Het grote gevaar voor Europa komt nu van binnenuit

Europa Nationalisten in verschillende landen dreigen Europa uit te hollen. De strijd om de Europese waarden wordt bepalend voor het verkiezingsjaar 2019. „Voor het eerst is de vraag nu: blijft de Europese Unie overeind?”

Rik van Schagen

Eén woord, zei Alexander Stubb, ex-premier van Finland, deze week. Eén woord had hij nodig gehad voor zijn besluit om onbetaald verlof te nemen van zijn goede baan bij de Europese Investeringsbank in Luxemburg. Hij gaat weer op campagne, terug de politiek in, vertelt hij een zaal vol journalisten in Straatsburg. Dat ene woord: ‘waarden’.

Hij somt ze meteen maar op, het is een bekend rijtje: mensenrechten, grondrechten, menselijke waardigheid, vrijheid, rechtsstaat, de liberale democratie. „De waarden waarop de Europese Unie is gebouwd.”

Daarop is een aanval gaande, zegt de Fin. Hij somt de aanvallers op. Het Amerika van Donald Trump, Poetins Rusland, China. Maar ook het Polen van Jaroslaw Kaczynski, het Hongarije van Viktor Orbán en Italië, met Lega-leider Matteo Salvini als alomtegenwoordige minister van Binnenlandse Zaken. „De EU wordt van binnenuit aangevallen.”

Zelfs vanuit „mijn eigen partij”, zegt Stubb. Fidesz, de partij van de Hongaarse premier Viktor Orbán, is net als hij lid van Europa’s grootste politieke familie, de christen-democratische Europese Volkspartij. Stubb wil van de Hongaren weten of ze het nog eens zijn met de Europese waarden. Dat zijn geen onderhandelingen, zegt hij. „Met waarden is het simpel: je deelt ze en dan hoor je bij ons, of niet – en dan moet je ergens anders wezen.”

Alles-of-niets-strijd

De Europese verkiezingen van volgend jaar, zegt Stubb ook nog, worden niet een klassieke politieke strijd tussen links en rechts. Dit is een alles-of-niets-strijd voor de Europese Unie. „Als we niet vasthouden aan onze principes, hebben we niets meer.”

Op Alexander Stubb wordt in Europa gelet. De bijeenkomst in Straatsburg is de aftrap van zijn campagne om volgende maand gekozen te worden als topkandidaat van de Volkspartij voor de Europese verkiezingen van 2019.

Hoe dan ook geldt hij als kanshebber voor een van de topposten in de Europese Unie die volgend jaar vrijkomen. Nog niet zo lang geleden was de Fin – een triatleet van net vijftig – minister van Buitenlandse Zaken van zijn land. Als minister van Financiën stond hij in de eurocrisis als een havik naast Nederland en Duitsland tegenover Griekenland en andere Zuid-Europese landen.

Het opvallende aan Stubbs verhaal is dat het eigenlijk niet bijzonder is. Wat hij zegt, klinkt ook – soms letterlijk – bij politici van andere middenpartijen. Neem de Franse socialist en Eurocommissaris Pierre Moscovici. Die schreef afgelopen donderdag op zijn blog dat „het bestaan van het Europese project in gevaar” is. „Als we niets doen, zullen de Orbáns, de Salvini’s, de Kaczynski’s en de Le Pens van deze wereld een Europa maken waar de rechtspraak en de pers onder controle staan, buitenlanden worden gestigmatiseerd, minderheden bedreigd.”

Vorige maand zei Moscovici’s collega-commissaris Frans Timmermans – mogelijk het sociaal-democratische gezicht bij de verkiezingen van volgend jaar – dat het niet meer gaat over „een beetje naar links of een beetje naar rechts”. „Voor het eerst is de vraag nu: blijft de Europese Unie overeind of gaan we de Europese Unie opheffen?”

Een clubje voornamelijk progressief-liberale politici, onder wie de Europese liberale fractieleider Guy Verhofstadt, D66-voorman Alexander Pechtold en ook de Italiaanse centrum-linkse ex-premier Matteo Renzi schreef eind september in een opiniestuk te vrezen dat de EU „verstikt wordt door nationalistische en populistische krachten voor wie de EU een historische anomalie vormt die ongedaan moet worden gemaakt”.

Het lijkt erop dat de middenpartijen bezig zijn het Europese verkiezingsjaar 2019 in te gaan met dezelfde boodschap: dit is de alles-of-nietsstrijd voor de Europese waarden van samenwerking, rechtsstaat en democratie tegenover nationalisme. „Europa wordt van buiten en van binnenuit aangevallen”, zei ook de Duitse bondskanselier Angela Merkel vorige week. Zij ziet het komende jaar als beslissend voor Europa.

Sprookjesachtig

Luxemburg, een mooie nazomerdag vroeg in september. Het kasteeltje Bourglinster oogt een beetje sprookjesachtig – bijna te onschuldig voor grote politiek. Voor de poort naar het intieme binnenplaatsje drentelt Xavier Bettel, de liberale premier van het groothertogdom. Na een tijdje arriveert zijn eerste gast: Charles Michel, premier van België. Als tweede komt Mark Rutte, de derde liberaal. De vierde deelnemer – geen liberaal – is vertraagd: Emmanuel Macron, de president van Frankrijk.

