Na 25 jaar draait het in de UFC nog altijd om de beste vechter

Vechtsport Het Ultimate Fighting Championship wisselde in 2017 voor vier miljard dollar van eigenaar. Het kooivechten bij de UFC is sport en modern ondernemen ineen.

Foto Christian Petersen/Zuffa LLC

Een Russische worstelaar, expert in het grondgevecht, aan de ene kant van de octagon. Een Ierse straatvechter, gezegend met een keiharde linker, aan de andere kant van de achthoekige kooi. „Een verwoestende knock-out, dat wordt het zaterdag. Ik hoop alleen dat het niet te snel gebeurt”, zei Conor McGregor vooraf. De Ier is specialist in de trash-talk, oogt altijd zelfverzekerd. Zaterdagnacht staat hij in Las Vegas tegenover Chabib Noermagomedov. Een Rus uit Dagestan, 26 keer ongeslagen in de Ultimate Fighting Championship (UFC).

Gaat het gevecht zaterdag naar de grond, dan is Chabib in het voordeel, zeggen de kenners. Hij beheerst die techniek door zijn worstelachtergrond beter dan McGregor. Die wil het liefst blijven staan, om meer in het (kick)boksgevecht te blijven. Bij MMA – mixed martial arts, de sport die beoefend wordt binnen de UFC-wedstrijden – mag bijna alles. „Het draait om de meest complete vechter”, zegt Remco Pardoel, die met een jiujitsu-achtergrond zelf meedeed aan twee UFC-evenementen. „Beheers je zowel het slaan, trappen, als ook het worstelen, dan kun je je tegenstander je wil opleggen.”

Een bokser tegenover een worstelaar of een karateka tegen een sumoworstelaar, het levert ongetwijfeld een bizar gevecht op. Maar interessanter nog: zo kom je erachter welke vechtsport de beste vechters levert. Precies dat dachten leden van de Braziliaanse familie Gracie in 1993, zelf experts op het gebied van Braziliaans jiujitsu. Een van hen emigreerde naar de Verenigde Staten, begon een vechtsportschool en daagde zo nu en dan vechters van andere disciplines uit voor een duel. Belangrijkste doel? Laten zien dat een vechter van 70 kilogram een tegenstander van 110 kilogram de baas kan zijn.

Royce Gracie in zijn jiujitsupak in de beginjaren van UFC in actie tegen de Amerikaanse bokser Art Jimmerson

Foto Markus Boesch/Getty Images

Wereldmerk

In november bestaat de UFC 25 jaar en nog steeds zijn die ideeën de basis van de competitie. Wat begon met ruwe kooigevechten tussen verschillende disciplines is een wereldmerk geworden. „Wij zijn nu 7 miljard dollar (6 miljard euro) waard”, zei UFC-directeur Dana White eerder dit jaar, nadat de Amerikaanse sportzender ESPN voor 1,5 miljard dollar de uitzendrechten van UFC-evenementen had gekocht. Vanaf 1 januari 2019 zijn de gevechten niet meer te zien bij FOX, dat de rechten sinds 2007 in handen had, maar bij ESPN. Voor de komende vijf jaar.

FOX zal tevreden zijn dat de UFC 229 al voor het weekend van 6 en 7 oktober stond gepland. De naam UFC 229 dankt het aan het feit dat het sinds de oprichting van de UFC in 1993 het 229ste pay-per-view-evenement is. Noermagomedov en McGregor vormen het, ook voor beiden, lucratieve hoogtepunt van de avond in Las Vegas. Toen McGregor werd gevraagd naar zijn gage voor het gevecht, antwoordde hij: „een bedrag van een stevige acht cijfers”. Onderlinge akkefietjes en de ijzingwekkende staredown verhoogden de afgelopen weken nog maar eens de intensiteit van wat hét gevecht van 2018 moet worden.

Remco Pardoel deed mee aan UFC 2 en UFC 7. Door een oproep in vechtsportblad KO Magazine kreeg hij lucht van de open vechtwedstrijden die in de Verenigde Staten werden georganiseerd. „Weinig regels, dat sprak me wel aan”, zegt hij. „En ik wilde me als jiujitsu-vechter graag meten met kickboksers, die zich toch altijd wat verheven voelen.”

In een sportzaal in het Amerikaanse Buffalo, New York, stond Pardoel in 1994 in zijn jiujitsupak tegenover de Braziliaanse bokser Marco Ruas, die slechts was gehuld in zijn boksbroekje. Vierduizend toeschouwers werden in een sportzaal met een capaciteit van tweeduizend gepropt. „Een gekkenhuis was het”, zegt Pardoel. „Dit was nog nooit vertoond.”

Nagenoeg alles was toegestaan

Nog los van de entourage waren de eerste duels in de UFC ruwer dan bijvoorbeeld het gevecht tussen Noermagomedov en McGregor. „Er was geen referentiekader”, zegt Pardoel. Nagenoeg alles mocht. Slechts twee regels kregen de vechters voor het betreden van het strijdperk opgelegd. „We mochten niet bijten en elkaar niet in de ogen steken. Dat was alles”, aldus Pardoel.

