Heleen de Coninck: „Ik ben een onderzoeker die wordt gedreven door een probleem, niet alleen door nieuwsgierigheid.”

Foto Roger Cremers

‘Ik blijf geloven dat de wereld te redden is’

Interview Klimaatwetenschapper Heleen de Coninck stelt in een nog geheim rapport dat het mogelijk is de opwarming van de aarde beperkt te houden tot anderhalve graad. Als we nu heel snel heel veel doen.

Heleen de Coninck heeft geluk gehad. Haar woonboot in de Ooijpolder, in een zijtakje van de Waal bij Nijmegen, staat nog redelijk waterpas. Door de lage waterstand is de boot op de bodem van de rivier terecht gekomen. Maar hij is niet, zoals die van de buren, scheef komen te liggen. Was het een poging van de klimaatverandering, die mogelijk bijdroeg aan de langdurige droogte van deze zomer, om haar het werken onmogelijk te maken?

Dat is dan niet gelukt. Want De Coninck werkte deze hete zomer gemiddeld twaalf uur per dag om het nieuwste klimaatrapport van de Verenigde Naties op tijd af te krijgen. Ze is een van de twaalf hoofdauteurs. In het rapport wordt op basis van de allerlaatste stand van de wetenschap de vraag beantwoord of het nog mogelijk is de temperatuurstijging op aarde te beperken tot anderhalve graad Celsius. Die vraag kwam op na het klimaatakkoord in Parijs in 2015.

Het rapport is nog geheim, maar de uitkomst is al uitgelekt: het kan nog, maar dan zijn er snelle en enorme aanpassingen nodig. Vóór 2050 zal de mens zijn uitstoot van broeikasgassen moeten hebben teruggebracht tot nul.

Over het rapport zijn afgelopen week verhitte discussies gevoerd in de Zuid-Koreaanse stad Incheon. Als het goed is, zetten regeringsleiders maandag hun handtekening onder de samenvatting. Maar zeker is dat nog niet.

We spreken Heleen de Coninck voordat ze deze week in Zuid-Korea haar deel van het rapport verdedigt – over de details van het rapport kan ze nog niet spreken. Ze staat op het punt met haar man en dochtertje te vertrekken naar Kaapstad, voor een sabbatical van vier maanden.

„Ik vind het een hoopvol rapport”, zegt De Coninck in het achteronder van de woonboot. „In feite zeggen we dat we onze toekomst nog in de hand hebben.”

Veel wetenschappers betwijfelen openlijk dat het nog mogelijk is om onder de 1,5°C te blijven. Gelooft u werkelijk dat het nog kan?

„Dit rapport kan de anderhalve graad op de agenda houden. En we weten al dat een 2°C-scenario tot veel meer nadelige gevolgen leidt dan een 1,5°C-scenario. Het rapport geeft daar details over. Wil je die gevolgen voorkomen, dan moet je handelen. En meteen.”

Binnen dertig jaar van de fossiele brandstoffen af, ons eetpatroon veranderen, minder spullen kopen. Is dat realistisch?

„In dit rapport schetsen we een wereld waardoor mensen zich wél kunnen voorstellen dat het lukt. En misschien helpt dat.”

Dat gaat over hoop geven. Maar gelooft u het ook?

„Ik weiger te geloven dat het niet meer mogelijk is. Het móet kunnen.”

En wat als het toch niet lukt?

„De impact van anderhalve graad opwarming of meer komt disproportioneel terecht bij kwetsbare mensen in arme landen. Ook wel bij de zwakkeren in rijke landen, maar vooral in arme landen. Dat zijn de mensen die op de blaren moeten zitten. En het zijn tegelijkertijd de mensen die de minste schuld hebben aan het probleem. Ze hebben niet het geld om in een auto te rijden, ze gebruiken niet veel energie. Ik vind dat diep onrechtvaardig.”

Daar is het. Onrecht. De Coninck kan er niet tegen. En het is, zegt ze, nog erger geworden sinds de geboorte van haar dochter, tweeënhalf jaar geleden. „Al die beelden van bombardementen en verwoeste steden in Syrië, gewonde kinderen. Of hier in Nederland, de lange tijd dreigende uitzetting van de Armeense kinderen Lili en Howick. Dat grijpt me echt aan. Ik denk vaak, wat zijn we met zijn allen aan het doen.”

