Opinie

    • Christiaan Weijts

Eigen appels eerst

Oktober, oogstmaand. Niets mooiers dan zelf appels plukken in de herfstzon in Zeeuws-Vlaanderen. Vogelwaarde heet het plaatsje, en het is precies wat je je daarbij voorstelt: nevel boven de eindeloze boomgaarden, staalblauwe lucht, en de hele dag is het een komen en gaan van zelfplukkers. Gezinnen met manden en kratten, gepensioneerde stellen met tassen en trekkarren, allemaal komen ze voor de grote, sappige jonagolds die hier voor 50 cent per kilo weggaan.

Ja, fruitteler Herman Vereecken had ze liever aan de supermarkten verkocht, maar hij raakte ze niet kwijt, terwijl ook zijn koelcellen vol zitten. Vijftigduizend kilo ongeplukte appelen hangen hier. „De kostprijs is 35 cent per kilo, maar geen enkele inkoper wilde er meer dan 15 cent voor betalen.” Oorzaak: de winkels kiezen voor fruit uit het buitenland, Frankrijk en België, waar de loonkosten lager zijn. Ook zijn collega’s merken het, maar niet iedereen durft ermee naar buiten te komen. Ondanks de droge zomer is de concurrentie moordend. „Heel Europa zit barstensvol fruit.”

In de 35 jaar dat Vereecken fruit teelt, heeft hij dit niet eerder meegemaakt. Al werd het wel elk jaar zwaarder, ook door de opmars van hippe exotische appeltjes. De pink lady of de jazz, vaak helemaal uit Nieuw-Zeeland overgevaren, en hier per vier verkocht in plastic schaaltjes. Maar dat wil de consument, toch? „Nee, het is omgekeerd. De supermarkt bepaalt wat wij op ons bord krijgen.” Vereecken wil een landelijke regeling. „Dat je zegt: vanaf 15 september komt er Nederlands fruit in de schappen.”

Eigen appels eerst. Grenzen dicht voor al die braeburns, royal gala’s en andere op smaak gekweekte rassen, voorverpakt voor wie te lui is om af te wegen. Terwijl je hier ziet wat een onversneden plezier het geeft, zulke perfecte appels eigenhandig te plukken, intens zoet en fris, en groter dan tennisballen. In de winkel betaal je 2 euro per kilo, vier keer zo veel.

„Ik kan de rest van mijn leven appeltaarten bakken”, glundert een man boven een bomvolle kruiwagen. Kon er maar altijd zulke handel bestaan, zonder al die tussenlagen: de teler krijgt een reële prijs, de consument is opgetogen. Zolang dit niet kan, kunnen supermarkten op z’n minst proberen de appeltjes wat minder ver van de stam op te rapen.

Tot zaterdag mogen mensen hier komen plukken. Maar die vijftigduizend kilo raakt Vereecken zo nog niet kwijt. Dus daarna? Hij wijst in de lucht boven de polder van Vogelwaarde, die mooie plaatsnaam die nu een nieuwe betekenis krijgt: „Daarna blijft het hangen en hebben alleen de vogels er iets aan.”

Christiaan Weijts schrijft op deze plek iedere vrijdag een column.
    • Christiaan Weijts