25 jaar later zijn de regels aangescherpt en zijn de kooivechters niet meer afkomstig van verschillende sporten. De UFC is nu hét merk waarbinnen MMA-wedstrijden worden gehouden. „Het is de Champions League voor MMA-vechters”, zegt Sander Schrik, commentator bij Fox Sports, de zender die in Nederland de UFC-wedstrijden uitzendt.

Chabib Noermagomedov oog in oog met Conor McGregor op 20 september in New York tijdens de persconferentie voor UFC 229.

Foto Steven Ryan/Getty Images/AFP

De UFC contracteert de MMA-vechters en bepaalt vervolgens wanneer en tegen wie zij een wedstrijd vechten. Stefan Struve (30) staat sinds 2008 onder contract bij de UFC. In die tien jaar vocht hij in 21 duels. „Je tekent telkens voor vijf tot zeven duels”, zegt hij vanuit Florida. „Daar doe je dan twee tot drie jaar over.”

In Florida traint Struve onder de Nederlander Henri Hooft bij team Hard Knocks 365. Hij is in afwachting van zijn volgende partij, maar wanneer en tegen wie dat is, weet hij nog niet. „Nu is het een kwestie van keihard trainen en fit blijven. Je wilt jezelf blijven meten, zeker in de UFC. Want ben je de beste in jouw klasse, dan betekent dat dat je de beste vechter in de wereld bent.”

Uitgegroeid tot een begrip

Struve traint inmiddels ruim drie jaar in Florida en ziet zelf hoe groot de sport in Amerika is. De UFC is uitgegroeid tot een begrip. Die status werd bevestigd toen het bedrijf WME-IMG, voorheen William Morris Endeavour, begin vorig jaar iets meer dan 4 miljard dollar (3,5 miljard euro) neerlegde voor de drie letters.

Het grootste gedeelte van dat geld ging naar de broers Lorenzo en Frank Fertitta. In 2001, toen het merk nog maar weinig voorstelde, kochten de broers, die hun vermogen verdienden aan casino’s, de UFC voor 2 miljoen dollar. In de eerste jaren organiseerden de Fertitta’s, die Dana White aanstelden als directeur, een aantal evenementen, maar de gevechten leidden niet tot veel meer aandacht.

Met een naar eigen zeggen laatste investering in het merk kochten de broers in 2005 zendtijd op bij het Amerikaanse Spike TV. Geen tv-zender had tot dan toe interesse getoond in de uitzendrechten van de sport, dus namen de eigenaren het heft in eigen hand. Ze kochten de minuten na de WWE-gevechten, het showworstelen, om ook dat publiek aan te trekken. In een reallifesoap genaamd The Ultimate Fighter – waarvan het 28ste seizoen bezig is – volgden de kijkers de duellerende vechters in aanloop naar het gevecht. Het hoogtepunt, het finalegevecht tussen Stephan Bonnar en Forrest Griffin, werd live uitgezonden.

Het bleek een gouden greep. „Die wedstrijd in 2005 is echt een keerpunt”, zegt Schrik. Niet voor niets noemde UFC-directeur White dit gevecht „het belangrijkste duel in de geschiedenis van de sport”. De kijkcijfers liepen per aflevering op, naar meer dan tweeënhalf miljoen kijkers voor de finale.

Geen vaste locatie

De UFC is sport en modern ondernemen ineen. „We blijven doorgaan met markten veroveren”, zei Dana White eerder dit jaar in een interview. De UFC reist rond, zit niet vast aan een locatie. In september werd Moskou aangedaan. „Ze reizen de hele wereld over, brengen voor een weekend miljoenen extra omzet naar een stad, komen de sport promoten en gaan weer verder”, zegt David Tahitu, eigenaar van een vechtsportschool en betrokken bij de organisatie van UFC-evenementen.

Het succes valt of staat bij grote namen, bij interessante duels, die de aandacht trekken van nieuwe fans. „Sinds zijn titelgevecht tegen José Aldo in 2015 heeft Conor McGregor de UFC op zijn rug genomen”, zegt Schrik. McGregor komt regelmatig in opspraak en is zowel geliefd als gehaat. „Hij weet dat ook door slechte pr zijn sport wordt verkocht. Er zijn genoeg mensen die hem graag zien winnen, maar ook genoeg die hem zien verliezen.”

In Europa worden per jaar vijf tot zeven UFC-evenementen georganiseerd. De helft in reeds veroverde markten, zoals de Zweedse en de Nederlandse, de andere helft gaat naar onbekend terrein. Maar niet naar Frankrijk, waar MMA is verboden.

Ahoy Rotterdam was tot twee keer het podium voor een UFC Fight Night, vorig jaar september was de recentste editie. Twee keer was de hal met tienduizend toeschouwers uitverkocht. „Iedere maand opent er wel een nieuwe MMA-school”, zegt Pardoel. „Je leert de sport nu van jongs af aan, ook hier. Alles om een complete vechter te worden.”

    • Jelmer Kos