Gevoel voor rechtvaardigheid zat er vroeg in bij De Coninck. Rond haar tiende, de leeftijd dat ze van Wageningen verhuisde naar Vlissingen, las ze boeken van Thea Beckman. „Die hebben me wel gevormd”, zegt ze. Vooral de trilogie over het fictieve land Thule, waar vrouwen een vreedzame, solidaire samenleving besturen, met liefde voor de natuur. Ze worden aangevallen door het autoritaire, door mannen geleide Groot Badense Rijk. „Thule had ook wel iets verstikkends. Maar het contrast tussen die twee werelden was zo groot. Het maakte een betere wereld geloofwaardig. Ik heb die trilogie wel drie of vier keer herlezen, en ik lees boeken normaal nooit een tweede keer.”

Misschien moet je landen helpen bij de overgang. Zonder olie is Saoedi-Arabië een heel ander land

Rond haar twaalfde maakte De Coninck een krantje over zure regen, en verspreidde dat in haar buurt. Ze besloot toen ook vegetariër te worden. „Maar daarvan kreeg ik hele erge bloedarmoede. Er waren toen amper vleesvervangers. Om gezondheidsredenen ben ik weer vlees gaan eten, maar nu doe ik dat al bijna twintig jaar nauwelijks meer.”

Nadat ze „fluitend” het vwo had gehaald, wilde ze „iets moeilijks” doen. Ze koos voor scheikunde, en daarnaast milieukunde, in Nijmegen. Daarna ging ze werken bij het gerenommeerde Max Planck Instituut in Duitsland. Ze zat „midden in de atmosferische chemie”, zoals ze het zelf noemt. In dat jaar had ze een discussie met een klimaatscepticus, die haar beroepsmatige leven op zijn kop zette. Hij had een stuk geschreven waar niets van klopte en ze stuurde hem een wetenschappelijk artikel waaruit dat overduidelijk bleek. Het was het begin van een langdurige e-mailwisseling. Maar de scepticus week geen centimeter.

„Het was voor mij een sleutelmoment”, zegt De Coninck. „Kennelijk biedt de natuurwetenschap niet voor iedereen een overtuigend perspectief. Wie niet overtuigd wil worden, zal ook niet overtuigd worden. En dan kun je dus ook het probleem niet oplossen. Daar is het mij juist altijd om te doen geweest. Ik ben een onderzoeker die wordt gedreven door een probleem, niet alleen door nieuwsgierigheid.”

Deze zomer werd bekend dat het Zuidpoolijs de laatste jaren drie keer zo snel smelt als in de twintig jaar ervoor: Het ijs op Antarctica smelt steeds sneller

De Coninck besloot om zich meer te richten op klimaatbeleid. Aanvankelijk ketsten sollicitaties af op haar gebrek aan relevante ervaring. Totdat ze in een brief aan het Energie-onderzoek Centrum Nederland (ECN) schreef dat ze er graag wilde komen werken, maar dat ze geen enkele ervaring had. Of ze haar niet ‘een half jaar wilden proberen’, desnoods zonder salaris.

„Ik had in Duitsland genoeg verdiend om het een tijdje uit te zingen”, vertelt De Coninck. Toen de personeelsafdeling erachter kwam, kreeg ze alsnog een echte baan. Later kwam ze terecht bij de afdeling Milieukunde aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, als universitair hoofddocent, waar ze nog steeds werkt.

Haar man Forrest steekt zijn hoofd door het luik. „Vergeet niet te eten, Heleen. Ik ben buiten, de was ophangen.”

We verhuizen naar het ruim, waar een lunch klaar staat. De Coninck vertelt dat ze in 2005 bij bij een werkgroep van het Intergovernemental Panel on Climate Change (IPCC) geïnspireerd raakte door de manier waarop de voorzitter vergaderingen leidde. „Altijd met begrip voor de ander, hoe onredelijk iemands standpunt in jouw ogen ook kan zijn. Altijd op de inhoud, maar zonder de belangen uit het oog te verliezen. Hij wekte vertrouwen. Dat heeft diepe indruk op me gemaakt. Alleen zo kom je tot een gedragen akkoord.”

Je kunt wel begrip hebben, maar sommige landen proberen de besluitvorming te vertragen. Hoe ga je daarmee om?

„Misschien ben ik naïef, maar ik ga ervan uit dat mensen het goed bedoelen. Ook landen die de discussie over anderhalve graad maar niks vinden. Dat betekent niet dat ze de wetenschap achter de klimaatverandering ontkennen. Maar veel exporteurs van fossiele brandstoffen realiseren zich dat de gevolgen van het sterk minderen van kolen-, olie- en gasgebruik enorm ingrijpend zijn. Als zo’n land geen fossiele brandstoffen meer kan exporteren, gaat dat ten koste van de stabiliteit.”

Een groep onderzoekers pleitte eerder voor importheffingen op producten die schadelijk zijn voor het klimaat.

Kun je zo’n land iets bieden?