Lees verder: Rutte neemt leiding in Europees machtsspel om steun Macron binnen te hengelen

Macron is eigenlijk op doorreis: meteen na het kasteeltje gaan hij en Bettel naar een ‘burgerraadpleging’ over Europa een stukje verderop, met 1.500 jonge Luxemburgers. Hij deed dat ook in onder meer Denemarken en Kroatië. Zo voert Macron al maanden campagne: een soort mars door Frankrijk en Europa – geen verovering zoals ooit Napoleon, maar een vintage Macron-tocht door de samenleving, bedoeld om pro-Europese krachten te mobiliseren. In Frankrijk leverde zo’n marche hem vorig jaar het presidentschap op.

Na een uurtje doen de drie Benelux-regeringsleiders en het Franse staatshoofd eensgezind verslag van hun korte overleg. Ja, ze zijn pro-Europees, ze willen solidariteit en vooruitgang. Ze hebben het over het belang van gezamenlijk migratiebeleid.

Macron is van de vier het meest politiek. Hij legt nog eens uit dat er in Europa eigenlijk maar twee kampen zijn. Aan de ene kant staan de nationalisten, Orbán, Salvini, Kaczynski. Zij willen een gesloten samenleving, nationalisme. Daar kan niets goeds van komen.

Aan de andere kant staan de „progressieven”. Daar rekent hij alle pro-Europese krachten toe. Ook de Duitse bondskanselier Merkel, zijn belangrijkste partner in Europa. Maar haar politieke familie, de Europese christen-democraten, heeft volgens Macron wel een probleem: daar zit immers ook Fidesz bij, de partij van Orbán. „Je kunt niet tegelijk voor Merkel en voor Orbán zijn”, zegt Macron. Dit is de strijd waar het om gaat in Europa.

Zijn liberale Benelux-vrienden staan naast Macron te luisteren hoe hij ook hen tot de progressieven rekent. Rutte moet daar een beetje aan wennen, blijkt achteraf op het binnenplaatsje. Hij, de leider van de VVD, progressief? „Als dat maar niet links betekent”, zegt Rutte. Hij vat het maar op als „jong en dynamisch”. Maar inderdaad: ze kunnen het goed samen vinden, deze vier, en ze willen vooruit met Europa: geen eindeloze discussies, problemen oplossen.

Als later die maand alle Europese leiders bij elkaar zijn op een informele top in Salzburg, zal het anderen opvallen: rond deze vier lijkt inderdaad een soort ‘progressieve alliantie’ te ontstaan, in de debatten over migratie en veiligheid. „Daar gaan we de komende maanden meer van horen”, concludeert een betrokkene.

‘Opkomende melaatsheid’

De liberale Benelux-premiers hebben een tactisch belang bij toenadering tot Macron. La République en Marche, de partij van de Franse president, komt volgend jaar voor het eerst in het Europees Parlement. En hoewel er in de EU intussen evenveel liberale als christen-democratische premiers zijn, zijn de liberalen in het parlement voorlopig veel kleiner dan de machtsblokken van centrum-rechts en centrum-links. Dat kan veranderen als zij straks een Europese fractie kunnen vormen met Macrons partijgenoten.

Nog altijd is niet duidelijk of Macron al voor de verkiezingen een alliantie met de liberalen wil sluiten. Wel wordt hij steeds meer de spil van de pro-Europese krachten – al was het maar omdat anderen zijn methode kopiëren. In juni heeft hij de tegenstelling tussen ‘progressieven’ en ‘nationalisten’ bestempeld tot de „werkelijke grens die door Europa loopt”. In het Bretonse Quimper beschreef hij toen de opkomende partijen die zich „in zo’n beetje heel Europa” tegen Europese samenwerking keren als „opkomende melaatsheid”.

Je kunt niet tegelijk voor Merkel en voor Orbán zijn

Emmanuel Macron president van Frankrijk

Zijn boodschap is sindsdien steeds beter gaan passen bij de zorgen van veel andere politici in het noorden en westen van Europa. De Unie is intussen bijna permanent bezig met Polen, Hongarije en Italië. Dat versterkt de vrees voor een ontsporing van Europa: een existentiële crisis door een splitsing der geesten.

Europa grijpt naar steeds steviger instrumenten om een halt toe te roepen aan de uitholling van democratie en rechtsstaat in Polen en Hongarije, maar de regeringen van deze landen houden zich doof. Vorige maand heeft de Europese Commissie Polen voor het Hof gedaagd wegens aantasting van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht.

Sinds het Europees Parlement in september stemde voor een strafprocedure tegen Hongarije wegens aantasting van vrijheden, maakt Orbán het erger. Hij reageerde met filmpjes waarin hij zijn tegenstanders in Brussel zwartmaakte met complottheorieën over hun ‘ware bedoeling’: migranten binnenhalen.

