelefoons”, zegt Van Berkel, „maar je hoeft er geen koptelefoon voor op te doen. Dat bevordert het contact maken met elkaar.”

Eenzaamheid

Het nadeel van die voortschrijdende technologisering is dat je je huis niet meer uit hoeft. Rijksbouwmeester Alkemade vreest dat al dat comfort de eenzaamheid zal vergroten. „We maken tegenwoordig niet meer automatisch deel uit van een gemeenschap zoals vroeger.” Vandaar zijn pleidooi om de sociale structuur in de gaten te houden. „Nog meer technisch comfort versterkt de individualiteit. Het leidt tot bewegingsloosheid, als bij een bijenkoningin zwermt alles naar je toe. Straks hoef je voor boodschappen de deur niet meer uit. Koeriers vliegen af en aan, je hoeft nergens meer naartoe.” Hij is daarom een groot voorstander van gezamenlijke ruimtes in wooncomplexen, waar mensen elkaar kunnen ontmoeten.

Lees ook: Hoe komt het dat de problemen voor starters zo groot geworden zijn?

Dat technologie kan vereenzamen, merkt ook Eszter Steierhoffer, curator van de expositie Home Futures in Londen. Er is iets geks met het concept huiselijkheid, zegt ze telefonisch. „Je kunt waar ook ter wereld een gevoel van thuis zijn hebben zodra je op de homeknop van je smartphone drukt en inlogt op je sociale media. Daardoor is er een virtuele huiselijkheid ontstaan die iedereen in zijn eentje beleeft.”

Steierhoffer bestudeerde voor de tentoonstelling de ideeën over het huis van de toekomst van de afgelopen twee eeuwen en kwam tot de conclusie dat hoe mooi de toekomstvisioenen ook waren, de woning zelf uiteindelijk niet zo veel is veranderd. „We hebben als mensen bepaalde basisbehoeften die niet veranderen. We willen een ruimte persoonlijk maken door decoratie. We willen materialen die we kunnen aanraken. We willen rust thuis, maar vooral verbinding.” In dat opzicht, zegt ze, „blijft ‘het huis’ een fundamenteel conservatief fenomeen.”

Design Museum Londen. Home Futures. Van 7 november 2018 tot 24 maart 2019.

    • Annemiek Leclaire