Recensie

Een prentenboek dat de deur naar de verbeelding opent

Kinderboek Hadi Mohammadi leverde de tekst en Nooshin Safakhoo de prenten – beiden uit Iran – van een prachtig kinderboek over een meisje dat met zwierige elegantie in haar verbeelding duikt en kijkers en lezers hetzelfde laat overkomen.

Pagina’s uit Het meisje met de zeven paarden

Read with me: zo luidt de goedgekozen naam van een leesbevorderingsproject voor kansarme kinderen in Iran. Goedgekozen, omdat hij meer dan zomaar een oproep is. Er klinkt een hartenkreet in door, een verlangen naar samen lezen en samen delen, naar oprechte vriendschap, zou je kunnen zeggen.

Hoe kleurrijk de wereld eruitziet en hoeveel (beweeg)ruimte er voor ons allemaal is als aan dat verlangen gehoor wordt gegeven, daarover gaat – letterlijk en figuurlijk – het poëtische prentenboek Het meisje en haar zeven paarden, een van de boeken die dankzij Read with me tot stand is gekomen. Hadi Mohammadi, een bekende naam in Iran, schreef de melodieuze tekst die Imme Dros vertaalde. Nooshin Safakhoo, die door Marit Törnqvist werd begeleid, maakte er gevoelvolle, verfijnde pentekeningen bij die het dromerige verhaal knap vertellen.

Dat verhaal laat zich eenvoudig samenvatten. Een meisje ligt in bed. Daarnaast staat een rolstoel. Wie goed kijkt ziet dat het meisje gespalkte voetjes heeft. Ze is alleen. Haar enige metgezel is haar eigen fantasie. Maar erg is dat niet: turend door haar ‘verzinraam’ naar een paardenmobiel boven haar hoofd, blijkt juist de verbeelding een goede vriend te zijn die haar helpt haar wereld kleur te geven.

Bijzonder mooi en effectief is de overgang van de openingsprenten van de grijsgrauwe kamer waarop alles statisch is afgebeeld, naar de dynamisch ogende pagina’s daarna waarop de paarden los komen van hun mobiel en kleur krijgen. Op eentje na: die zie je in dezelfde sobere grijstint als Safakhoo voor de achtergrond gebruikt, liggend met een wat treurige blik naar zijn zes ronddravende makkers kijken. Maar paarden zijn kuddedieren, dus staat het zestal moeiteloos wat kleur aan nummer zeven af. Even later maken ze zo ook ‘wat plaats voor het zevende paard’ (dat had geen plaats), en delen ze tot slot hun fantasie met hem. Daarna krijgen alle zeven paarden zeven veulens, die in zeven keer zeven dagen, en zeven keer zeven weken uitgroeien tot zeven paarden.

Mohammadi heeft het repeterende karakter van het verhaal prachtig gevangen in ritmische taal, die Dros haarfijn aanvoelt. Safakhoo speelt daar kundig en subtiel op in. Steeds keren bepaalde kleuraccenten (oranjerood, geel en groen) en beeldelementen ongemerkt terug: de wielen op het slaapkamerbehang, de planten en natuurlijk het verzinraam. Ontroerend is het moment dat het paard dat ‘meer dan één kleur en meer dan één plaats’ heeft en ‘van alles en van niets kan verzinnen’ zijn hoofd daar doorheen steekt, vervolgens door de kier van de slaapkamerdeur naar binnen gaat, en alles wat hij heeft gekregen met het meisje deelt. Wat eerst grauw was, is nu helder gekleurd. De planten zijn groen en er staat een nieuwe boom in de kamer van het meisje. Veelbetekenend staat het raam wijd open: het is tijd voor een nieuw verhaal. ‘Zullen we samen een verhaal verzinnen over zeven manen in zeven nachten?,’ vraagt het meisje.

Het meisje en haar zeven paarden opent met zwierige elegantie de deur naar onze verbeelding. En verbeelding is uiteindelijk het begin van alles: van samen verhalen maken, samen delen en samen lezen, over grenzen heen.

    • Mirjam Noorduijn