Opinie

Financiële Beschouwingen

Het begrip minder kent de Tweede Kamer helaas niet meer

Minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) deponeerde ruim twee weken geleden op Prinsjesdag goedgemutst de rijksbegroting voor het komend jaar bij de Tweede Kamer. Niet zonder trots vertelde hij een begroting te presenteren die voor het vierde achtereenvolgende jaar met een positief saldo eindigt. Vier jaar achter elkaar een begrotingsoverschot. Dat was in zestig jaar niet voorgekomen, aldus de minister.

Mooie cijfers verblinden. Natuurlijk kan de minister tevreden zijn. Maar het is niet het hele verhaal. De staatsschuld gaat volgend jaar dalen tot onder de 50 procent van het bruto binnenlands product maar vormt met ruim 400 miljard euro nog altijd een astronomisch bedrag en is hoger dan voor het uitbreken van de crisis, tien jaar geleden. Staatsschuld betreft geld dat toekomstige generaties zullen moeten aflossen en waarover rente moet worden betaald. Volgend jaar gaat het om 6 miljard euro. Geld dat niet aan overheidstaken besteed kan worden of belastingverlaging. Kortom: weggegooid geld.

De aantrekkende economie zorgt ervoor dat de budgettaire toekomstscenario’s minder onheilspellend zijn dan enkele jaren geleden. Maar de onzekerheid is groot, zoals minister Hoekstra zelf waarschuwt in zijn Miljoenennota: „In de mondiale economie, waarvan Nederland zo afhankelijk is, bedreigen de Brexit en de kans op handelsconflicten de economische groei”. En hij concludeert dan ook dat „we er nog niet zijn”.

Tegen deze achtergrond was het zowel onrustbarend als onthutsend hoe de financieel specialisten in de Tweede Kamer de eerste begroting van Hoekstra deze week tegemoet traden. Het woord ‘meer’ werd regelmatig gebezigd; het woord minder daarentegen nauwelijks. Oftewel: de korte termijn was weer eens leidend in de beschouwingen van de Kamerleden. Tot zover het onrustbarende deel.

Onthutsend was de nagenoeg collectieve roes waarin de Tweede Kamer verkeerde. Want welke partij komt nog op voor een conservatief begrotingsbeleid waarbij daadwerkelijk geld opzij wordt gezet voor het versneld aflossen van de staatsschuld en het opbouwen van buffers om beter bestand te zijn tegen de tegenvallers die zich onmiskenbaar ook weer zullen aandienen? Een partij die sparen de voorkeur geeft boven extra uitgaven?

Nu is het zelfs de woordvoerder van de VVD – ooit de partij van minder overheid – die bij monde van het Kamerlid Aukje de Vries met droge ogen beweert dat het huidige kabinet terecht meer in de publieke sector investeert dan alle voorgaande kabinetten. Haar collega Evert-Jan Slootweg van het CDA, de partij van het rentmeesterschap, sprak zich met het oog op toekomstige dreigingen uit tegen nóg meer uitgeven. Maar zou minder uitgeven in tijden van hoogconjunctuur ook niet eens het overwegen waard zijn?

Het cliché luidt dat het dak gerepareerd moet worden als de zon schijnt. Inderdaad: afgezaagd. Maar daarom niet minder waar. Jammer dat dit besef nog maar door zo weinig Kamerleden wordt gedeeld.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.