De Palestijnse Amani Aruri (26) veranderde de wet die verkrachters toestaat met hun slachtoffer te trouwen.

Foto Samar Hazboun

Deze Palestijnse vrouw verandert eerst de wet, daarna de maatschappij

#MeToo in Palestina

De Palestijnse Amani Aruri (26) veranderde de wet die verkrachters toestaat met hun slachtoffer te trouwen. Nu werkt ze aan een campagne tegen kindhuwelijken. „Mijn baan zien dorpsgenoten als vorm van westerse indoctrinatie.”

‘Mijn oma huilde altijd als er weer een meisje geboren werd. Hopelijk de volgende keer een jongen, zei ze dan tegen mijn moeder. Ik was het derde meisje. Daarna kwam mijn broertje, en daarna kwamen er nog twee meisjes”, vertelt Amani Aruri (26). „Ik vroeg me altijd af: wat is het verschil? Voor mij en mijn zussen was alles eib, een schande – dansen, naar buiten gaan, een man de hand schudden… Mijn ouders waren gelukkig niet zo, die hebben ons altijd gelijk behandeld.”

Dat onderscheid tussen mannen en vrouwen werd het centrale thema in Aruri’s leven. Op haar werk spreekt ze met ambassadeurs en politici over vrouwenrechten, thuis probeert ze haar zoontjes feministisch op te voeden. Als campagneleider bij de Palestijnse vrouwenorganisatie WCLAC streed ze tegen de ‘trouw-met-je-verkrachter-wet’, die dit jaar werd afgeschaft.

Nu staat een campagne tegen kindhuwelijken op de agenda. „Ik was zeventien toen ik werd uitgehuwelijkt. Ik moest eindexamen doen en dacht aan studeren, niet aan koken. In de huwelijksakte liet ik opnemen dat ik naar de universiteit mocht, tot ongenoegen van mijn schoonfamilie. Waarom een contract? Waarom vertrouwde ik hen niet op hun woord? Binnen een jaar had ik mijn eerste kind. Ik was vastbesloten bedrijfseconomie te gaan studeren. Dat was niet altijd makkelijk. Soms zat ik huilend boven mijn boeken omdat ik mijn zoontje bij mijn moeder had achtergelaten. Nu druk ik vrouwen op het hart hun eisen te laten vastleggen. Als ik dat toen niet had gedaan, waren mijn rechten me zeker afgenomen.”

Huwelijksakte op je veertiende

Na zes jaar huwelijk verliet ze haar man. De scheiding werd in het dorp als een schande gezien, de familie oefende veel druk uit om haar op andere gedachten te brengen. „Sinds mijn oma is er wel iets veranderd in de blik op meisjes, maar lang niet overal. In mijn dorp zien ze mijn baan als vorm van indoctrinatie van westerse waarden. ‘Onze vrouwen zijn heel tevreden’, is het bezwaar wanneer ik een workshop over gender-gelijkheid wil organiseren. ‘Je moet ze niet leren om tegen hun man in te gaan’, zeggen mensen. Ook in de opvoeding van mijn twee zoontjes moet ik een balans vinden tussen hoe wij in huis naar mannen kijken en hoe de maatschappij dat doet. Jongens feministisch opvoeden is moeilijker dan meisjes. Hussam (7) en Muhannad (5) helpen me met de afwas of nemen de bezem van mij over. Vervolgens krijgen ze van hun vader te horen dat ze geen vrouwenwerk moeten doen.

Lees ook: Buiten het Westen is #MeToo vooral een #WeToo

„Mijn nichtje van veertien heeft net haar huwelijksakte getekend, terwijl de minimumleeftijd vijftien is. Dan kun je zeggen: mensen blijven toch doen wat ze willen, waarom maak je je druk om wetgeving? Maar dit mag gewoon niet, de wet gaat voor de maatschappij uit. Het is een belangrijke voorwaarde voor verandering, het geeft weigeraars namelijk geen excuus. Daarom ben ik ook blij dat mede dankzij onze campagne ‘Beloon misdaad niet met een huwelijk’ net een wetsartikel is afgeschaft waardoor iemand vervolging voor verkrachting niet kan meer kan ontlopen door met zijn slachtoffer te trouwen.”

Het idee dat de vrouw zich moet schamen, zit diep.

De logica achter zo’n trouw-met-je-verkrachter-wet is over het algemeen simpel: na een verkrachting wil niemand anders meer met het slachtoffer trouwen, omdat haar eer is geschonden. De wet moedigde volgens Amani Aruri verkrachting aan: in plaats van straf kregen verkrachters een bruid – gratis, want van een bruidsschat was dan geen sprake meer. Niet alleen Palestina, maar ook Libanon, Jordanië en Tunesië maakten kort geleden een einde aan soortgelijke wetten. In onder meer Bahrein en Irak zijn ze er nog.

„De afschaffing van zo’n wet verandert niet meteen alles. Verkrachtingszaken komen hier zelden voor de rechter. Het idee dat de vrouw zich moet schamen, zit diep. Vrouwen rapporteren de misdaad niet, omdat zij dan de schuld krijgen. Veel familieleden doden nog liever haar dan dat ze de dader aangeven. Laatst werd ik bedreigd door een jongen die woedend was omdat wij ‘die hoeren helpen’, terwijl hij zelf meisjes op internet chanteert. Ik heb aangifte gedaan, maar zijn andere slachtoffers zijn te bang. Hij is nog niet gepakt.”

Afgeperst

Onlangs veroorzaakte Noha Umeirah, uit Sur Baher, bij Jeruzalem, na haar dood voor opschudding. Na haar verkrachting perste de dader haar af met foto’s en video’s. „Ze pleegde zelfmoord en legde in haar afscheidsbrief uit dat ze niet het leven van schande en schaamte wilde dat haar en haar familie te wachten zou staan. In mijn omgeving merk ik dat dit verhaal indruk maakt. Het slachtoffer wordt gestraft en de criminelen gaan vrijuit. Hopelijk dringt haar boodschap door.”

Aruri vindt dat je van vrouwen niet kunt eisen dat ze zich uitspreken als ze daarmee hun leven op het spel zetten. Tegelijkertijd denkt ze ook „dat als de eerste vrouw opstaat, er veel meer volgen. We hebben niet de moed dat eerste ijs te breken, want er is geen systeem van bescherming voor de vrouwen die zo’n campagne zouden leiden. Dat systeem moet je eerst opbouwen.

„Uiteindelijk geldt in deze maatschappij het recht van de sterkste. Zowel mijn familieleden als mijn dorpsgenoten zijn me pas gaan respecteren, toen ze zagen dat ik aan mijn principes vasthield. Het dorp sprak eerst schande van mij als gescheiden vrouw; nu ik succesvol ben, vragen ze of ik lid wil worden van hun comités en van de gemeenteraad. Mijn zoontje noemde me vanochtend zelfs superwoman.

Lees hier de andere verhalen uit de serie #MeToo buiten de westerse wereld

    • Jannie Schipper