Opinie

    • Caroline de Gruyter

Europa ís er nu eenmaal – geen discussie

‘Goedemiddag, wij willen u uitnodigen voor een tv-debat over de Europese begroting/sancties tegen Rusland/Brexit [doorhalen wat niet van toepassing is]. We hebben al iemand die tegen de EU is. Nu we wilden u vragen om met hem in debat te gaan.”

„Waarom ik?”

„U bent vóór de EU, toch?”

Zo gaat het vaak. Men zet een ‘voorstander’ neer en een ‘tegenstander’, en gaat vervolgens achterovergeleund zitten toekijken wie het debat wint. Lachen!

Zo’n debat zegt niets over Europa, de Europese begroting, Brexit of welk thema ook. Thema’s worden niet inhoudelijk besproken, maar als wapen gebruikt in een debat waarin niet kennis en inzicht maar de debating-technieken van twee kemphanen in de studio de afloop bepalen. Zo reduceren wij een belangrijk debat over Europa, dat allen aangaat, tot een potje verbaal armdrukken.

Tegenvraag: als we de Nederlandse begroting, Rusland-politiek of Brexit-voorbereidingen op tv bespreken, nodigen we dan ook iemand uit die vóór Nederland is en iemand die tegen is? Nee. Om een goede reden: Nederland ís er nu eenmaal. Het is ooit ontstaan en bestaat nog steeds. Het is een legitiem bestuursniveau met een grondwet, uitvoerende macht, rechterlijke macht en een parlement. Als dingen vierkant draaien – en dat is permanent zo: Winston Churchill zei eens dat democratie geen goede staatsvorm is, „maar alle andere vormen zijn erger” –, komen er debatten. Die leiden soms tot een beleidswijziging. Zo hoort het. Tijdens die debatten trekken zelfs de grootste critici over de Nederlandse politiek het bestaan van Nederland niet in twijfel. Daar bereiken ze namelijk niets mee. De EU is een even legitieme bestuurslaag. Waarom trekken sommigen die dan wél in twijfel?

Alle Europeanen hebben met vijf bestuurslagen te maken: lokaal, regionaal, nationaal, Europees en mondiaal. Alleen het hoogste niveau in deze piramide, het mondiale, heeft nauwelijks eigenschappen van legitiem bestuur. Wat op dit niveau telt, zijn vooral afspraken die regeringen onderling (en met ngo’s, bedrijven, enzovoort) maken. Daarom kunnen de G20 of de Verenigde Naties niemand iets opleggen. De andere vier niveaus zijn wel legitiem. Wat zij doen en niet doen, is in wetten en regels vastgelegd. Er is een scheiding der machten. Bestuurders leggen verantwoording af. Mensen noemen de EU weleens een „droom” of „ideaal”. Alsof Europa iets is dat je zo omver blaast. Misschien moesten we eens ophouden die woorden te gebruiken. De EU ís er gewoon, zoals een land, provincie of dorp. En ja: ook daar draaien de dingen vaak vierkant.

Elk debat over wat Europa wel/niet zou moeten doen, is oké. Soms moet ze meer doen, soms minder – al naar gelang de behoefte en de omstandigheden in de wereld. Ook tussen provinciaal en nationaal niveau verschuiven taken geregeld. Soms decentraliseer je, soms doe je het omgekeerde. Er zijn procedures om dat te regelen. De EU heeft die procedures ook – bedacht en goedgekeurd door, alweer, de lidstaten. Maar debatten hierover (op tv, in het parlement of elders) kun je alleen voeren als de deelnemers weten wie wat doet in Europa, en dus kunnen beargumenteren waarom en hoe dingen dan naar een hoger of lager niveau moeten. Evenmin kun je dit debat voeren als er mensen aan tafel zitten die het bestaan van de EU ontkennen. Dat heeft niets te maken met vóór Europa zijn, maar met het feit dat je dan geen inhoudelijk gesprek kunt hebben.

Het beste wat Europa kan overkomen, is dat burgers ontdekken dat er tussen ‘vóór’ en ‘tegen’ een heleboel mogelijkheden liggen. En dat je die allemaal kunt bespelen, net als in Den Haag. Zet die mensen in de studio en laat ze vertellen. Avondvullend entertainment.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.
    • Caroline de Gruyter