Recensie

Onzekere gebouwen in onzekere tijden

bespreekt gebouwen die op elkaar lijken. Vandaag: een onzeker ECB-gebouw en een onzeker politiebureau.

Links: ECB-gebouw in Frankfurt van Coop Himmelb(l)au uit 2015 en politiebureau Burgwallen in Amsterdam (Ben van Berkel/UN Studio) uit 1996Foto’s Coop Himmelb(l)au (links), Herman Bunzing (rechts)
Links: ECB-gebouw in Frankfurt van Coop Himmelb(l)au uit 2015 en politiebureau Burgwallen in Amsterdam (Ben van Berkel/UN Studio) uit 1996
Foto’s Coop Himmelb(l)au (links), Herman Bunzing (rechts)

Meestal willen bankiers werken in gebouwen die macht, zekerheid en soliditeit uitstralen. Het bankwezen is tenslotte gestoeld op vertrouwen, zo weet iedereen sinds de val van de Lehman Brothers-bank tien jaar geleden. Maar de wolkenkrabbers in Frankfurt waarin de Europese Centrale Bank (ECB) sinds 2015 is gevestigd, deden NRC-redacteur Mark Beunderman ‘duizelen’. Dat kwam niet alleen door de razendsnelle liften in de torens van respectievelijk 165 en 185 meter hoog, zo schreef hij enkele maanden geleden in een artikel over de ECB, maar ook door de talrijke schuine lijnen die zowel het in- als exterieur van het ECB-gebouw kenmerken. Van buiten lijkt het alsof de twee scheve torens in wankel evenwicht tegen elkaar aanleunen. Binnen, in bijvoorbeeld de hoge ontvangsthal, vormen schuine wanden, scheve kolommen en door de ruimte schietende luchtbruggen en roltrappen een chaotisch geheel.

Ontwerper van de architectonische verbeelding van de eurocrisis in staal, glas en beton is Coop Himmelb(l)au, het bureau van de Oostenrijkse architect Wolf Prix. In de jaren tachtig was het bureau een van de pioniers van het ‘deconstructivisme’, de laatste avant- garde in de architectuur die als slogan heeft: ‘de tijden zijn onzekerder en chaotischer dan ooit en dus maken we extreem onzekere en chaotische architectuur.’

In Nederland werd Coop Himmelb(l)au bekend met het dak op een van de paviljoens van het Groninger Museum, dat met zijn schots en scheve vormen oogt als een ernstig treinongeluk. Het museum werd voltooid in 1994, toen het deconstructivisme zijn hoogtepunt beleefde. Ook de Nederlandse architect Ben van Berkel, bekend van de Erasmusbrug in Rotterdam, was toen in de ban van ‘decon’. In die jaren bouwde hij in het oude Amsterdam tussen de Nieuwendijk en de Nieuwezijds Voorburgwal een omvangrijk schots en scheef complex, dat onder meer een winkelcentrum, woningen en een hotel omvat. Blikvanger van dit hoogtepunt van het Nederlandse deconstructivisme is een groot kantoorgebouw aan de Nieuwezijds Voorburgwal.

Na een grondige verbouwing van dit kantoor nam het Politiebureau Burgwallen enkele jaren geleden er zijn intrek in. Zo is nu ook in Amsterdam een instelling die het moet hebben van vertrouwen – ‘de politie is je beste vriend’ – gehuisvest in een gebouw dat de voorbijgangers duidelijk wil maken dat ze in een onzekere en onveilige wereld leven.

    • Bernard Hulsman