Monument tegen de onwetendheid

Beelden in de stad Er is nergens zoveel kunst op straat als in Rotterdam. Voor deze serie kiezen Rotterdamse redacteuren van NRC elke week een beeld.

Foto Walter Herfst

Voor alle Rotterdammers, omdat zij niet alleen erfgenaam zijn van het verleden, maar ook verantwoordelijkheid dragen voor de toekomst van deze stad! Het uitroepteken aan het slot van de tekst bij het Slavernijmonument Rotterdam benadrukt dat het hier gaat om een opdracht. Dit is geen vrijblijvende kunst. Dit beeld is een oproep.

Alex van Stipriaan, hoogleraar Caribische geschiedenis aan de Erasmus Universiteit, was ook al zo streng in zijn speech bij de onthulling op 16 juni 2013. Zijn slotwoorden: „Dit monument staat er zodat niemand ooit nog kan zeggen ‘Ik heb het nooit geweten’.” Een monument tegen de onwetendheid.

Er rust een zware last op dit beeld. Het moet ons aansporen om het Nederlandse slavernijverleden, en vooral dat van Rotterdam, te herdenken en niet te vergeten. Tegelijk moet het ons bewust maken van de huidige multiculturele samenleving. Met 80.000 nazaten van tot slaaf gemaakten uit Suriname en de Antillen komt Rotterdam deels voort uit kolonialisme en slavernij.

Ondanks taak en omvang straalt het beeld een zekere lichtheid uit – wat heel knap is. De titel Clave verwijst naar een muzikale sleutel, een ritmisch patroon uit West-Afrika dat op Cuba belandde. Het onderste deel oogt als een schip. Wie dat wil kan er een verbroken keten in zien. Op de sleutel, of het schip, staan vier figuren met een ketting om de enkel, van stram naar vrij. Ze dansen zich los. Waarom dans? „Dans is niet alleen bevrijdend, maar brengt ook culturen samen”, zei kunstenaar Alex da Silva daar ooit over. Da Silva – eigenlijk Alexandre Carlos da Silva Barbosa Andrade – werd in 1974 geboren in Angola, groeide op in Kaapverdië en kwam op zijn achttiende naar Nederland. Hij studeerde kunst aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam en verhuisde na 23 jaar Nederland weer naar Kaapverdië. Het slavernijmonument is zijn bekendste werk.

Plek met een verhaal

De locatie is perfect. Een grasveldje aan de oever van de Nieuwe Maas, prominent in het gerenoveerde Lloydkwartier in Rotterdam-West. Scheepvaart is dichtbij: rondom staan de moderne toren van het Scheepvaart- en Transport College (leerlingen onderhouden het beeld) en het klassieke kantoorgebouw van vervoersbedrijf Kuehne + Nagel. Genoeg ruimte rondom voor bezoekers van de herdenking van de afschaffing van de slavernij op 1 juli 1863, elke 30 juni.

Peggy Wijntuin, oud-gemeenteraadslid voor de PvdA, nam in 2009 het initiatief voor het monument. „Er waren veel suggesties voor een plek in het centrum, maar ik wilde een plek met een verhaal. Samen met Alex van Stipriaan en stadshistoricus Paul van de Laar kwamen we uit op de Lloydkade. Hier vertrokken de schepen naar West-Afrika om wapens, aardewerk en sterke drank te ruilen tegen slaven. Die brachten ze naar het Caribisch gebied en ze kwamen terug met tabak en suiker van de plantages. Aan deze kade begon voor Rotterdamse schepen de driehoekshandel.”

In vergelijking met Amsterdam en Middelburg is het slavernijverleden van Rotterdam vrij onbekend. Naar schatting 60.000 mensen zijn met Rotterdamse schepen van West-Afrika naar Suriname en de Antillen gebracht. Alleen al handelsonderneming Coopstad & Rochussen vervoerde in de tweede helft van de 18de eeuw circa 25.000 slaven. De firma Hudig was mede-eigenaar van tientallen plantages in de West. Nog een keer Van Stipriaan bij de onthulling: „Dit is de stad waar families als Rochussen en Hudig voortleven in straatnamen, maar waar nog geen straten zijn vernoemd naar verzetshelden uit de slavernij als Tula of Boni.”

In het Amsterdamse Oosterpark staat sinds 2002 het nationale slavernijmonument, gemaakt door Erwin de Vries. Initiatiefnemer Barryl Biekman wilde eigenlijk een obelisk. De totstandkoming van het nationale monument was ingewikkeld en langdurig. In Rotterdam verliep het geruisloos. Wijntuin: „Samen met het Centrum Beeldende Kunst hebben we als projectorganisatie drie kunstenaars uitgenodigd. We waren het erover eens dat Da Silva het beste voorstel had. Ik wilde er ook geen debat over. Het moest een monument voor alle burgers worden. Daarom heb ik het gedaan als burger, niet als PvdA-politica.” Voor Wijntuin verbeeldt Clave „op een voor iedereen begrijpelijke manier de geschiedenis van ketens naar vrijheid”. Net als het beeld in Amsterdam. Keti koti, het verbreken van de ketenen, hoort kennelijk bij slavernijmonumenten. Het maatschappelijke debat over slavernij richt zich op trauma, schade en slachtofferschap, maar de beelden gaan over kracht, verzet en vrijheid. Geen herdenking zonder hoop.

Het Rotterdamse monument werkt: in vijf jaar tijd is het de vanzelfsprekende focus van de jaarlijkse herdenking geworden. Dit jaar pleitte burgemeester Aboutaleb bij die gelegenheid voor het aanbieden van excuses door het kabinet. Tevergeefs. Verder dan de eerder uitgesproken „diepe spijt en berouw” over het Nederlandse slavernijverleden wil het kabinet niet gaan.

    • Mark Duursma