Eerst nog even klussen

Geldzaken Als je van plan bent je huis te verkopen, loont het dan om nog vlug wat energiebesparende maatregelen te nemen om een hoger energielabel te krijgen?

Illustratie Viola Lindner

Dat zou kunnen lonen, als je puur naar de rekensommetjes kijkt. Dit jaar zijn twee onderzoeken gedaan naar het effect van een hoger energielabel op de verkoopprijs van huizen in Nederland. De labels lopen van G naar het meeste energiezuinige label A. Gemiddeld kun je met energiebesparende maatregelen, zoals isolatie, dubbel glas en zonnepanelen, een ongeveer 2 procent hogere verkoopprijs verwachten, aldus berekeningen van taxatiebedrijf Calcasa. Dat komt bij een gemiddelde woningwaarde van 300.000 euro neer op zo’n 6.000 euro.

Ook Tilburg University boog zich over dit vraagstuk, met als uitkomst dat huizen met een A- of B-label vorig jaar ruim 6.000 euro meer opbrachten dan gemiddeld, terwijl F- en G-labels de verkoopsom drukten met bijna 13.000 euro. Ook stonden huizen met een goed energielabel korter te koop. Een huis met een A-label was in 2017 ruim drie maanden sneller weg dan eentje met een G-label. Al gold dit veel minder sterk voor de grote steden en was het prijsverschil daar ook geringer.

Maatregelen om het energielabel op te krikken kosten natuurlijk ook wat. Wegen die investeringen op tegen die verkoopwinst? Soms wel, soms niet. Op de site verbeterjehuis.nl van adviescentrum Milieu Centraal kun je eenvoudig achterhalen in welke categorie jouw huis valt, welke ingrepen zoal mogelijk zijn en wat die kosten en opleveren.

Oubollige keuken

De proef op de som genomen, lijkt het erop dat het bereiken van een hoger label een behoorlijke investering vergt als jouw huis – zoals de meeste – in de C-categorie valt. Stel dat je een twee-onder-een-kapwoning uit de late jaren zeventig perfect laat isoleren, zowel dak, gevel als vloer, dan kost dat zo’n 20.000 euro. Fijn dat je dan van C naar B promoveert, maar volgens de Calcasa-berekeningen haal je dat bedrag er bij de verkoop niet uit. Woon je echter in een gammel huis uit de jaren vijftig met label F, dan gaat het hard: alleen al dakisolatie zorgt dan voor een sprong naar label D en een 2,5 procent hogere verkoopprijs.

Maar om nou enkel en alleen voor zo’n hoger label aan het klussen te slaan? De Vereniging Eigen Huis (VEH) zou het niet aanraden. „Het is zeer discutabel of je dat bij de verkoop terugverdient’, zegt woordvoerder Hans André de la Porte. Hij maakt de vergelijking met het op de valreep vervangen van een prima functionerende, oubollige keuken door een strakker exemplaar. Dat staat leuk op Funda, maar grote kans dat de nieuwe eigenaren andere ideeën hebben en hem direct laten vervangen. Bij sommige energiemaatregelen is het volgens André de la Porte net zo, bijvoorbeeld het isoleren van de achtergevel of het dak. „Veel kopers gaan meteen aan de slag met een uitbouw aan de achterkant of met dakkapellen. Dan is het doodzonde als je daar net alles hebt geïsoleerd.”

Boete

Wat voor de verkoop echt zoden aan de dijk zet is volgens VEH het aanpakken van achterstallig onderhoud, zoals afbladderde verf en lekkages. Een haperende cv-ketel vervangen door een zuinige nieuwe is ook een idee. Maar verdere energiebesparende klussen zijn vooral de moeite wanneer je er zelf (nog even) van kunt profiteren, doordat het in huis behaaglijker wordt en de energierekening omlaag gaat. In de genoemde woning uit de jaren 70 scheelt een goede isolatie per jaar ongeveer 300 euro aan energiekosten, in het jaren 50-huis zelfs 900 euro. „Ook als je het plan hebt om over een jaar of vijf je huis te verkopen, is dat een goed idee. Dan kun je het tegen die tijd ook nog eens beter verkopen”, aldus De la Porte.

Vraag, als je verkoopplannen hebt, hoe dan ook voor een paar tientjes zo’n energielabel aan. Lang werd het ontbreken daarvan door de vingers gezien, nu riskeer je een boete van 405 euro. Dat is dan alvast uitgespaard.

    • Lizanne Schipper