Europese populisten zijn niet onstuitbaar

De Europese populisten en nationalisten verschillen onderling nogal, weet .
Petar Pismestrovic/Cagle

Rechts-populisten en anti-EU-nationalisten watertanden bij het vooruitzicht van de Europese Parlementsverkiezingen in mei 2019. Sommigen hopen misschien wel een derde van de 705 zetels in het parlement te behalen en op die manier de EU-instelling te ontwrichten die het meest pro-integratie is. Anderen zijn nog ambitieuzer en dromen van een zo ruime zege dat er een wig in het hart van het liberale establishment van Europa zal worden gedreven.

Maar wie de opstandige radicalen ziet als een onstuitbare kracht die klaarstaat om de EU en de liberale democratie op de schroothoop van de geschiedenis te gooien, heeft het goed mis. Een dergelijk ‘alarmisme’ gaat voorbij aan de belangrijke verschillen in de politiek en de mentaliteit die de hedendaagse ‘Enragés’ van elkaar onderscheiden. Nu en dan laaien deze verschillen op tot ernstige onenigheid. Doordat ze in de uiteenlopende nationale oorsprong van elke partij en beweging wortelen, maken deze verschillen een duurzame samenwerking op EU-niveau bijzonder moeilijk.

Lees ook dit opiniestuk van Ian Buruma: Steve Bannon probeert in Europa een rechtse beweging op gang te krijgen

Een voorbeeld is het oplopende geschil tussen Oostenrijk en Italië over het Noord-Italiaanse gebied Alto Adige, oftewel Zuid-Tirol. De extreem-rechtse FPÖ, de Oostenrijkse Vrijheidspartij, benut haar rol als junior-lid van de Weense regeringscoalitie om zich te beijveren om haar troetelkindje: het aanbod van een Oostenrijks paspoort aan de Duitstalige meerderheid van Zuid-Tirol. Bij de meeste Italianen valt dit initiatief verkeerd. Zij zien het als een schaamteloze inmenging in een provincie die in 1918 ten koste van veel Italiaans bloed en bezit werd veroverd op het uiteenvallende Habsburgse rijk.

Voor de Italiaanse Lega, de populistische anti-migrantenpartij die in juni tot het landsbestuur is toegetreden, is de ruzie over Alto Adige een nodeloze ergernis. Enerzijds legt de Lega de nadruk op haar ideologische verwantschap met de FPÖ. Ze had zelfs warme woorden over voor een kleine extreem-rechtse Duitstalige partij in Zuid-Tirol, ook al eist deze partij dat de provincie zich van Italië afscheidt. Matteo Salvini, leider van de Lega en Italiaans minister van Binnenlandse Zaken, spreekt dan ook opgewekt zijn vertrouwen uit dat het paspoortengeschil in der minne zal worden geschikt.

Anderzijds heeft de grensoverschrijdende vrijage van de Lega en de FPÖ haar natuurlijke grenzen. Salvini en zijn Lega-kameraden kunnen zich in zaken waarbij de nationale waardigheid en territoriale integriteit van Italië in het geding zijn, niet al te meegaand ten opzichte van Oostenrijk tonen, al helemaal niet als het gaat om Zuid-Tiroolse separatisten. De politieke geloofwaardigheid van de Lega berust tot op zekere hoogte immers op de uitdagende belofte dat de regering waarvan ze deel uitmaakt, de eerste in decennia zal zijn die ervoor zorgt dat andere EU-landen geen loopje met Italië nemen.

Vergelijkbare wrijvingen ondermijnen het vertrouwen en de vriendschap tussen de conservatieve nationalistische regering van Hongarije onder leiding van premier Viktor Orbán en de rechtse bewegingen in de landen met een aanzienlijke etnisch-Hongaarse minderheid – vooral Roemenië, Slowakije en Oekraïne (die laatste is geen EU-lid, maar wil wel tot de club toetreden).

Zelfs het economisch beleid kan onder rechts- populisten verdeeldheid zaaien

Omdat FPÖ en Lega weigeren kritiek te leveren op de gewapende inval van Moskou in Oekraïne, staan ze in hun buitenlands beleid tegenover de Poolse partij Recht en Rechtvaardigheid (PiS). De FPÖ en Lega hebben een samenwerkingsovereenkomst met de partij Verenigd Rusland van de Russische president Vladimir Poetin. Zo’n knusse relatie met het Kremlin is ondenkbaar voor elke Poolse politieke partij die brede steun van de bevolking nastreeft.

Intussen hebben de Lega en de Broeders van Italië, een partij met post-fascistische wortels, zich aangesloten bij Steve Bannon, de peetvader van het Amerikaanse Alt-Right, in diens campagne om bij de volgende verkiezingen voor het Europese Parlement het progressieve establishment te verslaan. Maar andere rechts-populisten gaan daar niet in mee. De FPÖ zegt dat ze niet „onder leiding van iemand uit een ander werelddeel” wil staan.

Zelfs het economisch beleid kan onder rechts-populisten en nationalisten verdeeldheid zaaien. In Frankrijk steunt het Rassemblement National van Marine Le Pen (voorheen Front National) op de typisch Gallische tradities van étatisme [de overheid stuurt de samenleving in de door haar gewenste richting, red.] en protectionisme. Maar aan de andere kant van de Rijn is Alternative für Deutschland (AfD) voor een vrije markteconomie en wordt het beleid van de Franse zusterpartij als ‘te links’ gekritiseerd.

Er zijn nog andere redenen waarom de AfD bij rechts-nationalisten elders in Europa twijfel oproept. Alexander Gauland, medefractieleider van de partij in de Bondsdag, maakte in juni weinig vrienden toen hij zei: „Hitler en de nazi’s zijn maar een vogelpoepje in de meer dan duizend jaar succesvolle Duitse geschiedenis.”

Uiteraard hebben de rechts-radicalen een aantal troefkaarten. Hun boodschap over immigratie, nationale identiteit en de plaats van de islam in Europa is scherp en simpel. Ze spelen in op de publieke onvrede over de tekortkomingen van de EU. Maar het nationalisme dat hun in de binnenlandse politiek succes heeft gebracht, zal uiteindelijk hetzelfde nationalisme zijn dat hun effectiviteit op het Europese toneel beperkt.

    • Tony Barber