Opinie

Klimaat is gebaat bij een bemoeizuchtige overheid

Gastblog Voor de topmannen van VNO-NCW gaan de klimaatplannen van de regering niet ver genoeg. Maar onder het mom van meer ambitie pleit de werkgeversorganisatie vooral voor minder overheidsbemoeienis, schrijft Jeroen Touwen, universitair hoofddocent economische en sociale geschiedenis in Leiden.

Foto ANP

Hans de Boer en Cees Oudshoorn, de leiders van werkgeversorganisatie VNO-NCW, verwijten het kabinet een gebrek aan visie op het klimaatbeleid. In een interview in NRC pleiten ze ervoor de lat hoger te leggen. Ze zijn voor “een overstijgende aanpak met meer impact”, in plaats van een jacht op tonnen kooldioxide die gereduceerd kunnen worden. Want met dat laatste sussen we alleen “ons nationale klimaatgeweten”, zo stellen zij, en “mondiaal levert het nauwelijks iets op”.
Kortom, De Boer en Oudshoorn verzetten zich tegen verplichtingen om de uitstoot te beperken, of een belasting op CO2 die bedrijven alleen maar naar het buitenland jaagt. In plaats daarvan willen ze overheidssubsidie voor „iconische” investeringsprojecten.
De uitspraken maken een kortzichtige en zelfs tamelijk gemakzuchtige indruk. Het lijkt er vooral op dat bedrijven uit de wind gehouden moeten worden (anders “wordt hier niet meer geïnvesteerd”) maar dat ze wel graag grote overheidsinvesteringen zien om in te participeren. Zo lobbyen ze voor een achterban die natuurlijk wel de lusten maar liever niet de lasten wil.

Vlucht naar het buitenland

Het argument dat bedrijven naar het buitenland vertrekken werkt goed om onaantrekkelijke maatregelen uit te stellen. Het is net als met de heffing van belasting op kerosine in de luchtvaart: zolang andere landen het nog niet doen kunnen we het beter nog even uitstellen, hoor je de betrokken ondernemers zeggen. Hoe lang kun je je achter dit argument verbergen?

Vergelijk het eens met de loonvorming. Dat hoge lonen bedrijven dwingen naar Oost-Europa of China te verhuizen is slechts heel gedeeltelijk waar. Als de arbeidsproductiviteit hoog genoeg is, kunnen bedrijven zich hoge lonen permitteren in ruil voor kwalitatief hoogstaande arbeid. Zo is het ook met CO2-uitstoot. Bedrijven kunnen reageren door met technische maatregelen hun uitstoot omlaag te brengen of door naar het buitenland te gaan. Kiezen ze voor het laatste, ondanks fiscale ondersteuning van schonere productie, dan moeten we dat niet erg vinden. Vroeger of later wordt ook het buitenland strenger met uitstoot (net zoals de lonen er uiteindelijk stijgen).
Naast het nog tamelijk zwakke systeem van handel in emissierechten is een directe CO2-belasting noodzakelijk om de uitstoot terug te dringen. Het is onverstandig te wachten tot het moment dat het internationaal zo ver is. CO2 belasten is net als loonvorming: schone bedrijven met hoge arbeidsproductiviteit hebben er weinig last van; vervuilende bedrijven zullen dreigen naar Polen of Bulgarije te gaan.

‘Bind ons aan de mast’

We hebben het uit het bedrijfsleven wel eens beter gehoord. ‘Overheid, bind ons aan de mast,’ riepen Nederlandse ondernemers in december 2016, waarbij ze verwezen naar Odysseus en de sirenen. Op de ‘Klimaattop 2016’ in Rotterdam bleek dat veel bedrijven de overgang naar duurzame energie en ‘groene’ welvaart willen versnellen. Zij riepen de overheid op om de voorwaarden te scheppen.
Siemens-topman Ab van der Touw, met collega’s van Shell, Eneco, Van Oord en het Havenbedrijf Rotterdam initiatiefnemer van de Transitiecoalitie, benadrukte dat het niet om geld ging maar om een helder wettelijk kader. De overgang naar duurzame energie is voor het bedrijfsleven vooral wenselijk als “een kans voor het ontwikkelen van een nieuwe economie, met nieuwe verdienmodellen en nieuwe banen”, zo stelde de Transitiecoalitie eind oktober 2016.

Aan overheden om een level playing field te creëren, door voor alle spelers strengere regels op te stellen die de energietransitie op gang brengen. Vrijwilligheid leidt tot een ongelijk speelveld en geeft free riders kansen waar de planeet weinig mee opschiet. En ruimhartige subsidies begunstigen vooral hen die dicht bij de bron zitten en goed kunnen lobbyen. En dat zijn niet altijd de vernieuwers.
De Boer en Oudshoorn nemen hun baan, het vertegenwoordigen van die bedrijven, zo serieus dat ze het collectieve belang (de klimaatontwrichting) op de tweede plaats stellen. Als ze straks met pensioen zijn en meer tijd met hun kleinkinderen doorbrengen zullen ze daar misschien spijt van hebben. Voorlopig maakt hun oproep voor een ambitieuzer klimaatakkoord vooral een opportunistische indruk.

Paul Luttikhuis
Blogger

Paul Luttikhuis

Buitenlandredacteur Paul Luttikhuis volgt op dit blog nieuws over klimaatverandering. Hij schrijft over sociale en economische gevolgen, over manieren waarop landen zich daarop voorbereiden, over nieuwe wetenschappelijke inzichten en over de onderhandelingen na ‘Parijs’. Regelmatig zullen gastauteurs hun licht laten schijnen op deze thema’s.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.