Opinie

Druk zijn is voor artsen nog steeds statusverhogend

Artsen zijn druk, heel erg druk. Maar kunnen we al die uren in het ziekenhuis niet slimmer gebruiken? Verslag uit het ziekenhuis door .

Operatiekamer in het Academisch Medisch Centrum Koen van Weel/ANP

Over de schouder van z’n vader kijkt een betraand oog me argwanend aan. Het is het oog van Asim. Hij is zes. Een uur geleden speelde hij nog voetbal op de betegelde binnenplaats van het asielzoekerscentrum. Hij viel op zijn pols. Als een gewonde vogel houdt hij ’m angstvallig voor mij verborgen. Terecht. Ik wil zijn arm onderzoeken en dat zal naar alle waarschijnlijkheid pijn doen. Precies op het moment dat ik met een filmpje op mijn telefoon de jongen bijna zover heb dat ’ie z’n arm heel voorzichtig aan me wil laten zien, gaat mijn pieper. Zijn vader kijkt me verschrikt aan en een fractie van een seconde later trekt de jongen zijn arm terug en zet het op een huilen.

Ik loop naar de gang en neem de telefoon op. „Ha, met Ilse van A5. Ik bel over mevrouw Gerritsen.” Ondertussen wijst een verpleegkundige naar een brancard die wordt binnengereden. Er ligt een man op in een gescheurd wielrenpak. Ik gebaar naar de verpleegkundige dat ik er zo aan kom. Boven blijkt mevrouw Gerritsen, een alleraardigste maar aardig demente vrouw van 86 met een gebroken heup, in delirante toestand haar blaaskatheter te hebben verwijderd. Ik hoor mezelf zeggen dat ik straks nog even langs loop. Ik hang op. Terug naar Asim. Twee stappen verder gaat mijn pieper weer. „Met Karin, We kunnen zo beginnen met die appendix, kom je?”

Lees ook dit opiniestuk: Arts-onderzoekers werken onder grote druk. Heb oog voor hun complexe situatie

Opscheppen over slaaptekort

Alleen sukkels hebben het druk”, schreef journalist Annemiek Leclaire in 2015 in NRC. Toch is ‘druk zijn’ onder artsen nog een vorm van status. Het vermogen om alle ballen in de lucht te houden en dan bij de borrel op te scheppen over hoe weinig je hebt geslapen, dwingt respect af. En dan ben ik nog ‘maar’ een beginnende arts-assistent. Mijn collega’s doen Tetris met de openingstijden van het kinderdagverblijf en de werktijden van hun partner. De chirurgen die ons opleiden, bevinden zich al helemaal in een agenda-impasse. Tegelijkertijd opereren en superviseren van assistenten op de afdeling, vergaderen en dienst, je kinderen naar voetbal brengen en een presentatie voorbereiden. Het lukt ons allemaal vrij aardig, maar kan het niet slimmer? Maken we optimaal gebruik van de uren die we door het ziekenhuis hollen? De gevolgen van haast zijn immers niet gering.

Evolutionair gezien is ons brein bijzonder vatbaar voor urgente prikkels. In een ziekenhuis wemelt het van de piepende apparaten, felgekleurde stikkers en bezorgde verpleegkundigen die allemaal aandacht vragen. Voortdurend wegen we af welke signalen we kunnen negeren en naar welke we moeten luisteren. Een bloedende wond krijgt voorrang ten opzichte van een lichte hoest. Dat lijkt logisch maar tegelijkertijd schuiven we sluimerende problemen en het nadenken over langetermijnoplossingen voor ons uit. Dit fenomeen is niet voorbehouden aan de zorg. De Amerikaanse president Dwight Eisenhower (1890-1969), een voormalig vijfsterrengeneraal, ontwikkelde de zogenaamde Eisenhower-matrix. Daarin worden problemen ingedeeld op basis van urgentie en noodzaak . Dit concept van triage (sorteren naar prioriteit) kan volgens Eisenhower veel tijdwinst opleveren, vooral omdat je minder belangrijke zaken kan delegeren (als ze wel urgent zijn) of volledig kan negeren (als ze niet belangrijk en evenmin urgent zijn).

Door een spleet in de papieren gordijnen zie ik het oog van Asim die inmiddels weer gekalmeerd is. Even verderop de wielrenner die wat bleekjes een bekertje limonade aanneemt. Ik hoop maar dat ’ie niet geopereerd hoeft te worden. Het toepassen van de matrix bij patiënten is al een uitdaging. Maar als je in de zorg wat verder uitzoomt geldt het al helemaal.

Mensen opnemen omdat het ‘thuis niet meer gaat’

Steeds vaker worden we geconfronteerd met sluimerende langetermijnproblemen. Wekelijks worden mensen opgenomen in een ziekenhuis op basis van een ‘sociale indicatie’. Het ging thuis nog net, maar met een gebroken heup zijn drie mantelzorgende kinderen niet genoeg. Voor patiënten die gecombineerde lichamelijke en psychische problematiek hebben, zijn de wachtlijsten voor een plek in een instelling eindeloos. Een elektronisch patiëntendossier (EPD) voor álle Nederlanders kwam er niet en Europa scherpte de privacywetgeving verder aan. Bij de opname van een nieuwe patiënt gok ik dagelijks op basis van een plastic tasje met doosjes de thuismedicatie van een patiënt bij elkaar, met alle potentiële fouten van dien.

Lees ook over burn-outs bij jonge artsen: Een werkweek van 48 uur is zeldzaam

Asim kijkt inmiddels tevreden naar zijn gips en ook de wielrenner blijkt er met een ‘simpele’ sleutelbeenbreuk aardig van af te komen. Mevrouw Gerritsen bleek een infectie te hebben van de luchtwegen en ligt nu met antibiotica rustig in bed.

Terwijl we het water van onze ingezeepte armen van boven naar beneden in de spoelbak laten lopen, vraagt mijn opleider zich hardop af waarom zoveel van mijn collega’s een burn-out krijgen. Ik mompel wat over verschillende ballen in de lucht houden. De sluisdeur naar de operatiekamer schuift open. De piepjes van de monitors klinken vertrouwd. Haast rustgevend. De operatie-assistent reikt onze jassen aan. Mijn pieper ligt op een tafeltje aan de zijkant. Hij geeft mij het mes. Voor even is alles glashelder. Voor even.

Correctie (7 oktober 2018): In een eerdere versie van dit stuk stond de naam Dwight Eisenhower verkeerd geschreven als Dwight Eisenhouwer. Dat is hierboven aangepast.
Correctie (10 oktober 2018): In een eerdere versie van dit stuk werd het jongetje Asim eenmaal aangeduid als Amin. Dat is hierboven aangepast.