„Er is weinig onderzoek naar gedaan, dus in het rapport kunnen we er niet al te veel over zeggen. Misschien moet de conclusie wel zijn dat je ook die landen helpt bij de overgang, en zelfs gedeeltelijk compenseert, hoe gek dat ook klinkt. Zonder olie is Saoedi-Arabië een heel ander land.”

Sommige afspraken over klimaat stammen al uit 1992, maar zijn nog steeds niet uitgevoerd. Hoe gaat u daarmee om?

„Soms denk je wel, wat gaat het langzaam. Maar ik ben ermee opgehouden me daaraan te ergeren. Ik probeer het echt vooral te begrijpen.”

Als u het begrijpt, kunt u ermee verder…

„Mij wordt vaak gevraagd: hoe kun je optimistisch blijven? Of: word je niet pessimistisch? Maar eigenlijk vind ik dat geen interessante vraag. Ik vind mezelf helemaal geen optimist, daar ben ik te realistisch voor. Maar ik ben ook geen pessimist. Als ik een pessimist zou zijn, kan ik er beter meteen mee ophouden. Ik ben hoopvol. We kunnen de toekomst veranderen.”

Kijkt u er ook naar met wetenschappelijke fascinatie?

„Ja, die fascinatie is er zeker. Het is op mondiaal niveau interessant. Maar het is ook voor ieder individueel land interessant. Rusland, Indonesië, Mali, de VS – ze hebben allemaal hun eigen verhaal, hun eigen belangen en dynamiek. Je kunt als IPCC ook niet dé oplossing bieden. Je kunt alleen de kaders scheppen en vervolgens moet het nationaal gebeuren.”

Helpt de wetenschappelijke fascinatie om niet overspoeld te worden door de onrechtvaardigheid?

„Zo heb ik er nooit over nagedacht. Maar het is inderdaad wel een manier om ermee om te gaan.”

Hoe zijn ze voor dit rapport bij u terecht gekomen?

„Je wordt genomineerd door een land. In mijn geval door Nederland, en door de Europese Commissie. Ik denk dat ze mij gekozen hebben omdat ik inhoudelijk vrij breed ben, eerder aan IPCC-rapporten heb meegewerkt en omdat juist dit rapport onderdeel is van een heel politiek proces. Waarschijnlijk wilden ze graag iemand die dat begrijpt.”

Hoe vindt u het tot nog toe gaan?

„Het moest allemaal in heel korte tijd. Normaal duurt een IPCC-rapport 3,5 jaar, van begin tot eind. Nu moest het in anderhalf jaar, want als je langer wacht wordt het doel onbereikbaar. Maar de klimaatmodellen waren totaal niet ingesteld op dat doel. Er was geen literatuur over. Die is er de laatste jaren pas gekomen.”

Kan het rapport alsnog afketsen?

„Zeker. Als de beleidsmakers het niet eens worden over de tekst van de samenvatting. We hebben voor het rapport bijna 40.000 commentaren ontvangen. Voor de samenvatting, die ongeveer twintig pagina’s telt, zitten we nu op zo’n 3.500. Vaak zijn ze inhoudelijk. Maar het kan ook gaan om woorden die bepaalde landen niet zien zitten.”

Zoals?

Decarbonization bijvoorbeeld. Dat wordt geassocieerd met het verminderen van fossiele brandstoffen, en niet alle landen willen dat. Of low carbon technologies.”

Wat zijn alternatieven?

„We gebruiken bijvoorbeeld low emission technologies of carbon neutrality. Je voelt aan alles dat koolstof een moeilijk woord is. Omdat het zo aan fossiel is gekoppeld.”

Voelt u zich verantwoordelijk voor het welslagen van het rapport?

„Als wij ons werk niet goed hebben gedaan, kan dat betekenen dat de onderhandelingen weer een stukje langzamer gaan. En ze gaan al veel te langzaam.”

Waarom gaat het volgens u zo traag?

„Er is maar één ding dat werkt: landen moeten zien dat het in hun eigen belang is. Het lukt alleen als een land het zelf wil. Dan kun je consensus bereiken. Misschien is ook compensatie nodig. Maar is die wil er niet, dan wordt elke doelstelling kwetsbaar.”

Gaat die consensus er komen?

„In de gepolariseerde politieke realiteit van nu? Vergeet het. En dat betekent dat we naar een opwarming van 3 graden of meer gaan.”

En toch blijft u erin geloven?

„Ik wil erin geloven dat we de wijsheid hebben onszelf uit het moeras te trekken. Ik heb de mensheid best hoog zitten.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.

    • Marcel aan de Brugh
    • Paul Luttikhuis