Lagere maximumsnelheid spekt Franse schatkist met recordbedrag aan boetes

Franse snelheidscontroles gaan in 2019 een recordbedrag van 1,23 miljard euro opleveren, een stijging van zo’n 50 procent ten opzichte van 2016. Dat valt op te maken uit de begroting die de regering van premier Édouard Philippe afgelopen maand naar het parlement heeft gestuurd.

Een belangrijke reden, maar niet de enige, is de verlaging van de maximumsnelheid op departementale wegen zonder afscheiding tussen de rijstroken. Sinds 1 juli mag daar nog maar 80 kilometer per uur gereden worden, daarvoor was het 90. Vooral op het platteland, waar veel mensen van de auto afhankelijk zijn, is daar de laatste maanden hevig tegen geprotesteerd. Het gaat om ongeveer 400.000 kilometer weg. Ook het aantal radars is uitgebreid.

In interviews legde Philippe uit dat niet de staatskas, maar de verkeersveiligheid het argument was om de snelheid te verlagen. Na een jarenlange daling nam sinds 2014 het aantal verkeersdoden en zwaargewonden in Frankrijk weer jaarlijks toe. In 2017 kwamen op Franse wegen 3.456 mensen om het leven. De Franse regering hoopt dat getal terug te brengen tot 2.000 in 2020.

De premier maakte de kwestie persoonlijk door te onthullen dat zijn eigen rijbewijs wegens hard rijden eens is ingenomen en dat hij dus begrijpt hoe onmisbaar de auto is. „Ik begrijp dat ik er niet populairder van word, maar zoveel doden kunnen we niet accepteren”, zei hij in een vragensessie op Facebook. Officieel geldt voor de verlaging een proefperiode van twee jaar. De extra opbrengsten (26 miljoen euro in 2019) komen ten goede aan modernisering van ziekenhuizen, heeft de regering beloofd.

In juli en augustus, na de snelheidsverlaging, daalde het aantal slachtoffers ten opzichte van dezelfde maanden een jaar eerder met respectievelijk 5,5 en 15,5 procent. Maar ook in de maanden daarvóór was er al een daling. Dat is, zei verantwoordelijk ambtenaar Emmanuel Barbe tegen persbureau AFP, omdat „enorm veel over verkeersveiligheid gesproken is” sinds de aankondiging.

    • Peter Vermaas