Italië wekt intussen voortdurend ergernis door Europese afspraken en gevoeligheden te provoceren – nu eens migratieafspraken, dan weer het begrotingsbeleid. Minister van Binnenlandse Zaken Salvini noemde migranten uit Afrika „nieuwe slaven” en pleitte in één adem voor meer kinderen uit Italiaanse ouders. Hij ontving Trumps ex-strateeg Steve Bannon, die streeft naar een pan- Europese anti-Europabeweging en reist binnenkort naar Marine Le Pen in Frankrijk, die recent opriep tot de „destructie” van de Europese Unie.

Onderling versplinterd

De anti-Europese partijen zijn onderling versplinterd: ze vormen meer een losse coalitie tegen Europa dan één beweging. De meest opvallende outlier is Orbán, die niet van plan zegt te zijn afscheid te nemen van de van oudsher pro-Europese EVP van Merkel en andere christen-democraten. Integendeel, hij blijft proberen die partij van binnenuit op een rechtsere koers te krijgen: antimigratie, meer gericht op de natiestaat en het vergrendelen van een christelijke Europese identiteit.

De bedoeling van de EVP was om de campagne volgend jaar te gaan voeren over sociale ongelijkheid. De groeiende kloof tussen winnaars en verliezers geldt als een belangrijke voedingsbodem van populisme. Maar het gevecht met Orbán wordt steeds bepalender. Daardoor komt ook in de EVP meer en meer de nadruk te liggen op de Europese waarden van democratie en rechtsstaat – de lijn-Stubb.

Dat wil niet iedereen in de EVP. Weliswaar stemde een meerderheid van de EVP’ers in het parlement vorige maand voor de strafprocedure tegen Hongarije. Maar een deel van de partij, onder andere van de Franse Républicains en de Beierse CSU, wil net als Orbán meer naar rechts; onder meer door een harder antimigratiebeleid. Orbán kan bij hen op des te meer krediet rekenen omdat hij zich tijdens de vluchtelingencrisis in 2015 ontpopte als succesvol tegenwicht van Merkel, die tijdelijk de grenzen openstelde.

Ook de enige concurrent van Stubb om de partij aan te voeren in de Europese verkiezingen, de Duitse CSU’er Manfred Weber, hoort tot de rechtervleugel. Anders dan Stubb wil hij voorlopig niet denken aan het uit de partij zetten van Orbán.

Zolang Orbán zich op een christelijke politiek richt, vindt Weber, is er een „debat” dat binnen de familie blijft. Wel zegt hij dat er „een rode lijn” is: Orbán zal uiteindelijk democratie en rechtsstaat moeten blijven omarmen om erbij te blijven horen.

Zoenoffer

Voor Stubb gaat dat niet ver genoeg: hij is radicaal tegen Orbáns project van een „illiberale democratie”. Voor hem is het simpel: in 1945 kwam het fascisme tot een einde, in 1989 het communisme. „Ik wil niet dat 2016 – de Brexit en de verkiezing van Donald Trump – de doodklap worden voor onze manier van leven, de liberale democratie.”

Opvallend genoeg heeft Angela Merkel tot dusver haar zegen gegeven aan de kandidatuur van Weber, niet Stubb – hoewel juist de Fin soms hetzelfde zegt als zij. Voor een deel heeft dit te maken met haar wankele coalitieregering: haar steun aan Weber wordt gezien als een zoenoffer aan de CSU’ers die haar in hun eigen regering zo onder druk zetten. Maar Merkel heeft van oudsher ook altijd gestreefd naar het openhouden van de lijnen met het oostelijke deel van de Europese Unie. In Hongarije zijn geen andere partijen dan Fidesz die daarvoor in aanmerking komen.

Als Orbán – en met hem nog enkele Oost-Europese partijen – uit de centrum-rechtse EVP stapt, wordt de kans op een nationaal-populistisch blok van Hongarije, Polen en Italië alleen maar groter.

Lees ook: Na Polen ook Hongarije in Brussels beklaagdenbankje

Al met al gaat Europa met elk debat een beetje meer lijken op Frankrijk 2017. Toen won Macron met overmacht de presidentsverkiezingen, met de nationalist Marine Le Pen als tegenstander. Nu wordt de les doorgetrokken naar Europa: in een tweestrijd met een extreme kandidaat is maar ruimte voor één tegenpartij in het midden. Maar andere politici, zoals Stubb, hebben dat ook gezien.

In Frankrijk blijkt intussen ook wat de gevolgen zijn voor de andere middenpartijen: sinds hun nederlaag tegen Macron worden zij minder gematigd – en minder Europagezind. De Républicains worden rechtser, de Parti Socialiste linkser.

Eurocommissaris Pierre Moscovoci verbond deze week een verrassende consequentie aan zijn noodkreet over de strijd om het voortbestaan van de Europese Unie: hij wil géén kandidaat zijn voor zijn partij, de PS, voor de Europese verkiezingen. De reden: die partij helt, op zoek naar een eigen ruimte, te veel naar een nationalistisch extreem-links en twijfelt zelfs aan Europa. Anders dan Rutte noemt Moscovici zich wel graag progressief. Maar hij zou willen dat Macron de term niet geheel opeiste.

    • René Moerland